Startpagina Actueel

Grondwettelijk Hof zet deur open voor compensaties voor beschermingsstroken

Er is een uitspraak van het Grondwettelijk Hof over het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 december 2024 (het decreet over de beschermingsstroken) die volgens de indieners de deur openzet naar een compensatie voor het invoeren van deze stroken.

Leestijd : 4 min

Het beroep werd ingesteld door het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) en een reeks Limburgse boeren. De indieners argumenteren dat de invoering van de beschermingsstroken op akkers naast bepaalde waterlopen een vorm van onteigening is – door de ingrijpende beperkingen die worden opgelegd, waardoor er geen inkomen mogelijk is op die stroken - en dat daar een onteigeningsvergoeding moet tegenover staan. De Limburgse boeren spreken van duizenden euro’s verlies per jaar. Het gaat voor alle duidelijkheid niet over de bufferstroken in het kader van ecoregelingen of beheerovereenkomsten, maar over de beschermingsstroken langs VHA-waterlopen (Vlaams Hydrografische Atlas).

Sinds dit jaar verplicht

Sinds dit jaar is de aanleg van een beschermingsstrook verplicht langs alle VHA-waterlopen. De breedte van de beschermingsstrook hangt af van de ligging van het perceel en de hoofdteelt. De regels gelden vanaf de bovenste rand van het talud van de waterloop. De algemene regel luidt dat de beschermingsstrook 3 m breed is voor percelen langs VHA-waterlopen. Dit wordt 5 m voor percelen met een nitraatgevoelige hoofdteelten in gebiedstype 2 en 3. Dat wordt ook 5 m voor alle percelen in groene bestemmingen en voor alle percelen in SBZ-H, ongeacht de soort hoofdteelt of het gebiedstype.

Pesticide- en bemestingsvrij

De beschermingsstroken zijn pesticide- en bemestingsvrij, met inbegrip van bemesting door rechtstreekse uitscheiding, tenzij op het aangrenzende perceel gras wordt verbouwd als hoofdteelt of indien het om tijdelijke begrazing voor onderhoud gaat. Bovendien mogen beschermingsstroken enkel met spontane vegetatie of een meerjarig buffergewas bedekt zijn. Onder meerjarige buffergewassen worden gras, meerjarige vlinderbloemigen of meerjarige mengsels met vlinderbloemigen of houtige gewassen verstaan. Bewerkingen op beschermingsstroken zijn uitgesloten, op enkele uitzonderingen na. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de eerste meter van de beschermingsstrook en het overige gedeelte van de beschermingsstrook. Op het overige gedeelte van de beschermingsstrook zijn een aantal uitzonderingen op het bewerkingsverbod opgenomen.

Onevenredig nadeel?

Het Grondwettelijk Hof gaat niet mee in de argumentatie dat de beschermingsstroken een onteigening vormen. Wel zegt het Grondwettelijk Hof dat de overheid niet zonder vergoeding lasten kan opleggen die groter zijn dan die die een persoon in het algemeen belang moet dragen. Een onevenredig nadeel van een op zichzelf rechtmatige overheidsdaad (het decreet) mag niet ten laste komen van de getroffene, maar moet gelijkelijk over de gemeenschap worden verdeeld. Het Grondwettelijk Hof stelt dat als de beschermingsstroken op bepaalde specifieke percelen, wegens bijvoorbeeld hun vorm of het feit dat zij grenzen aan meerdere waterlopen, in de praktijk onevenredige gevolgen heeft, dat het dan aan de gewone rechter is om te bepalen of er een vergoeding moet betaald worden. Het gaat volgens het kabinet van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns daarbij niet over een ‘automatisch’ recht op vergoeding voor alle percelen waarop een beschermingsstrook ingevoerd werd.

Gezamenlijke oplossing

Volgens de Limburgse boeren is het nu aan minister Brouns om deze uitspraak van het Grondwettelijk Hof onder de loep te nemen. “We vragen een gezamenlijke oplossing, zodat niet elke boer met een perceel langs een VHA-waterloop individueel naar de burgerlijke rechtbank moet stappen om de inkomstenverliezen te compenseren”, zegt Roger Indekeu, één van de Limburgse boeren die het beroep indiende, namens BBB-Limburg (BoerBurgerBelangen).

Ook het ABS stelt dat een individuele beoordeling van elk geval door de rechter niet de juiste oplossing is. “De minister erkent de zware impact van de beschermingsstroken, wel dan moet hij er ook naar handelen. Verwijzen naar een onzekere gang naar de rechter getuigt van ondeugdelijk bestuur en komt vanuit de overtuiging dat enkel mondige landbouwers die er het geld voor over hebben dat ook zullen doen. Kleinere of minder mondige boeren komen hierdoor nog maar een keer in de kou te staan. Een dergelijke vorm van potentiële discriminatie zien wij liever niet”, stelt ABS-voorzitter Bruno Vincent.

Vergoeding voor kapitaalsvernietiging

“Het klopt dat er ecoregelingen zijn voor akkerranden, maar dat is gebaseerd op een onkostenvergoeding voor onderhoud. Die vergoeden niet de kapitaalsvernietiging en het verminderde inkomenspotentieel van de grond. Nu de uitspraak van het Grondwettelijk Hof en ook de minister zelf erkent dat de impact zwaar is, is het vrij evident dat een algemene billijke vergoeding voor kapitaals- en inkomensverlies er moet komen, los van eventuele verdere vergoedingen voor eventuele extra ecosysteemdiensten”, zegt Bruno Vincent.

De boeren vrezen bovendien dat het decreet over de beschermingsstroken nog zal aangescherpt worden met een grachtenkaart, die nog niet volledig is.

Filip Van der Linden

Lees ook in Actueel

Opnieuw geen dieren op komende Agribex

Agribex Fedagrim, de organisator van Agribex, kondigde nu al aan dat er op de komende editie van de beurs – in december 2027 – geen dierententoonstelling en prijskampen zullen georganiseerd worden.
Meer artikelen bekijken