Laagste tarweopbrengsten sinds 2017

Het nieuwe USDA-rapport druk wat op de tarweprijzen.
Het nieuwe USDA-rapport druk wat op de tarweprijzen. - Foto: TD

Het rassenonderzoek werd gerealiseerd door:

- de Vlaamse overheid, departement Landbouw en Visserij, afdeling Beleidscoördinatie en Omgeving, team voorlichting in samenwerking met Inagro vzw, afdeling Akkerbouw, Rumbeke-Beitem (proefplaats Sint-Martens-Lennik, provincie Vlaams-Brabant). Deze proef werd niet weerhouden door een onregelmatige standdichtheid.

- de Vlaamse overheid, departement Landbouw en Visserij, afdeling Beleidscoördinatie en Omgeving, team voorlichting in samenwerking met Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant vzw en Inagro vzw, afdeling Akkerbouw, Rumbeke-Beitem (proefplaats Bertem, provincie Vlaams-Brabant)

- Inagro vzw, afdeling Akkerbouw, Rumbeke-Beitem (proefplaatsen: Koksijde en Zuienkerke-Houtave in de kustpolder, en Zwevegem-Sint-Denijs, provincie West-Vlaanderen).

- Universiteit Gent, faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, vakgroep plant en gewas en Hogeschool Gent, faculteit Natuur en Techniek, Gent (proefplaats Melle, provincie Oost-Vlaanderen)

- vzw PIBO Campus en het Provinciaal Instituut voor Biotechnisch Onderwijs (PIBO), Tongeren (proefplaats Tongeren-Koninksem, provincie Limburg)

- het Vrij Technisch Instituut, Land- en Tuinbouw, Poperinge (proefplaats Poperinge, provincie West-Vlaanderen). Deze proef werd niet weerhouden door een onregelmatige standdichtheid.

Een overzicht van de rassen in proef is weergegeven in Tabel 1.

Het rassenonderzoek vond plaats onder praktijkomstandigheden. Er werd een standaard zaaizaadbehandeling toegepast.

De ziektebestrijding werd uitgevoerd op basis van de ziektedruk in het perceel, en omvatte 2 fungicidebehandelingen (bladbehandeling en aarbehandeling) op alle proefplaatsen.

Korrelopbrengsten

Bij de rassenkeuze zijn, voor wat de korrelopbrengst betreft, enkele criteria belangrijk, namelijk de regelmatigheid van het ras over de diverse proefplaatsen binnen hetzelfde jaar en de regelmatigheid van het ras over de jaren.

Bij de rassenkeuze is het immers niet aangewezen om zich enkel te laten leiden door de opbrengstcijfers van één jaar. Om het opbrengstvermogen van een ras optimaal te evalueren is het nodig om resultaten over meerdere proefjaren (bij voorkeur minstens 3 ) te beschouwen. De opbrengstcijfers van één jaar zijn immers eigen aan de groei- en klimaatsomstandigheden van het betreffende jaar. Gesteld kan worden dat het meerjarige gemiddelde van een ras des te betrouwbaarder is naarmate de korrelopbrengst van het ras over de jaren stabieler is.

Bij de rassen waar slechts één jaar resultaten beschikbaar zijn, is de nodige omzichtigheid zeker geboden bij de beoordeling.

Daarnaast dient er bij de rassenkeuze ook rekening gehouden te worden met onder andere legergevoeligheid, ziektegevoeligheid of andere eigenschappen.

Tevens is het belangrijk om, in functie van het uit te zaaien areaal wintertarwe, meerdere rassen te kiezen om aldus aan risicospreiding te doen. Resultaten uit het verleden leren trouwens dat het opbrengstpotentieel van rassen wisselend kan zijn in functie van het perceel en het jaar; soms zijn zowel de perceelsverschillen als de jaarverschillen zelfs zeer groot.

