Gewasstress bij maïs en aardappelen door hittegolf en onweders
In de nacht van 27 op 28 juni volgde na de hittegolf stormweer met hevige onweders en hagelbuien. De impact daarvan op de gewassen was groot. In maïs en granen legerden diverse percelen. In aardappelen moest je opletten voor de plaag, maar ook voor stressgerelateerde ziektes zoals erwinia, botrytis en alternaria. In de bieten doken al in de week van 29 juni de eerste infecties van cercospora op. Controleer je percelen het best zo snel mogelijk op ziektes zoals alternaria en cercospora om ze preventief te behandelen.

De warme, groeizame omstandigheden van de voorbije weken leidden tot een explosieve groei van de gewassen, waarbij planten snel vocht opnamen en plantcellen snel uitrekten. Dit maakte de cellen tijdelijk minder stevig, waardoor de kans op legering toenam.
Stormschade in maïs
Na de storm in de nacht van 27 op 28 juni zagen we op verschillende maïspercelen stormschade door hevige wind en regenbuien. Hier en daar kwamen percelen plat te liggen. Waar stengels niet afbraken, kan de maïs na enkele dagen terug rechtkomen, maar bij een gebroken stengel valt de sapstroom stil en sterft de plant af. Opvallend was dat hetzelfde ras op buurpercelen op het ene perceel wel en het andere niet bleef rechtstaan... Enkele mogelijke verklaringen daarvoor zijn enerzijds een verschil in plantdatum, anderzijds het feit dat een geremd gewas minder snel groeit en daardoor steviger rechtop bleef staan.
Fytosymptomen bij wisselend weer
Een vooropkomstonkruidbestrijding vond dit jaar plaats in ideale natte omstandigheden. Waar dit niet gebeurde, zijn veel telers vroeg gestart met de onkruidbestrijding in het 3-4-bladstadium van de maïs. Dit was echter een (te) koude natte periode voor maïs als tropische plant, waardoor de bladeren her en der verbrandden. Elders zagen we dan weer symptomen van toegepaste hormoonmiddelen op de maïs in de vorm van vergroeiingen. Dit is te wijten aan een sterke werking van de middelen onder warme omstandigheden tijdens een sterke gewasgroei.

Ziektebeelden onder stress
Wisselende weersomstandigheden leiden tot gewasstress, waardoor ziekteverwekkers meer kans krijgen om een verzwakt gewas aan te tasten. Op een perceel in Herentals zagen we builenbrand opduiken op enkele stengels, die als brandschimmel meestal kolven aantast. Via regen en wind verspreiden de sporen zich die in de bodem aanwezig zijn. De aantasting is hoger in droge, warme jaren en gebeurt via wondjes die als toegang dienen, bijvoorbeeld na hagel- of windschade. Builenbrand is niet giftig, maar kan leiden tot opbrengstdaling van het gewas. Voor de bestrijding van builenbrand zijn geen specifieke middelen beschikbaar. Focus in de eerste plaats op een gezond gewas.

Gewasgebreken
Extreme weersomstandigheden leiden vaak tot een verminderde opname van nutriënten en bijgevolg tot een nutriëntentekort voor het gewas. De opname vanuit de bodem vermindert in droge, koude of warme omstandigheden. Denk daarbij aan de paarse bladverkleuring door fosfortekort gedurende koude voorjaarsperiodes. Momenteel zien we in aardappelen en maïs groene nerven, met daartussen geel bladweefsel door een tekort aan magnesium en/of andere nutriënten. In moeilijke omstandigheden kunnen bladvoedingen zoals Optima Vigor+ een oplossing bieden. De opname van nutriënten moet niet via de wortels, maar loopt rechtstreeks via het blad. Op deze manier is bijna meteen een visueel effect op het gewas te merken.
Stressvolle periode voor aardappelen
Ook in aardappelen zagen we verzwakte planten door een tekort aan nutriënten, waaronder magnesium. Daarbij kleurt het bladmoes tussen de groene nerven geel. Verwar deze symptomen niet met fytosymptomen van bodemmiddelen die tijdens de koude, natte periode in maart extra sterk hebben gewerkt. We zien ook andere tekorten, waaronder calcium. Een beperkte sapstroom vermindert de calciumaanvoer naar de bovenliggende plantdelen. Calcium is belangrijk voor de stevigheid van membranen en celwanden van het gewas en helpt bijvoorbeeld stengelbreuk te voorkomen.
Extreme groeisnelheid
Ook in de aardappelen zagen we extreem snelle loofgroei. Enerzijds is het belangrijk om dan op te letten voor infecties door onder andere de aardappelplaag. Anderzijds kunnen de plantcellen de snelle gewasgroei moeilijk volgen, waardoor de stevigheid niet altijd gewaarborgd blijft, met mogelijk stengelbreuk tot gevolg. De planten kunnen bijvoorbeeld afbreken net boven het grondoppervlak. Wanneer dit het geval is tijdens stormperiodes met felle wind, kunnen de gevolgen desastreus zijn.

