Primaire sector blijft de FAVV-primus

Herman Diricks, gedelegeerd  bestuurder van het FAVV,  zag vooral  positieve evoluties in de voedselveiligheid, zijnde met variaties.
Herman Diricks, gedelegeerd bestuurder van het FAVV, zag vooral positieve evoluties in de voedselveiligheid, zijnde met variaties.

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) presenteert elk jaar zijn cijfers over de talrijke controles die het uitvoert. Het FAVV doet echter ook meer dan dat: het probeert ervoor te zorgen dat er deuren opengaan voor export naar andere landen en zet ook in op voorlichting.

Het ondersteunen van de export kan ook een argument zijn om de - zoveelste - controle op uw bedrijf beter te verdragen. “We hebben ondertussen een goede reputatie opgebouwd in het buitenland, maar we mogen niet op onze lauweren rusten. Voor het behoud ervan is de kwaliteit en de geloofwaardigheid van de certificaten die het FAVV dagdagelijks aflevert van primordiaal belang”, aldus gedelegeerd bestuurder Herman Diricks.

De consument

wil het proper

Het FAVV ‘waakt over de veiligheid van de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant’, zo luidt het in haar opdracht. Het Agentschap staat vooral ten dienste van de consument. Vorig jaar kreeg het FAVV zo’n 3.700 klachten van de consument te verwerken, een daling met ruim 3 % ten opzichte van 2015.

Die klachten gingen vooral over de hygiëne van lokalen en personen. Op de tweede plaats volgden klachten over producten en bewaring. Pas op de derde plaats komen klachten over voedselvergiftigingen.

Begeleiden en bijleren

Het FAVV controleert niet alleen, maar begeleidt ook en leidt op. Daarvoor heeft het een voorlichtingscel en een begeleidingscel. Die begeleidingscel is specifiek gericht op kleine producenten zoals hoeveverwerkers. Niet alle opleidingen zijn overigens vrijwillig; soms krijgen operatoren een opleiding opgelegd als alternatief voor administratieve boetes. “Het doel is om te helpen aan de wettelijke vereisten te voldoen”, aldus de heer Diricks. Vorig jaar kregen 8.364 deelnemers een voorlichtingssessie van het Voedselagentschap. Dat zijn er ruim 1.000 minder dan in 2015. “We geven ze meer op vraag”, klonk de verklaring.

In die wettelijke vereisten kwamen er ook een aantal nieuwigheden in de administratieve vereenvoudiging. Het gaat om uitzonderingen voor nutritionele etikettering gericht op kleine hoeveelheden voor de plaatselijke detailhandel. Het gaat over voorverpakte producten met het oog op onmiddellijke verkoop.

Overigens ‘leert’ het FAVV zelf ook bij. Het financierde een aantal onderzoeksprojecten over onder andere het droogrijpen van vlees en de groei van de listeriabacterie in artisanale kazen en hoeveboter. “We willen hiermee info verzamelen voor kleine producenten om hun processen te verbeteren”, stelde Herman Diricks.

In 2016 voerden de inspecteurs zo’n 120.000 missies uit, bij 66.000 bedrijven. Een klein deel daarvan zijn aangekondigde controleacties. “De EU verbiedt het eigenlijk, maar er zijn hierop wel uitzonderingen mogelijk waar we gebruik van maken”, aldus de heer Diricks.

Overigens kan u ook een klacht indienen als u niet tevreden bent over uw contacten met het FAVV. Vorig jaar kreeg het Federaal Agentschap er zo’n 94, een kleine stijging ten opzichte van het jaar voordien. Zowat in een kwart van de gevallen (25 keer), bleek die klacht ook gegrond.

Autogids

werpt vruchten af

Centraal in het Belgische voedselveiligheidssysteem staat het autocontrolesysteem met zijn sectorgidsen. De primaire productie was er al sinds het begin bij om mee op de kar te springen. Maar liefst vier op de vijf bedrijven met een autocontrolesysteem zijn bedrijven uit de primaire productie.

