Elektronische oormerken zullen ‘klophamer’ niet snel vervangen
Op korte termijn zullen elektronische oormerken het gebruik van de klophamer niet vervangen voor varkens die naar het slachthuis gaan. Dat stelt Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) in zijn antwoord op een schriftelijke vraag van zijn partijgenote Sofie Joosen.

Volgens parlementslid Sofie Joosen bestaat er in de Vlaamse slachthuissector de vraag naar het vervangen van de klophamer voor de identificatie van varkens bij transport naar het slachthuis door elektronische oormerken. De klophamer is bedoeld voor de identificatie van het dier door middel van een tatoeage en is verplicht in het kader van de traceerbaarheid. Dit is pijnlijk. Het gebruik van de klophamer wordt daarom strikt beperkt tot het plaatsen van de wettelijke identificatie.
Stap vooruit inzake dierenwelzijn
“Uit recente berichtgeving blijkt dat de slachthuissector zelf vragende partij is om af te stappen van de klophamer. Volgens de Federatie van het Belgisch Vlees (FEBEV) is de praktijk met de klophamer archaïsch en zou de overstap naar elektronische oormerken een belangrijke stap vooruit betekenen op vlak van dierenwelzijn. Tegelijk geven betrokken actoren aan dat alternatieven technisch steeds haalbaarder worden, al blijven er nog uitdagingen in verband met de kostprijs en betrouwbaarheid van het systeem. In Nederland is de klophamer al verboden sinds 2024”, duidt Sofie Joosen. In Nederland worden naar verluidt reguliere oormerken gebruikt, geen elektronische.
Minister Weyts geeft aan dat hij hierover zal overleggen met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). “Op lange termijn is een overgang naar elektronische oormerken mogelijk, maar op korte termijn is dat volgens mijn laatste informatie nog niet mogelijk”, stelt de minister.
Beduidend duurder
Een belangrijke hindernis is de kostprijs. “De kostprijs van elektronische oormerken is op dit moment nog beduidend hoger dan de bestaande systemen. Maar het vraagt ook een andere manier van werken waarrond de hele keten zich zal moeten organiseren. De varkenshouder zal bij een overschakeling moeten investeren in apparatuur om de oormerken uit te lezen en de data te capteren. Op elk moment zal immers elk diernummer gelinkt moeten kunnen worden aan het beslag waar het verblijft. De vervoerder moet dan bij het laden ook alle identificatienummers digitaal capteren en uiteindelijk moeten alle gegevens digitaal overgedragen worden aan het slachthuis, waar de oormerken ook zullen moeten uitgelezen kunnen worden”, duidt de minister.
Federale materie
“Het aanpassen van de regelgeving over de identificatie van varkens valt onder de federale bevoegdheid van het FAVV. Als de slachthuissector vragende partij is om alternatieven voor de identificatie van slachtvarkens te bekijken, kunnen zij dit best rechtstreeks bij het FAVV aankaarten”, besluit de minister.