Eveneens wordt vastgesteld dat in functie van de vroegrijpheidsklasse (vroege tegenover late rassen) de resultaten wisselend kunnen zijn tussen de jaren. Hetzelfde wordt ook vastgesteld met de zaaidatum (vroege tegenover late zaai). Om dit te ondervangen is spreiding van de rassen in vroegrijpheid aan te bevelen en bij de zaai ook om het spreiden in zaaidatum. Dit alles moet uiteraard ook bekeken worden met de mogelijkheden op perceelsniveau.

In de hiernavolgende tabellen is de korrelopbrengst per ras weergegeven in relatieve cijfers (procenten) ten aanzien van het gemiddelde resultaat van de getuigerassen. De gemiddelde opbrengst van een ras over de proefplaatsen is uiteraard betrouwbaarder naarmate het op een groter aantal proefplaatsen slaat en de korrelopbrengst over de proefplaatsen regelmatiger is.

Leem- en zandleemgebied: slechts 3 locaties

De resultaten van de locaties Zwevegem (Sint-Denijs), Melle en Bertem worden weergegeven in tabelvorm (tabel 2). De proef te Tongeren (Koninksem) vertoonde zware legering vanaf juni door de weersomstandigheden en wordt daarom niet opgenomen in het jaargemiddelde en in de gezamenlijke tabel. De resultaten van deze proef worden afzonderlijk weergegeven in tabel 3, samen met de vastgestelde legering. De proeven op de locaties Poperinge en Sint-Martens-Lennik werden stopgezet omwille van de zware neerslag kort na de zaai, met onregelmatige standdichtheid als gevolg.

Resultaten leem- en zandleemgebied

In leem- en zandleemgebied werden 29 rassen uitgezaaid, waarvan 27 over de 3 locaties. De rassen Crossway en Gravity werden enkel in Melle beproefd.

Rassen 5 jaar in proef

Slechts 3 rassen draaien al 5 jaar mee in de proefwerking: Gedser, KWS Smart en Mentor. Gedser doet het goed over de laatste 5 jaar, met een gemiddelde van 103,8%. In 2021 kreeg het ras een plaatsje in de top 5 met een gemiddeld resultaat van 106,0%. KWS Smart scoorde gemiddeld tot eerder goed over de laatste 5 jaar, en steeds gemiddeld beter dan de getuigerassen, ook in 2021. Mentor scoorde gemiddeld. In 2021 en 2020 scoorde het ras minder dan 100%

Rassen 4 jaar in proef

Chevignon, Gleam en Johson liggen sinds 2018 in proef tot 2021. Chevignon deed het goed over de laatste 4 jaar. Gleam en Johnson scoorden in 2021 onder het gemiddelde, met respectievelijk 3,8% en 7,1%. Hiermee behaalde Johnson dit jaar het tweede slechtste resultaat. In 2018 en 2020 behaalde beide rassen echter goede resultaten. In 2019 deed Johnson het ook goed, maar Gleam gemiddeld.

Rassen 3 jaar in proef

Van 2019 tot 2021 lagen LG Skyscraper, Campesino, KWS Extase en WPB Calgary in proef. LG Skyscraper scoorde gemiddeld tot goed over de hele periode. Campesino deed het goed in 2021, 3,1 % onder het gemiddelde in 2020 en zeer goed in 2019. KWS Extase deed het gemiddeld tot goed over de laatste 3 jaar. WPB Calgary ten slotte scoorde 1,7 % onder het gemiddelde in 2021, gemiddeld in 2020 en goed in 2019.

Rassen 2 jaar in proef

Zeven rassen lagen al 2 jaar in proef. KWS Keitum scoorde die 2 jaar meer dan 5% boven het gemiddelde en deed het dus zeer goed. Dit jaar was dit het beste ras voor het leem- en zandleemgebied. SU Ecusson deed het goed over de laatste 2 jaar. LG Spotlight, SU Hymalaya, SY Insitor, Winner en Avignon deden het in 2021 allemaal ondergemiddeld, variërend van 8,5% tot 2% minder dan het gemiddelde. LG Spotlight en Winner deden het nog goed in 2020. SU Hymalaya deed het in 2020 nog gemiddeld. Avignon scoorde gemiddeld 95,1%, maar was met een score van 91,5% in 2021 de slechtste van de lijst.

