Wisselvallige opbrengsten in wintergerst
De wintergerstoogst van het seizoen 2026 is vroeg begonnen. Vanaf half juni werd al op veel plaatsen gedorst. De hittegolf van eind juni versnelde de afrijping in het veld. Alle gerstproeven van Inagro (in West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant) en van de andere LCG-partners PIBO (in Limburg) en Praktijkpunt Landbouw (Vlaams-Brabant) werden eind juni geoogst.

De eerste resultaten wijzen op een wisselende opbrengst, afhankelijk van regionale omstandigheden, met opbrengsten van 7 tot 11 ton/ha.
Invloed van vroege zomer
De hittegolf van eind juni beïnvloedde voornamelijk de afrijping en de korrelontwikkeling. Hitte tijdens de laatste fase van de korrelvorming kan leiden tot een snellere afrijping, met mogelijk lichtere korrels en impact op het hectolitergewicht en het duizendkorrelgewicht. “De wintergerst ontwikkelde zich algemeen zeer snel in het afgelopen seizoen”, vertelt Bram Vervisch, praktijkonderzoeker Akkerbouw bij Inagro en coördinator van het LCG.
Impact van voorjaar op gewasgroei
De opbrengsten vertonen dit seizoen duidelijke regionale verschillen, gaande van eerder tegenvallend tot zeer goed. Dit kan in positieve zin worden verklaard door het overwegend gunstige voorjaar, met een vlotte gewasontwikkeling als gevolg. Daartegenover stonden een drogere periode in april en de hittegolf eind juni, die lokaal een effect op de opbrengst kunnen hebben gehad. “In regio’s waar in april en mei voldoende vocht beschikbaar was, worden hoge opbrengsten verwacht. Drogere omstandig-heden kunnen een beperkende factor gevormd hebben in andere regio’s”, stelt Bram Vervisch.
Daarnaast werden vroeger in het voorjaar – voor begin april – koudere nachten afgewisseld met relatief warme dagen voor de tijd van het jaar. “Dat kan in bepaalde omstandigheden een effect hebben gehad op de werking van de groeiregulatie. Bij toepassing onder verhoogde stress kan dat een impact hebben gehad op de gewasontwikkeling”, aldus Vervisch.
De verschillen in opbrengst lijken niet rechtstreeks samen te hangen met het rastype. Uit de eerste resultaten blijken er geen grote verschillen te zijn in opbrengst tussen de klassieke en de hybride wintergerstrassen. “Er is geen consistente trend waargenomen in de reeds beschikbare resultaten. In goede graanjaren worden dan ook beperkt verschillen waargenomen tussen beide groepen”, besluit Vervisch.





