Insecten, onkruiden en groeiregulatie in koolzaad
Na de zaai kwam koolzaad hier en daar al na 5 à 6 dagen boven tijdens de warme dagen met voldoende vocht. Dat was na enkele buien in de tweede helft van augustus beschikbaar. Op diverse percelen werd een vooropkomstonkruidbestrijding uitgevoerd. Waar dit nog niet gebeurde, kan je nu een naopkomstbehandeling (al dan niet samen met een bodemmiddel) toepassen. Bestrijd nu ook grassen- en graanopslag en combineer waar nodig met een middel tegen aardvlooien.

Koolzaad past als kruisbloemige – net zoals herik, rammenas, en koolsoorten (zoals spruit- en bloemkool) – uitstekend in een rotatie met andere akkerbouwgewassen. Daarnaast beschik je voor de onkruidbestrijding over actieve stoffen met een unieke werkingswijze tegen (resistente) grassen. Koolzaad moet je vroeg zaaien, zodat het gewas sterk de winter ingaat. Je kan vroeg oogsten; met dit gewas in het bouwplan betekent dit dus een voorvrucht die al vroeg van het veld geruimd is. Dit jaar zien we op het eerste gezicht een toename van het totale koolzaadareaal in Vlaanderen.
Toename aardvlooien en zaadontsmetting
De laatste jaren neemt de druk van schadelijke insecten in de teelt alsmaar toe. Zwoele temperaturen en voldoende vocht doen de laatste dagen de insectendruk van onder andere aardvlooien op de koolzaadpercelen sterk toenemen. Je percelen voldoende beschermen is dus de boodschap.
Hoewel veel koolzaad een zaadontsmetting met Lumiposa bevat op basis van de actieve stof cyantraniliprole, biedt die slechts een beperkte nawerking tegen bodeminsecten. Deze stof heeft een zeer goede opwaartse systemische werking, maar blijft onderhevig aan een verdunningseffect dat optreedt tijdens de groei van de koolzaadplantjes.
Correctiemogelijkheden
Hier kan een naopkomstbehandeling met een pyrethroïde zoals cypermethrine, lambda-cyhalothrine of delthamethrine een oplossing bieden. Pas een middel toe zoals Patriot Protech, Decis, Karate Zeon, Kendo… Dit kan tot het gewas 3 blaadjes bereikt. In grotere gewasstadia hebben aardvlooien minder impact. Je kan deze behandeling indien nodig combineren met een correctie tegen grassen of graanopslag (zie verder-op in dit artikel).
Symptomen van schade
Aardvlooien zijn kleine, zwarte kevertjes met springpoten die schade berokkenen aan de jongste blaadjes en aan het groeipunt van plantjes. Dit kan leiden tot het uitvallen en zelfs vertakken van planten bij beschadiging van het groeipunt. De laatste jaren zien we de druk van aardvlooien in meerdere teelten sterk toenemen. Denk daarbij ook aan teelten zoals (voeder)bieten en vlas.
Aardvlooien maken gaatjes ter grote van een speldenprik in de (kiem)blaadjes. Nadien groeien de blaadjes verder, waarbij de gaatjes mee uitzetten. Hoe kleiner het gewas, hoe gevoeliger het is voor aardvloschade, zeker in het kiemlobstadium. De eerste blaadjes vormen de basis voor de vorming van de rest van de plant, die zoals altijd in zijn startfase het meest kwetsbaar is. Koolzaad wordt in de eerste plaats al vroeg gezaaid vanaf augustus, om voldoende sterk de winter in te gaan.

Bladluizen en slakken
Naast aardvlooien kan ook de druk van andere insecten, zoals bladluizen, toenemen. Net als in de granenteelt moet je ook in de koolzaadteelt aandachtig zijn. Controleer binnenkort je percelen en voer waar nodig een bladluisbestrijding uit. Dat kan met middelen op basis van de actieve stof flonicamid (Teppeki, Afinto, Hinode), al hebben de eerder genoemde pyrethroïden ook een goede nevenwerking.
Afhankelijk van de najaarsomstandigheden kunnen slakken op graan- en koolzaadpercelen opduiken. Koolzaad is met zijn grote dicotyle blaadjes aantrekkelijk voor slakken. In natte omstandigheden rond de zaaiperiode is een eerste strooibeurt van slakkenkorrels na het zaaien aangeraden. Bij hoge druk in het najaar kan je kiezen voor een tweede strooibeurt. Voer steeds een controle uit van jouw percelen en behandel waar nodig tijdig met slakkenkorrels. Dit kan met producten op basis van de werkzame stoffen metaldehyde (Metarex Inov, Metarex One) of ijzerfosfaat (Sluxx, Ferrex RB).
Slakken hebben een korte reproductiecyclus en ze zijn tweeslachtig. Daardoor kunnen 2 slakken elkaar bevruchten, waarbij ze elk tot 300 eitjes kunnen leggen. In de tweede generatie krijgen we 600 eitjes, waarvan de nakomelingen elkaar opnieuw kunnen bevruchten en elk weer tot 300 eitjes kunnen leggen…