Nieuw in proef

Maar liefst 10 rassen lagen voor de eerste keer in proef. KWS Donovan en KWS Sverre vielen op door de zeer goede resultaten en staan dan ook met een mooie score in de top 5 van 2021. Hyvega en KWS Dag deden het goed. SU Hyacinth en LG Cambria deden het gemiddeld. SY Hiking, RGT Perkussio, WPB Monfort en Solange CS deden het ondergemiddeld.

In Tongeren

De resultaten van de rassen bleek helemaal anders in Tongeren, in vergelijking met het gemiddelde resultaat over de locaties Zwevegem, Melle en Bertem. KWS Keitum, KWS Donovan, KWS Sverre en Gedser scoorden meer dan 5% boven het gemiddelde over deze 3 locaties. In Tongeren deed enkel KWS Donovan het zeer goed, de andere 3 rassen deden het minder goed ten opzichte van de getuigerassen. Andere rassen die in Tongeren meer dan 5% boven het gemiddelde scoorden, waren SU Hyking, Gleam en RGT Percussio. Deze haalden het gemiddelde zelfs niet over de locaties Zwevegem, Melle en Bertem.

In Tongeren was er sprake van veel legering, maar er was wel een verschil te bemerken tussen de rassen. De rassen met de meeste legering (score 1,0) waren KWS Smart, Hyvega en Mentor. De rassen met de minste legering (score 3,3 tot 3,5) waren Winner, Gedser en Avignon.

Resultaten kustpolder

De resultaten van de locaties Koksijde en Houtave worden weergegeven in tabelvorm (tabellen 5 en 6). Er werden 27 rassen uitgezaaid.

Rassen 5 jaar in proef

Net als in het leem- en zandleemgebied liggen ook in de kustpolder KWS Smart, Gedser en Mentor al 5 jaar in proef. KWS Smart scoorde 2,4% onder het gemiddelde in 2021 en 1,5% onder het gemiddelde in 2019. Het deed het wel goed in 2020, 2018 en 2017. Gedser deed het gemiddeld in 2021 en goed in 2020 en 2017. In 2018 deed het echter 6,6 % onder het gemiddelde. Mentor ten slotte scoorde over de laatste 5 jaar 1,7 % onder het gemiddelde.

Rassen 4 jaar in proef

Gleam en Johnson liggen sinds 2018 in proef. Gleam deed het gemiddeld in 2021, Johnson deed het 8,1 % onder het gemiddelde in 2021. Beide rassen scoorden echter goed in 2020 en 2019, en zeer goed in 2018.

Rassen 3 jaar in proef

LG Skyscraper, WPB Calgary en Campesino liggen in de periode 2019-2021 in proef. LG Skyscraper deed het goed over die periode en WPB Calgary deed het gemiddeld. Campesino deed het goed in 2021, 6,9 % onder het gemiddelde in 2020 en gemiddeld in 2019.

Chevignon lag ook 3 jaar in proef. Het scoorde goed in 2021 en 2019, maar scoorde 7,2 % onder het gemiddelde in 2018. In 2020 werd dit ras niet uitgezaaid voor de rassenproef.

Rassen 2 jaar in proef

In de kustpolder lagen er 6 rassen voor het tweede jaar in proef, in de periode 2020-2021. SU Hymalaya en SU Ecusson deden het gemiddeld tot zeer goed over de 2 jaar. SU Ecusson behaalde het beste resultaat in 2021. LG Spotlight scoorde gemiddeld tot goed over de laatste 2 jaar. SY Insitor scoorde 2% onder het gemiddelde in 2021 en goed in 2020. Winner scoorde over de 2 jaar gemiddeld 3,1% onder het gemiddelde, en Avignon 6,5%. Hiermee deed Avignon het in de kustpolder het slechtst van alle rassen.

KWS Extase lag enkel in proef in 2019 en 2021. Terwijl dit ras het goed deed in 2021, scoorde het 2,4% onder het gemiddelde in 2019.

