Vlaanderen weet eindelijk wat het wil met zijn (landbouw)grond
Na een zomer uitstel is het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) er eindelijk. Voor de landbouw is er afgesproken dat er moet gefocust worden op de nood aan landbouwgronden die beschikbaar zijn voor de eigen voedselproductie.

De Vlaamse regering heeft op 11 september eindelijk een akkoord bereikt over het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Dat plan van minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v) legt de toekomstige afspraken voor het ruimtegebruik in Vlaanderen vast. Na bijna 30 jaar krijgt het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen met de BRV een opvolger.
Bedoeling is onder meer om het bestaande ruimtegebruik te verbeteren en tegelijk ‘klimaatrobuust’ te maken. Grotere, samenhangende landschappen moeten plaats bieden aan voedselproductie, natuur en water. Daarnaast herbevestigt de regering de eerdere doelstelling om het ruimtebeslag tegen 2040 te herleiden tot nul.
765.000 ha landbouwgrond
Het plan is opgesplitst in 6 thematische beleidskaders. Het landbouwkader wil vruchtbare grond en geschikte landbouwsites beschikbaar houden voor professionele land- en tuinbouw. Het plan zegt niet voor niets dat toegang en langetermijnzekerheid tot grond het fundament is van weerbare landbouwbedrijven. Die landbouwgrond moet ingezet worden voor eigen voedselproductie en minder voor bijvoorbeeld maïsteelt die bedoeld is voor veevoeder, klinkt het.
De doelstelling is om tegen 2040 te voorzien in 765.000 ha met de bestemming agrarisch gebied, een daling van 17.000 ha ten opzichte van de huidige oppervlakte. Wel plande het oude plan maar 750.000 ha als landbouwgrond te behouden. Daar komt nu 15.000 ha bij door het herbestemmen van harde bestemmingen naar open ruimte (zie ook verder).
De extra 15.000 ha moet beantwoorden aan de extra ruimtenood voor duurzame landbouwpraktijken, waardoor Vlaanderen tegen 2040 meer blijvend grasland en een areaal biolandbouw moet hebben van minstens 15.000 ha. Nu is dat net iets meer dan 10.000 ha.
In agrarisch gebied is landbouw de hoofdgebruiker, maar 70.000 ha ervan zal bestemd worden als overdruk natuurwervingsgebied. Vandaag gaat het om ruim 5.000 ha die zo is aangeduid. Natuur en landbouw zullen deze gronden moeten delen, onder meer via vrijwillige samenwerkingsvormen als landschapsprojecten, beheermaatregelen en innovatieve verdienmodellen.
Om te zakken naar 750.000 ha agrarisch gebied (+ 15.000 ha door omzetting van harde bestemming) moet er jaarlijks 1.500 ha landbouwgrond omgezet worden naar bos of natuur. Tegelijkertijd zal ook het tempo om agrarisch gebied af te bakenen en te herbevestigen versnellen. Bij het herbestemmen wordt getracht robuuste en grotere aaneengesloten gehelen te bekomen.
Strategisch belang van landbouw
Boerenbond reageert tevreden dat de Vlaamse regering 765.000 ha landbouwgrond als landbouwgrond erkent. “Zo bevestigt de Vlaamse regering ook het strategisch belang van onze land- en tuinbouwsector”, zegt Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens. “Voor onze land- en tuinbouwers is het nog belangrijker dat de grond die ze vandaag gebruiken ook in de toekomst effectief kunnen blijven gebruiken als landbouwgrond. Landbouw moet in deze gebieden bovendien ten alle tijden als als de normale activiteit beschouwd worden. Daarom is het belangrijk dat er een wettelijk initiatief komt om landbouwgrond te beschermen.”
Volgens Groene Kring is het ‘absoluut noodzakelijk dat de huidige oppervlakte aan landbouwgrond minimaal behouden blijft’. “De druk op onze open ruimte is nu al gigantisch. Elke vierkante meter die we verliezen, zet de toekomst van onze jonge boeren verder op de helling. Wat nu verdwijnt, komt nooit meer terug”, aldus voorzitter Justine Arkens. “Daarom is het noodzakelijk om ervoor te zorgen dat onze jonge land- en tuinbouwers ook vlot toegang krijgen tot landbouwgrond.” De BRV wil alvast strategisch gelegen bedrijfszetels die vrijkomen op een toegankelijke manier tot jonge kandidaat overnemers brengen.
Fermettes
De cijfers hierboven zijn tot een bepaald punt virtueel. Naast feitelijk landbouwgebruik vinden er nog heel wat andere activiteiten plaats in agrarisch gebied, vaak zonevreemd. Het plan wil landbouw beschermen als hoofdgebruiker in het agrarisch gebied, waarbij het aandeel effectief landbouwgebruik in de toekomst niet lager mag liggen dan in 2025.
