Veepeiler spoort verborgen oorzaak van zeugenuitval op
Een verhoogde uitval van zeugen is voor veel varkenshouders een frustrerend en kostelijk probleem. De uitdaging bestaat erin om de werkelijke oorzaak te achterhalen. Dat bleek ook op een varkensbedrijf waar kreupelheid en pootproblemen al geruime tijd leidden tot een verhoogde uitval bij zeugen. Dankzij de begeleiding van Veepeiler kon de onderliggende oorzaak worden teruggeleid naar een belangrijke managementfactor: de naald- en spuithygiëne.

De problemen deden zich voor op een varkensbedrijf met 850 zeugen dat eigen gelten opfokt en biggen verkoopt op 7 kg, en dat werkt in een tweewekensysteem. Omdat de verhoogde sterfte bij de zeugen bleef aanhouden, besloten de varkenshouder en zijn dierenarts om de problematiek grondig te laten analyseren via Veepeiler Varken. Regiodierenarts Caroline Bonckaert begeleidde het traject.
Een hardnekkig probleem op het bedrijf
De veehouder en de dierenarts zagen kreupelheid en pootproblemen bij de zeugen als belangrijkste oorzaak van de uitval. Om meer inzicht in de problematiek te krijgen, stelde varkensdierenarts Caroline Bonckaert voor om extra informatie te verzamelen over de uitgevallen zeugen. Dat gebeurde door enerzijds gedetailleerde gegevens in verband met de euthanasie bij te houden, maar ook door bijkomende onderzoeken uit te voeren. Zo kreeg de waterkwaliteit extra aandacht, aangezien afwijkingen de problematiek kunnen verergeren. Ook de voederkwaliteit werd onderzocht, met bijzondere aandacht voor vitamine D. Deze analyses leverden echter geen aanwijzingen op voor nutritionele tekorten, waardoor voeding als hoofdoorzaak minder waarschijnlijk werd.
Autopsie zorgde voor doorbraak
De doorbraak kwam er dankzij de autopsieresultaten op meerdere gestorven zeugen. Daarbij werd osteomyelitis en abcesvorming ter hoogte van de ruggenwervels vastgesteld bij verschillende dieren. Osteomyelitis is een bacteriële ontsteking van het bot die, net als de abcessen, kan veroorzaakt worden doordat kiemen via de bloedbaan in het bot terechtkomen.
De vaststellingen verklaarden de klinische klachten, maar riepen tegelijk een nieuwe vraag op: hoe kwamen die bacteriën in het lichaam terecht?
Een zoektocht naar de besmettingsbron
Daarop voerde dierenarts Bonckaert een bedrijfsbezoek uit waarbij ze samen met de veehouder en de bedrijfsdierenarts op zoek ging naar mogelijke toegangspoorten voor die bacteriën. Daarbij viel op dat een groot deel van de zeugen abcessen hadden op plaatsen waar injecties waren toegediend. Daarnaast werden bij de zeugen in de kraamstal regelmatig kleine wondjes aan de achterpoten vastgesteld, vooral ter hoogte van de bijklauwen.
Beide types verwondingen vormen ideale toegangspoorten voor kiemen, die zich via de bloedbaan kunnen verspreiden naar het bot en de ruggenwervels.
Injectiehygiëne als ontbrekende schakel
Om deze hypothese te toetsen, werden stalen genomen van medicatieflesjes en injectienaalden. De resultaten lieten weinig twijfel bestaan: het merendeel van de stalen was sterk bacterieel verontreinigd, vaak met meerdere kiemen tegelijk en in hoge concentraties. Daarmee werd een structureel probleem in de hygiëne rond injecties aangetoond.
Uit verder onderzoek door regiodierenarts Bonckaert bleek dat het correct gebruik van injectiemateriaal onvoldoende consequent gebeurde op dit bedrijf. Dat is nochtans een belangrijk aspect om infecties te voorkomen. Samen met de varkenshouder werden daarom gerichte maatregelen uitgewerkt. Injectienaalden werden niet alleen sneller gewisseld (om de 10 zeugen), er werd ook hygiënischer omgegaan met het materiaal. Vanaf nu werd het injectiemateriaal na gebruik grondig gereinigd, goed gedroogd en koel bewaard. Daarnaast werd ook afgesproken om wondjes op de achterpoten goed in de gaten te houden en om ze onmiddellijk te ontsmetten als ze worden opgemerkt, om ook via deze weg infecties te voorkomen.
Gerichte maatregelen, zichtbaar resultaat
Deze aanpak wierp snel zijn vruchten af. Tijdens een opvolgbezoek in het kader van Veepeiler werd vastgesteld dat het aantal zeugen met abcessen sterk was afgenomen. Op plaatsen waar eerder abcessen te zien waren, was nu littekenweefsel aanwezig. Dit wijst op een sterk gedaalde druk. Ook de spuiten en naalden werden opnieuw gecontroleerd en scoorden deze keer goed. Alles wijst er dan ook op dat de positieve evolutie zich verder zal doorzetten. Caroline Bonckaert stelt dan ook: “Volg de gouden hygiëneregel: reinig de spuiten na gebruik met warm water en bewaar ze koel en droog. Zo vermijd je contaminatie met bacteriën bij een volgende injectie en verklein je de kans op abcessen en osteomyelitis aanzienlijk.”
Meerwaarde van Veepeiler
Dit praktijkgeval toont aan dat ogenschijnlijk kleine managementaspecten een grote impact kunnen hebben op de gezondheid en levensduur van zeugen. Injectiehygiëne wordt in de dagelijkse werking vaak routinematig uitgevoerd. Als ze niet consequent wordt toegepast, kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn. Het illustreert bovendien de meerwaarde van tweedelijnsbegeleiding door Veepeiler. Door een bedrijf met een frisse, neutrale blik te analyseren, kunnen oorzaken aan het licht komen die in de dagelijkse bedrijfsvoering gemakkelijk onopgemerkt blijven. Zo helpt Veepeiler veehouders en dierenartsen om hardnekkige gezondheidsproblemen gericht aan te pakken en om de gezondheid en productiviteit van de dieren duurzaam te verbeteren.
Loop je op jouw bedrijf tegen gezondheidsproblemen aan waarvoor geen duidelijke verklaring wordt gevonden? Neem dan contact op met Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) om de mogelijkheden van een begeleidingstraject te bespreken via helpdesk@dgz.be of 078 05 05 23.