Onkruidbestrijding
Grassen en breedbladige onkruiden bestrijd je het best zo vroeg mogelijk. Afwachten tot het voorjaar is minder optimaal, aangezien de onkruiden dan al groter zijn. Daardoor d verloopt de bestrijding moeilijker. Voor opkomst na zaai werd veelal een combinatie toegepast van de actieve stoffen dimethenamid-p, metazachloor, clomazone en quinmerac met de producten Butisan S, Butisan Gold, Tanaris, Clomaster, Centium…
Correcties in naopkomst
Waar nog niets kon gebeuren, is in naopkomst een correctie tegen breedbladigen mogelijk met het herbicide LaDiva vanaf het moment dat het koolzaad het tweebladstadium bereikt. LaDiva bestaat uit 3 hormoonstoffen: aminopyralide, halauxifen-methyl en picloram. Daardoor werkt dit product via de bladopname, maar ook via de bodem met een goede nawerking. Aminopyralide en picloram be-strijden zo ook latere nakiemers van de breedbladigen. Wanneer geen vooropkomstbehandeling werd toegepast, kan je ook combineren met een bodemmiddel, zoals Tanaris of Springbok.
Let wel op, want LaDiva is niet mengbaar met middelen zoals Kerb, Fusilade Max, groeiregulerende fungiciden, bladvoedingen met boor of andere complexe mengingen met insecticiden. Ideaal is een behandeling in het 4-6-bladstadium rond de eerste helft van oktober.
In het voorjaar zijn er, indien nodig, nog correctiemogelijkheden tegen breedbladigen met het herbicide Korvetto.

Grassenbestrijding
Nu breekt ook het moment aan voor de bestrijding van grassen, maar vooral ook van graanopslag in de koolzaadpercelen. Zeker op niet-geploegde percelen is dit nu aan de orde. Een voordeel in de koolzaadteelt is dat we naast de echte grassenmiddelen (ACC’asen) – die we kennen uit de bieten, cichorei… – ook andere unieke werkingsmechanismen ter beschikking hebben die een oplossing kunnen bieden tegen resistente grassen.
ACC’ase
Gebruik een middel op basis van clethodim (Brixton, Select Prim of Sedim), cycloxydim (Focus Plus) of propaquizafop (Agil). Deze actieve stoffen komen allemaal uit de groep van de ACC’asen. Helaas duiken alsmaar vaker resistentieproblemen op, zoals bij raaigras dat (target)resistent is tegen middelen met een ACC’ase-werking.
Deze middelen hebben geen enkele nawerking, enkel een contactwerking. Pas ze daarom niet te vroeg toe. Nakiemers na een behandeling zullen immers niet mee bestreden worden. Maar het koolzaadgewas mag ook niet te groot worden voor een toepassing, omdat je dan parapluvorming krijgt. Net zoals bij andere contactmiddelen geldt de regel: wat we niet raken, is ook niet bestreden.
Propyzamide
Daarnaast heeft de actieve stof propyzamide (Kerb, Profiflo, Setanta SC) een goede werking tegen zowel grassen als breedbladige onkruiden. Boven-staande producten zijn typische najaarsherbiciden die snel afbreken onder invloed van licht en temperatuur. Daarom passen we ze idealiter later in het najaar toe, bijvoorbeeld vanaf de tweede helft van oktober. Kerb heeft een erkenning tussen het 4- en 5-bladstadium in koolzaad. Een groot voordeel is de grassenwerking, die werkt op basis van een ander werkingsmechanisme dan de middelen afkomstig uit de ACC’ase-familie. Op deze manier kan je aan resistentiemanagement doen en bestaande resistentiemechanismen van bijvoorbeeld resistent raaigras doorbreken.

Napropamide
Daarnaast kan een toepassing met een product op basis van napropamide zowel in vooropkomst als in naopkomst in het kiemlob- tot 4 echte bladstadium. Napropamide wordt onder andere in Frank-rijk veel toegepast tegen resistent raaigras en andere moeilijke grassen. De actieve stof is gevoelig voor de afbraak van licht en is daardoor ideaal voor gebruik in het najaar. In België vinden we deze actieve stof terug in het product Brando, waar het geformuleerd is samen met quinmerac en toegelaten is van het kiemlob- tot en met het 4 bladstadium. De grassenbestrijding kan samen met de insectenbestrijding gebeuren.
Groeiregulatie en middelenkeuze
Vanaf oktober bereikt koolzaad naar gewoonte het 4-6-bladstadium. Dit is het ideale moment voor een eerste groeiregulatie. Producten op basis van metconazool (Caramba, Metfin) kan je tussen het 4 en 8 bladstadium in het najaar inzetten tegen de ziekte phoma en, zodra de stengel 2 internodia heeft, in het voorjaar tegen legering en ziekte.
Het fungicide Caryx combineert metconazool met mepiquatchloride, een actieve stof die we ook kennen van de groeiregulatie in de granen. Caryx kan je vanaf het 4-6-bladstadium in het najaar toepassen, en in het voorjaar vanaf het verlengen van het eerste internodium. Dit kan in volle dosis aan 1,4 l/ha of via een splittoepassing met tweemaal 0,7 l/ha, bijvoorbeeld eenmaal in het najaar en eenmaal in het voorjaar. Let op: Caryx kan je dan weer niet gebruiken in bepaalde mengingen, zoals met de grassenmiddelen (onkruidbestrijding) om fytotox aan het gewas te vermijden.
Daarnaast kun je andere producten inzetten die we kennen vanuit de granenteelt, zoals Moddus en Next (beide op basis van trinexapac-ethyl) en Medax Top (mepiquatchloride + prohexadion-calcium). Tot slot kun je ook producten gebruiken op basis van tebuconazool tegen legering in het voorjaar zodra de bloemknoppen zichtbaar worden.

Voordelen van groeiregulatie
Groeiregulatie en het verkorten van koolzaad heeft meerdere voordelen, zoals een makkelijkere oogst, een meer homogene bloei en een gelijkmatigere afrijping van het gewas, met minder oogstverliezen tot gevolg. Let wel op: heb je op je perceel kans op veel duivenschade, dan kan het soms beter zijn om het gewas niet te verkorten.