Nieuw in proef

In de kustpolder lagen 11 rassen voor de eerste keer aan. KWS Donovan en Hyvega behaalden zeer goede resultaten en staan in de top 3 van 2021. KWS Sverre, SU Hyacinth en KWS Dag scoorden goed. KWS Keitum, LG Cambria en WPB Monfort deden het dan weer gemiddeld. Onder het gemiddelde scoorden Solange CS, SU Hyking en RGT Perkussio.

Lagere korrelopbrengsten

Zowel in leem- en zandleemgebied als in de kustpolders werd ten opzichte van vorige jaren lagere korrelopbrengsten waargenomen.

Over de locaties heen werd gemiddeld 9.481 kg/ha geoogst in leem- en zandleemgebied, dat is meer dan 2 ton minder dan in 2020, toen de korrelopbrengst 11.786 kg/ha bedroeg. In Tongeren werd het laagste resultaat genoteerd: 8.963 kg/ha. In de periode 2017 - 2020 varieerden de opbrengsten gemiddeld tussen de 11.292 kg/ha (in 2018) en 12.497 kg/ha (in 2019).

Ook in de kustpolder vallen de resultaten dit jaar tegen. Gemiddeld over de 2 locaties werd een korrelopbrengst bekomen van 10.872 kg/ha. Ten opzichte van 2020 is dat een halve ton minder per ha. Daarbij moet worden opgemerkt dat de resultaten in de periode 2017-2019 opmerkelijk beter waren, variërend tussen 12.463 kg/ha in 2018 en 15.410 kg/ha in 2019.

Het resultaat dit jaar is dus niet bijster goed. De rassen deden het gemiddeld veel slechter dan de algemeen zeer goede resultaten in 2019, en zelfs minder dan het minder goede 2018.

Belang van locatie

Ook dit jaar benadrukken we het belang van de locatie voor het resultaat rond de korrelopbrengsten. In het leem- en zandleemgebied bewijst de situatie van Tongeren – waar legering de proeven teisterden – dit nog maar eens ten opzichte van de andere locaties. Zo zijn er rassen in het leem- en zandleemgebied waarbij tussen de locaties de resultaten meer dan 5% verschillen, zoals bij KWS Keitum het geval is. Bij Campesino is de spreiding zelfs 10%. Bij andere rassen liggen de resultaten dan weer dichter bij elkaar, zoals bij SU Hymalaya of Avignon.

Het staat buiten kijf dat ook bodemtype een belangrijke rol speelt. Een ras dat het goed doet in leem- en zandleemgebied, doet het niet automatisch even goed in de kustpolder, en andersom. Gedser bijvoorbeeld, behaalde een gemiddelde van 106,0% in leem- en zandleemgebied, en een lagere score van 99,6 % in de kustpolder. In het algemeen kan wel gezegd worden dat rassen die in het ene gebied bovengemiddeld scoorden, ook bovengemiddeld scoorden in het andere gebied. Hetzelfde geldt voor de rassen die ondergemiddeld scoorden.

Bladziekten

Voor bladvlekken zijn de minder gevoelige rassen SU Ecusson en WPB Monfort (enkel in proef in 2021). De meest gevoelige rassen zijn RGT Perkussio, SU Hyacinth (hybride), SU Hyking (hybride) (3 rassen met slechts 1 jaar proefresultaten: 2021), Winner en Avignon.

Voor gele roest zijn de minst gevoelige rassen KWS Extase, SU Ecusson, WPB Monfort en Solange CS. De 2 laatst genoemde rassen lagen wel enkel in proef in 2021. Ook bij de minder gevoelige rassen behoren Johnson, Chevignon en WPB Calgary. De meest gevoelige rassen zijn Campesino en LG Spotlight. Ook bij de gevoeligere rassen behoren Gedser, Gleam, KWS Smart, SU Hymalaya (hybride), Hyvega (hybride), en KWS Donovan. De 2 laatst genoemde rassen lagen wel enkel in proef in 2021. Daarenboven is er waakzaamheid vereist bij KWS Keitum.

