Het CAG verliest vanaf 2027 een pak subsidies
Het Centrum voor Agrarische Geschiedenis (CAG) verliest 30% van zijn Vlaamse werkingssubsidies. Deze ingreep maakt deel uit van een brede besparingsronde in de cultuursector van in totaal 47 miljoen euro door Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez (Vooruit).

Het CAG moet in 2027 en 2028 30% besparen. Het Centrum wordt bijna volledig gefinancierd door de Vlaamse overheid en heeft 2 budgetten: een eerste voor landelijke dienstverlening en een tweede voor het beheer van de collectie Bulskampveld, een verzameling van 8.500 landbouwwerktuigen. Voor de eerste moet bespaard worden op de werkingssubsidie. Voor het beheer van de collectie geldt de besparing in 2027, met de bedoeling om deze subsidie stop te zetten in 2028.
Hoop voor 2029
Yves Segers, coördinator van het CAG, hoopt dat de besparingen beperkt blijven tot de lopende beleidsperiode. “De huidige beleidsperiode loopt tot 2028. Wij begonnen ons stilaan klaar te maken om een beleidsplan in te dienen voor de periode van 2029 tot 2033. Als de aangekondigde besparingen enkele gelden voor 2027 en 2028, hopen we dat er in 2029 opnieuw over ‘groei’ kan onderhandeld worden en dat dan misschien deze hele besparing teruggedraaid wordt”, zegt Segers.
Welke toekomst voor Bulskampveld-collectie?
De besparing op zich wordt een moeilijke oefening. “Voor de Bulskampveld-collectie – met 3 officieel erkende Vlaamse topstukken – huren wij een depot en is er personeel dat de werking rond die collectie uitvoert. Daar knabbel je niet zomaar snel 30% van weg. Wij vragen ons ook af wat er op de langere termijn met die collectie zal gebeuren als de middelen helemaal wegvallen. Hoe belangrijk vindt de politiek deze collectie?”, vraagt Yves Segers zich af.
Strijdvaardig
Het CAG is strijdvaardig. “Wij zullen dit wel overleven als instelling. We bekijken alternatieve financiering, al is dat vandaag een flinke uitdaging. En we trekken ons op aan de verschillende awards die we recent kregen voor onze werking”, besluit Segers.
Het CAG werkte in 2025 nog erg nauw samen met onze redactie. In het kader van de 75ste jaargang van





