De geur kan iets vertellen over de bodemgezondheid
Door de geur van een bodem op te vangen en te analyseren, kan je behoorlijk veel zeggen over de schimmels en bacteriën in die bodem – en daarmee wellicht ook iets over bodemgezondheid. Dat blijkt uit onderzoek van ecoloog Rosa Boone, die op 29 september op dat onderwerp promoveert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Een elektronische neus voor bodemkwaliteit is daarmee een stapje dichterbij.

Boeren roken vroeger al aan hun bodem om te peilen hoe gezond die was. Volgens ecoloog Rosa Boone kan je heel wat aan die geur afleiden. “De schimmels en bacteriën die in een bodem zitten, zijn belangrijk voor de gezondheid van een bodem en zijn verantwoordelijk voor de geur van de bodem”, stelt Boone. Ze ontdekte dat de geur van de bodem opgevangen kan worden om in het lab te analyseren en dat je daarmee iets kan zeggen over deze gemeenschappen. “Het monitoren van het bodemleven wordt steeds belangrijker. Mijn onderzoek laat zien dat er veel potentie is voor het ontwikkelen van een sensor, een elektronische neus, waarmee je direct het microbiële bodemleven zou kunnen analyseren, op basis van hoe dat ruikt”, stelt Rosa Boone. Haar onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door imec uit Leuven, via het OnePlanet Research Center.
Buisjes
Voor haar onderzoek sloeg ze buizen in 18 graslanden in de Ooijpolder, nabij Nijmegen. De graslanden werden allemaal gebruikt door boeren, maar onder ander beheer: de ene boer gebruikte bijvoorbeeld meer kunstmest (intensief beheer) en de andere landbouwer boerde volledig natuurlijk (extensief beheer) – en alles daartussenin. De grote buizen bevatten gaatjes waardoor geuren naar binnen konden komen. Binnenin de grote buizen hing Boone een kleiner buisje met daaraan een pomp. De pomp zoog lucht uit de bodem in het kleinere buisje waarin de geuren werden opgevangen doordat ze bleven ‘plakken’. Vervolgens kon men in het lab die geuren analyseren.
Geuranalyse
Er zijn boeren die willen experimenteren met extensievere manieren van boeren (zoals minder kunstmest, meer organische mest, meer plantendiversiteit), maar dan willen ze ook kunnen volgen wat voor effect dat op het bodemleven heeft, leerde Boone uit interviews. “Boeren hebben behoefte aan een analyse van de gemeenschappen die er in hun bodem zitten en willen daarvoor niet elke maand een ingewikkelde DNA-analyse hoeven doen. Een sensor die geur opvangt, is dan veel makkelijker.’
Uit de resultaten bleek dat geurstoffen inderdaad iets vertellen over de schimmels en bacteriën die in de bodem leven en hoe de gemeenschap er als geheel voor staat: welke soorten er zitten, met hoeveel ze zijn en wat ze doen. “We konden 75 geuren identificeren en daarvan konden 16 geuren heel goed duiden of een boer anders met zijn land omging; 9 namen toe naarmate het beheer extensiever werd, 7 namen juist af. Opvallend was dat vooral aldehyden – een geur die voor een groot deel door schimmels worden gemaakt – gevoelig bleek voor veranderingen in het bodembeheer. Als het beheer verandert, kan dit een effect hebben op de schimmel en bacteriegemeenschappen, waardoor geurprofielen ook weer anders worden”, vertelt Rosa Boone.
Belang van het bodemleven
Bodemleven, waaronder de schimmels en bacteriën in de bodem, zijn de drijvende kracht achter een gezonde bodem, en met beheer kan je dat bodemleven proberen te sturen. “Dat zagen we ook in onze andere studie: graslanden met extensiever beheer hadden een specifieke schimmelgemeenschap. Er zat meer koolstof in de bodem en het bodemleven was actiever. En een gezondere bodem kan leiden tot een grotere weerbaarheid van bodems, tijdens extreme weersomstandigheden zoals een droge zomer. Door het bodemleven te stimuleren, heb je minder input van buitenaf nodig en bouw je dus aan een duurzamere en toekomstbestendige bodem”, zegt Rosa Boone.
De elektronische sensor is er nog niet en er moeten nog wel wat stappen worden gezet om die te kunnen maken, maar Boones onderzoek toont aan dat het idee veel potentie heeft. “We zijn een stuk verder gekomen en ik zie in de toekomst zeker voor me dat de elektronische neus er komt”, besluit Rosa Boone.