Voor bruine roest ten slotte zijn de minst gevoelige rassen KWS Dag, SU Hyacinth (hybride), RGT Perkussio en Hyvega (hybride). Dit zijn 4 rassen met slechts 1 jaar proefresultaten, namelijk van 2021. Het meest gevoelig zijn Gedser, SY Insitor, KWS Donovan (enkel in proef in 2021). Daarenboven is er waakzaamheid vereist bij Avignon (in 2020).

Andere parameters

Het hectolitergewicht van de wintertarwe bedroeg gemiddeld over alle rassen en proefplaatsen 75,4 kg in 2021, tegenover 79,0 kg in 2020 en 77,6 kg in 2019. Hyvega en KWS Donovan hadden het hoogste hectolitergewicht, LG Skyscraper en Johnson het laagste.

Het duizendzadengewicht van de wintertarwe bedroeg gemiddeld over alle rassen en proefplaatsen 39,4 g in 2021, tegenover 46,8 g in 2020 en 48,6 g in 2019. Bovenaan de lijst, met de hoogste score, staan KWS Smart KWS Keitum en Gedser. Onderaan, met de laagste score, RGT Perkussio, SY Insitor en Mentor.

Het vochtgehalte van de wintertarwe bij de oogst bedroeg gemiddeld over alle rassen en proefplaatsen 14,9% in 2021, tegenover 12,7% in 2020 en 14,5% in 2019. De lijst is ingedeeld in 3 blokken, gaande van tamelijk lage naar tamelijk hoge vochtgehaltes. In 2021 staat KWS Sverre het hoogst, met een score van 15,4% en Avignon het laagst met 14,4%.

De strolengte werd in de proefveldwerking gemeten na het toepassen van groeiregulatoren. In 2021 bedroeg de gemiddelde strolengte 90,4 cm. Toen bezorgden de rassen KWS Sverre en KWS Smart het langste stro, en Gleam en RGT Perkussio het kortste stro.

Vanaf 2017 kwam er vrijwel geen legering voor in de rassenproeven, waardoor de rassen niet adequaat konden beoordeeld worden naar legergevoeligheid.

Uitzaaien van kwaliteitstarwe (maalderijtarwe)

Wanneer overwogen wordt om kwaliteitstarwe uit te zaaien, dient deze keuze doordacht te gebeuren. Men moet zich vooraf vergewissen of er afzetmogelijkheden voorhanden zijn en of het gekozen afzetkanaal specifieke kwaliteitseisen stelt of specifieke rassen wenst.

Bovendien dient men het opbrengstpotentieel van het gekozen kwaliteitsras samen met de te verwachten verkoopprijs te evalueren en te vergelijken met het financieel inkomen dat kan bekomen worden met de klassieke tarwerassen. Let wel, de verkoopprijs van kwaliteitstarwe kan rasspecifiek zijn, daarenboven kan de prijs regionaal en/of in functie van het afzetkanaal sterk variëren.

Kwaliteitstarwe vraagt wel een aangepaste teelttechniek. Hierbij horen het toedienen van een stikstoffractie rond de bloei, een adequate groeiregulatie (bepaalde rassen zijn namelijk behoorlijk legergevoelig) en een afdoende ziektebestrijding (een goede aarbescherming is absoluut noodzakelijk, indien nodig dienen vooraf de bladziekten bestreden te worden).

D. Wittouck, K. Boone, J. Claeys, B. Vervisch (Inagro vzw, afdeling Akkerbouw, Rumbeke-Beitem)

F. Flusu, J.L. Lamont, M. Abts (Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Beleidscoördinatie en Omgeving, Team voorlichting)

V. Derycke, G. Haesaert (Universiteit Gent, faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, vakgroep plant en gewas, Gent)

D. Xhonneux, J. Bode, L. Claikens, R. Paumen, S. Smets (vzw PIBO Campus en het Provinciaal Instituut voor Biotechnisch Onderwijs (PIBO), Tongeren)

P. Vermeulen, S. Vandeputte (Vrij Technisch Instituut, Land- en Tuinbouw, Poperinge)

Verwerking door MV

Meest recent

Meest recent