Het professioneel landbouwgebruik binnen agrarisch gebied werd in 2024 geschat op 605.500 ha. De rest van het agrarisch gebied wordt gebruikt voor hobbylandbouw (de beruchte verpaarding), infrastructuur, natuur en bos, wonen en bedrijfterreinen.
Bijna 60.000 ha professioneel landbouwgebruik is gelegen in gebied met andere bestemmingen, zoals bedrijventerreinen, woonuitbreidingsgebied en natuur. Volgens het plan moet landbouwlandgebruik binnen de bestemmingen natuur en bos (ca. 29.000 ha) uitdoven of ten dienste komen te staan van de natuurdoelstellingen.
In het plan staan ook afspraken over wat er kan gebeuren met zonevreemde landbouwhoeves of ‘fermettes’. Eerder dit jaar was er een relletje rond de invoering van een mogelijke ‘fermettetaks’, zeg maar een financiële vergoeding voor wie in een hoeve gaat wonen zonder aan landbouw te doen.
“Die fermettetaks is er niet en zal er niet komen”, benadrukt Brouns. “Maar wanneer er voor een bepaalde landbouwhoeve geen uitzicht is op verder landbouwgebruik en er ligt een vraag tot residentiële bewoning op tafel, dan kan er bijvoorbeeld gevraagd worden om de 3 varkensstallen op het perceel te ontharden.”
Bij vrijgekomen landbouwgronden krijgt agrarisch hergebruik dus in eerste instantie prioriteit. Waar hergebruik niet geschikt is, wil het plan sloop en landschapsherstel mogelijk maken, en een functiewijziging met duidelijke maatschappelijke meerwaarde een kans bieden, bijvoorbeeld een dierenasiel. Die nieuwe zonevreemde functie mag de landbouw verder niet in de weg staan en moet de open ruimte zoveel mogelijk vrijwaren.
Publieke gronden in het beheer van de Vlaamse overheid, provincies, gemeenten, OCMW’s en kerkfabrieken beslaan ongeveer 53.000 ha landbouwgrond. Bij de verkoop hiervan aan de hoogste bieder dreigen deze gronden verloren te gaan. Openbare instellingen zullen bewust gemaakt worden van het hefboompotentieel van deze publieke landbouwgrond voor jonge landbouwers en landbouwers die duurzaam te werk gaan.
Tijdelijke natuur
Er is ook aandacht voor water, bodem en landschap in het landbouwkader. Tegen 2030 moet bijvoorbeeld 2.000 ha tijdelijk grasland naar blijvend grasland omgezet worden om de verhoging van koolstofopslag in de bodem te bevorderen. Het plan wil de open ruimte klimaatbestendiger maken via de verbetering van de sponswerking van de landbouwbodems.
Een ander interessant punt is de intentie om het statuut van tijdelijke natuur te verkennen. Met een nieuwe vorm van beheerplannen wil de BRV voorkomen dat landbouwers later gestraft worden voor de natuur die ze zelf hebben gecreëerd op hun landbouwgrond, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een vergunning.
Open ruimte
Het plan wil ook 30.000 ha onbebouwde grond met bouwbestemming, bijvoorbeeld voor wonen of industrie, beschermen als open ruimte, met name 15.000 ha voor duurzame landbouw en 15.000 ha voor natuur en bos.
Het gaat niet om 30.000 ha nieuw landbouw- of natuurgebruik. Het overgrote merendeel van deze gronden heeft vandaag al een open gebruik, maar nog niet de bijpassende bescherming. Door de bestemming van deze gronden te wijzigen, wil Vlaanderen bijkomende bebouwing op ongeschikte plaatsen vermijden en het open karakter van deze gronden beschermen.
“We moeten de moed hebben om open ruimte te beschermen waar bouwen niet verstandig is”, zegt Brouns. “Die ruimte hebben we nodig om voedsel te produceren, natuur te versterken en water op te vangen. Landbouw en natuur hebben hier een gedeeld belang: voorkomen dat ons landschap verder verdwijnt onder bebouwing en versnippering.”
Het is ook de ambitie om tegen 2040 13.000 ha te ontharden. Dit moet Vlaanderen beter voorbereiden op droge zomers en hevige regen door de sponswerking van onze landschappen te verbeteren. Daarnaast wil Vlaanderen tegen 2040 minstens 1.000 ha ruimtelijk bedreigd bos beschermen.
Nu begint het pas
Het afgeklopte voorontwerp gaan nu voor advies naar de lokale besturen en de adviesraden. Het plan zelf zorgt nog niet voor wijzigingen van perceelsbestemmingen en voert ook nog niet meteen maatregelen in. Alles moet dus nog in concrete plannen en regels gegoten worden. En, niet onbelangrijk, ook de financiering moet nog verder uitgewerkt worden. “De beschikbare middelen dekken de volledige opgave maar gedeeltelijk”, luidt het.