Edito: De regels veranderen tijdens het spel is onaanvaardbaar
Als Vlaamse veehouder is het vandaag de dag niet evident om een nieuwe vergunning te krijgen. Het vergt veel kennis, tijd en geld. Er volgt bovendien nog een stressvolle periode tot wanneer je (hopelijk) groen licht krijgt. Als de overheid je tijdens ‘het spel’ dan nog eens terug naar start stuurt, kan dit de druppel te veel worden. Is dat het doel?

Het vermaledijde Vlaamse Stikstofdecreet trad in februari 2024 in werking. Tegen eind augustus van datzelfde jaar stapten 19 partijen, waaronder zowel landbouw-, natuur- als sectororganisaties en beroepsverenigingen uit de industrie en bedrijfswereld, naar het Grondwettelijk Hof om dit decreet aan te vechten.
Zo’n 2 jaar later – voorbije zomer dus – werd bevestigd dat hierover dit jaar geen uitspraak meer te verwachten valt. De rechtsonzekerheid – voor onder meer landbouwers, maar ook voor alle andere betrokken partijen – blijft dus nog zeker tot in 2027 bestaan. Alle partijen hebben er het raden naar waarom de procedure bij het Grondwettelijk Hof zó lang duurt. Het Hof zelf zwaait in dat kader onder meer met de grote techniciteit en omvang van het dossier. Naar verluidt telt het dossier zo’n 3.000 bladzijden, maar tegen eind dit jaar zijn we wel al zo’n 600 werkdagen ver sinds de procedures bij het Hof werden ingediend…
Een van de redenen waarom de landbouworganisaties naar het Grondwettelijk Hof stapten, was onder meer het gebruik van verouderde cijfers en onnauwkeurige modellen met grote onzekerheidsmarges om stikstof te reduceren. Intussen draait de vergunningverlening wel op basis van het geldende decreet. Alle veehouderijen moéten immers hun vergunningen tegen 2030 onder de loep nemen. Er moeten dus beslissingen worden genomen om stikstofreducties te realiseren.
Zowat elke procedure om een nieuwe vergunning aan te vragen, vergt niet alleen veel kennis – en dus de nodige begeleiding en ondersteuning door adviesbureaus – maar ook veel tijd en geld. Wanneer een overheidsdienst dan plots impactvolle wijzigingen aan belangrijke berekeningstools doorvoert zonder overleg of een overgangsperiode, dan kun je je daar toch wel grote vragen bij stellen.
Moeten alle lopende vergunningsaanvragen nu terug naar de tekentafel? Beseft men wel dat het runnen van een landbouwbedrijf een levenswerk is en geen Monopoly-spel waar je de spelers om de haverklap ‘terug naar start’ kan sturen? Dat de investeringen écht geld vergen? Dat de rechtsonzekerheid zo nog langer aanhoudt? En intussen tikt de tijd en sluipt 2030 dichterbij. Het water staat bij heel wat ‘spelers’ aan de lippen, die extra druppels kunnen er écht niet meer bij.