Coloradokever
De coloradokever is sterk aanwezig op de percelen. Op de vroegste percelen doken enkele weken na de eerste behandeling al nieuwe larven op. Hou je percelen in de gaten en voer tijdig een vervolgbehandeling uit met chlorantraniliprole (Prevathon, Coragen, Corprima...) of acetamiprid (Antilop, Gazelle). Spaar onzelieveheersbeestjes en andere nuttige insecten en vermijd daarom het gebruik van breedwerkende contactmiddelen (pyrethroïden).
Hitte leidt tot verbranding
De hoge temperaturen in de week van 22 juni leidden overal tot brandvlekken op de bladeren van aardappelen, maar ook in andere gewassen zoals suikerbieten. Het is belangrijk om het gewas na hittestress voldoende vitaal en stressbestendig te houden. Dit kan bijvoorbeeld via het gebruik van kaliumfosfonaten (Pygmalion, Privest…) in de fytoschema’s tegen de aardappelplaag. Daarnaast helpen bladvoedingen om het gewas te stimuleren.

Plaag versus brandplekken
Verwar brandvlekken niet met een infectie van de aardappelplaag. In warme periodes moet je na onweders extra waakzaam zijn voor een eventuele uitbraak van de ziekte. Het vocht van lokale buien is voldoende om sporen te laten kiemen. De luchtvochtigheid bleef tot nu toe vrij hoog en ook tussen de gewasrijen ontstaat snel een warm, vochtig klimaat. Dat is ideaal voor nieuwe infecties.
Start tijdig met een behandeling, zodat ook de onderste plantdelen beschermd zijn, zelfs tijdens een initieel lang aanhoudende droge periode. Wanneer het gewas sterk groeit en er nadien buien volgen, zijn de onderste plantdelen immers niet mee be-schermd. Contactmiddelen die meegroeien met het gewas – die op het gewas liggen – en die je nadien toepast, kunnen door een paraplu-effect immers niet tot de onderste plantdelen reiken en daar voor voldoende bescherming zorgen...

Andere ziektebeelden
Momenteel vind je in de percelen aantasting door verschillende ziekteverwekkers die profiteren van een verzwakt gewas. De infectie gebeurt via wondjes en openingen die ontstaan door de hevige wind-, regen- en hagelbuien van de afgelopen weken. Een eerste ziektebeeld is dat van erwinia, een bacterie die op de aardappelen zwartbenig-heid veroorzaakt. De stengel kleurt zwart en wordt nat en slijmerig, waarna de planten verwelken en afsterven. De bacterie verspreidt zich via opspattend water, wind… Tegen bacteriën zijn geen fytoproducten toegelaten. Hou je gewas daarom sterk en gezond.
Een andere schimmel die makkelijk een verzwakt gewas infecteert via wondjes is botrytis. Die kan je herkennen aan de typisch bruine bladverkleuring, die wordt omgeven met een gele rand.

Binnenkort is het ook opletten voor aantasting door alternaria. Deze zwakteparasiet is te herkennen aan de bruine bladvlekken met daarin concentrische cirkels. In een jaar met stressvolle gewasomstandigheden zal al vroeger dan normaal ziektedruk ontstaan.
Rhizoctonia of wortelbrand kan jarenlang in de grond overleven via rustsporen of op achtergebleven organisch materiaal. Zoals de naam doet vermoeden, leidt rhizoctonia tot een droge rotting van plantdelen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld erwinia. Ook rhizoctonia ontwikkelt zich snel bij hoge temperaturen en vochtig weer. De ziekte tast ondergronds scheuten op de moederknol aan. Door het afsterven van het wortelstelsel verwelken ook de bovengrondse plantdelen.





