Aantal boerinnen blijft stijgen
Het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders in de Vlaamse land- en tuinbouwsector blijft stijgen. Vorig jaar telde onze regio meer dan 6.700 vrouwelijke zaakvoerders, zeggen cijfers die Vlaams parlementslid Loes Vandromme (cd&v) opvroeg.

In 2025 telde Vlaanderen 6.763 vrouwelijke zaakvoerders in de land- en tuinbouw, goed voor 22,1 % van alle Vlaamse landbouwbedrijfsleiders. Twee jaar eerder was dat nog 20%. Vlaams parlementslid Lies Vandromme (cd&v) ziet een duidelijke tendens. “Vrouwelijk ondernemerschap in de landbouw gaat duidelijk in stijgende lijn en dat komt de hele sector ten goede. Vrouwelijke ondernemers pakken de bedrijfsvoering net iets anders aan dan hun mannelijke collega’s en hebben ook voor zaken die anders misschien onderbelicht blijven.”
Jonge bedrijfsleiders
Bovendien blijkt uit de leeftijdsverdeling dat heel wat jonge vrouwen een land- of tuinbouwbedrijf leiden. In de groep bedrijfsleiders tot 40 jaar bedroeg het aandeel vrouwen in 2025 maar liefst 26,9%. In de leeftijdscategorie ouder dan 40 jaar is ongeveer een vierde van de bedrijfsleiders een vrouw.
In 2025 werden in totaal 319 aanvragen voor VLIF-steun ‘opstart en overname door jonge landbouwer' geregistreerd. 109 daarvan werden aangevraagd door een vrouw. Dat komt overeen met 34% van alle starters. In 2023 bedroeg dit percentage nog 26%. Maar liefs 42 % van de overnamedossiers door vrouwen in 2025 kwam opvallend genoeg uit West-Vlaanderen.
Loes Vandromme ziet deze evolutie als een inhoudelijke verrijking voor de sector. “Vrouwen kiezen vandaag duidelijk voor volwaardig leiderschap. Ze nemen beslissingen, dragen verantwoordelijkheid en zetten de strategische lijn van hun bedrijf uit. Vrouwelijke ondernemers hebben meer oog voor het sociale en maatschappelijke aspect van de sector. Deze evolutie kunnen we alleen maar positief noemen,” zegt het parlementslid.
Verschillen tussen sectoren
Binnen de specifieke deelsectoren zien we wel wat onderlinge verschillen. De meest recente beschikbare cijfers hiervoor dateren wel van 2024.
Procentueel is het aandeel vrouwelijke zaakvoerders het grootst bij de deelsector ‘overige graasdieren’ (30,9%). Daarna volgen de pluimveesector (27.1%), de varkenshouderij (24,9%) en de glastuinbouw voor groenten (24,3%).
In absolute aantallen zijn akkerbouwbedrijven duidelijk de grootste groep met een vrouw aan het roer (1596). Op grote afstand volgen dan de sectoren met ‘overige graasdieren’ (746) en ‘vleesvee’ (689).
Vandromme juicht de aanwezigheid in diverse sectoren toe. “De cijfers spreken voor zich: in akkerbouw, veeteelt, pluimvee en glastuinbouw staan vandaag honderden Vlaamse vrouwen aan het roer. Hun aanwezigheid in élke deelsector toont dat zij mee de richting van onze Vlaamse land- en tuinbouw bepalen.”





