Nieuw captatieverbod in provincie Antwerpen
Naar aanleiding van de droogtetoestand stelt de gouverneur van Antwerpen Cathy Berx een tijdelijk onttrekkingsverbod in voor het stroomgebied van de Kleine Nete, de Aa en Vrouwvliet. Tot het verbod wordt opgeheven mag er geen water meer worden onttrokken uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten in het stroomgebied.

Door de droge en heel warme weersomstandigheden zijn de waterpeilen en debieten van verschillende onbevaarbare waterlopen in de provincie Antwerpen sterk gedaald. De zomeronweders zorgden het afgelopen weekend dan weer voor wateroverlast op sommige plaatsen. Door de lokale aard van de weersextremen is er momenteel nog geen sprake van een algemene droogtetoestand in de provincie Antwerpen. De weersvoorspellingen kondigen echter opnieuw een periode van warm en droog weer aan tijdens de eerste weken van juli, waardoor de droogtetoestand naar verwachting verder zal verslechteren.
Dit verbod betekent dat er geen water uit een onbevaarbare waterloop mag worden opgepompt. Er zijn wel enkele uitzonderingen, zoals voor hulpdiensten bij noodgevallen of voor het drenken van vee dat in de weide staat. Het tijdelijke onttrekkingsverbod is niet van toepassing op bevaarbare waterlopen en kanalen.
Wie nood heeft aan een alternatieve waterbron kan uitwijken naar mobiele captatiemogelijkheden langs de kanalen of kan gebruik maken van gratis spoelwater dat door Pidpa ter beschikking wordt gesteld aan hun productiecentra (onder andere in Grobbendonk of Herentals). Daarnaast kan nuttig hergebruik van bemalingswater ook een alternatief zijn voor specifieke toepassingen (maar niet voor landbouwirrigatie).
Beperkt herstel grondwater
De maand juli start met minder uitgesproken droogtesignalen dan begin juni. Juni was volgens de Vlaamse Milieumaatschappij nat en heel warm, waardoor het neerslagtekort in grote delen van Vlaanderen gemiddeld bleef voor de tijd van het jaar. Toch blijven de freatische grondwaterstanden op veel plaatsen laag tot heel laag. Aan landbouwers wordt gevraagd om zoveel mogelijk water vast te houden om een verdere daling van waterpeilen en grondwaterstanden te beperken.
Na een kurkdroge maand april, daalden de grondwaterstanden en waterpeilen in onbevaarbare waterlopen. De neerslag in mei en de eerste helft van juni zorgde voor een licht herstel.
Juni was nat en warm
Volgens het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) was juni 2026 een natte en heel warme maand. In Ukkel viel 114,6 mm neerslag, of 162% van de normale hoeveelheid. Ook in het VMM-netwerk van pluviometers lag de neerslag boven het gemiddelde: over alle meetlocaties viel gemiddeld 82 mm neerslag, goed voor 128% van het klimatologische normaal.
De verschillen binnen Vlaanderen waren groot. In Korbeek-Dijle viel met 52,8 mm het minste neerslag, terwijl Loenhout 124,4 mm optekende. De minste neerslag viel in de delen van de bekkens van de Dijle, Demer, Brugse Polders, de IJzer en de Dender. De as Brussel-Antwerpen tekende zich af als natste regio.
Begin juli ligt het neerslagtekort in grote delen van Vlaanderen rond het gemiddelde voor de tijd van het jaar. In het centrum en noorden van Vlaanderen worden lage waarden opgetekend. De droogtetoestand stond op 29 juni op code geel (preventieve maatregelen). Waterbeheerders, landbouwers en andere terreinbeheerders worden gevraagd om zoveel mogelijk water vast te houden om de verdere daling van waterpeilen en grondwaterstanden te beperken. Er zijn op een aantal locaties tijdelijke onttrekkingsverboden
Grondwaterstanden blijven kwetsbaar
De bovengemiddelde neerslag in juni zorgde voor een licht herstel van de grondwaterstanden. Toch blijven de freatische grondwaterstanden begin juli in de helft van de meetlocaties laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar.
Op 30 juni 2026 vertoonde 50% van de meetlocaties lage tot zeer lage grondwaterstanden; 38% normale grondwaterstanden; en 12% hoge tot zeer hoge grondwaterstanden. Bij normaal weer verwacht de VMM dat het aandeel lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar de komende maand verder kan afnemen. Bij droog weer kan dat aandeel opnieuw licht stijgen.
Meer kans op langdurige hittegolf
De voorlopig eerste hittegolf van dit jaar is voorbij. Ze begon op 17 juni heeft 12 dagen geduurd, met maxima die in het oosten van het land lokaal zijn opgelopen tot meer dan 40 °C. Niet alleen was dit een vroege hittegolf, ze is ook uitzonderlijk lang. Voor de klimaatwetenschappers van het Vlaamse onderzoekscentrum VITO is het duidelijk: de kans op een hittegolf van minstens 12 aaneengesloten dagen lijkt klein, maar is dit jaar 5 keer groter dan in de jaren 80.
Een hittegolf, zo definieert het KMI, bestaat uit minstens 5 opeenvolgende dagen waarop de maximumtemperatuur 25 °C of meer bereikt, waarvan 3 dagen boven de 30 °C. De afgelopen hittegolf heeft 12 dagen geduurd. Zo'n lange hittegolven zijn vrij uitzonderlijk. Sinds 1975 zijn er in Ukkel nog maar 7 hittegolven van minstens 12 aaneengesloten dagen waargenomen, met name in 1975 (12 dagen), 1976 (17 dagen), 1997 (17 dagen), 2003 (13 dagen), 2006 (16 dagen), 2020 (12 dagen) en 2026 (12 dagen).
Vroeger: eens in de 30 jaar
Het team klimaatwetenschappers van VITO heeft, doorheen de tijd, berekend wat in ons land de jaarlijkse kans is op een hittegolf van minstens 12 dagen. Voor de jaren 80 was dat zo’n 3%, of eens om de 30 jaar. Vandaag ziet de situatie er helemaal anders uit en is de kans vervijfvoudigd tot gemiddeld eens in de 7 jaar.
De scenario’s voor na 2030 lopen sterk uiteen. Het meest optimistische scenario voorspelt dat de kans na 2060 blijft hangen op 1 keer om de 4 jaar. Het meest pessimistische scenario spreekt over een scenario waarbij we 2 op de 3 jaar geconfronteerd worden met een hittegolf.
“Als we de risico’s op de toenemende hittegolven willen verminderen, dan moeten we op 2 velden actie ondernemen”, zegt Hendrik Wouters van VITO. “We moeten de uitstoot van broeikasgas verder verminderen door de overgang naar hernieuwbare energie door te zetten, het rijden op fossiele brandstoffen uit te faseren en de industrie verder te verduurzamen. Maar we moeten ons ook aanpassen aan de al onvermijdelijke opwarming. Dus meer groen en schaduwplekken in de steden, bouwvoorschriften die rekening houden met hogere temperaturen en goede hitteplannen om kwetsbare burgers te beschermen."
“De meeste gebouwen zijn nu nog gebouwd zonder rekening te houden met die zomerse hitte. Slimme isolatie, zonwering en passieve koeling kunnen de binnentemperatuur drukken zonder dat er meer stroom wordt verbruikt. Als de gebouwschil van een woning goed ontworpen is, dan houdt die niet alleen de zomerhitte buiten, maar zorg je ook voor energiezuinige winters”, besluit Hendrik Wouters.