In de andere sectoren gaat het om veel minder bedrijven. Er is ook daar een toename, maar deze blijft bescheiden. Nochtans bewijst het toepassen van een gevalideerd autocontrolesysteem wel zijn nut. Bedrijven die dit doen, passeren in 89 % van de gevallen een controle zonder opmerkingen. Bij bedrijven zonder toegepaste sectorgids bedraagt dit percentage slecht 66,5 %.

Betere papieren

Het aantal controles daalde van 122.700 naar 119.500. Aan de oorzaak hiervan liggen besparingen in personeel. De resultaten zijn evenwel goed te noemen, met 87,3 % gunstige checklists. De trend is nog lichtjes stijgend.

Kijkend naar een onderverdeling, blijken vooral de administratieve gegevens iets beter bijgehouden te zijn dan het jaar voordien (+2,4 %). “Het is het resultaat van een aantal vereenvoudigingen die we doorvoerden”, klopt de gedelegeerd bestuurder zich enigszins op de borst.

Beter dan pita

Voor inrichting en hygiëne scoort de primaire plantaardige productie 0,4 % lager dan vorig jaar, terwijl de horeca met 6,1 % stijgt op dit item. Context zegt evenwel alles.Voor het afgelopen jaar scoort de primaire plantaardige productie 98,1 %; de horeca nog altijd maar 55,7 %. Voor de landbouw is er een soort van plafondeffect. Veel beter dan nu kan gewoon niet meer. Datzelfde geldt dus zeker niet voor de horeca. Pitazaken hangen in die categorie nog eens aan het staartje. Slechts 41,2 % werd er als gunstig beoordeeld, een achteruitgang met 3 % ten opzichte van 2015.

Ook in de horeca geldt dat bedrijven met een gevalideerd autocontrolesysteem het merkelijk beter doen.

Inbeslagnames

Het FAVV controleert, en als er niet aan de voorwaarden voldaan is, dan kunnen er waarschuwingen, PV’s, boetes, inbeslagnames en tijdelijke sluitingen volgen. Omdat het gaat over bulkproducten, voeren in beslag genomen granen (2.066 ton) en diervoeders (379 ton) wel de rangschikking van de in beslag genomen producten aan.

Waakzaamheid is er

Het Agentschap heeft de gewoonte om de gehele voedselveiligheid jaarlijk in één score te vatten, wat het FAVV de Barometer voedselveiligheid gedoopt heeft. Die barometer laat een duidelijke stijgende tendens zien vanaf 2008, maar kende nu toch een lichte achteruitgang. “We zitten wat aan een plafond”, verduidelijke Herman Diricks. Dezelfde trend is merkbaar in de barometer dierengezondheid. “Niettegenstaande, wat de verplichte dierziektemelding betreft, hebben we eerder het gevoel dat de waakzaamheid zelfs gestegen is”, zo gaf hij mee.

Het melden van dierziekten is bijvoorbeeld zeer relevant in het kader van vogelgriep. Ons land is het statuut van ‘vogelgriepvrij’ kwijt, waarop sommige landen zoals Zuid-Afrika pluimveeproducten van bij ons tegenhouden aan de grens. Toen vogelgriep enkel in de buurlanden te vinden was, kon ons land commercieel profiteren, nu geldt eerder het tegenovergestelde.

Van de nu 13 plaatsen waar er vogelgriep in ons land werd vastgesteld, ging het 11 keer om een hobbyhouder. “Professionele actoren dragen de gevolgen van wat er in de amateursector gebeurt”, stelde de heer Diricks vast. Bioveiligheid is in de primaire sector goed ingeburgerd. “Maar als wij de burger vragen om bijvoorbeeld de ophokplicht te respecteren, is het belangrijk dat dit ook gebeurt”, gaf hij tot slot mee.

IDC

Meest recent

Meest recent