Startpagina Aardappelen

Aardappelmarkt en -keten dé gespreksonderwerpen in Westmaas (NL)

Na een digitale ‘corona-editie’ in 2020 ging er vorige week in het Nederlandse Westmaas terug een fysieke Aardappeldemodag door. Prachtig weer en enthousiaste bezoekers maakten er wederom een topeditie van.

Leestijd : 7 min

Een fysieke Aardappeldemodag vindt iedereen wel erg fijn. Dit vergt 1 jaar voorbereidingstijd en, gezien de corona-perikelen van afgelopen jaar, zorgde dit toch wel voor enkele spannende momentjes bij de organisatoren.

Productie verdubbelen

Sjoukje Heimovaara, voorzitster van de raad van bestuur Wageningen University & Research (WUR), mocht de officiële opening van de Aardappeldemodag mee verzorgen. Zij verwees onmiddellijk naar een uitspraak die de directeur-generaal van de wereldvoedselorganisatie (FAO) eerder dit jaar had gedaan op het wereldaardappelcongres. Die maakte toen een statement door de zeggen dat er een nog veel grotere plaats is voor de aardappel in de wereldvoedselvoorziening. Hij verwacht dat tegen 2030 de productie van aardappelen kan verdubbelen.

In de Benelux wordt er per persoon op één jaar tijd ongeveer 86 kg aardappelen geconsumeerd. Dat is echter niet overal in de wereld zo, dus er zijn nog behoorlijke opportuniteiten. De grootste groei wordt verwacht in Afrika en Azië. WUR-voorzitster Heimovaara ziet vooral voor veredelaars en pootaardappelproducenten veel kansen.

Krachtige sector

‘De aardappel is de kurk waar de Nederlandse akkerbouw op drijft’, werd gezegd tijdens de officiële opening van de Aardappeldemodag. “Dit evenement is ook een voorbeeld van hoe krachtig deze sector is”, aldus Sjoukje Heimovaara, “maar er is nog veel te doen. Het klimaat verandert en de sector heeft nog werk, of het nu nat of droog is. Er zijn grote uitdagingen. Deze sector is echter niet voor niets de nummer 1 in de agrarische sector. De sector is juist groot geworden door de uitdagingen aan te pakken, of deze nu komen door het veranderende klimaat of door de overheid. De uitdagingen maken de sector sterker, door innovatie in teelt, verwerking of rassen”, stelde Heimovaara.

Telkens komen er nieuwe oplossingen en WUR draagt daar graag zijn steentje toe bij. Zo bieden ze steun aan onderzoeksprojecten: bewaring zonder chemische middelen en hoe omgaan met klimaatveranderingen.

De voorbije Aardappeldemodag was een schot in de roos.
De voorbije Aardappeldemodag was een schot in de roos. - Foto: TD

Het is echter niet het onderzoek dat de sector zo krachtig maakt, maar wel de samenwerking in de keten. “Aardappelen kwam 400 jaar geleden naar Nederland, maar ik ben ervan overtuigd dat er nog groei in zit”, meende Sjoukje Heimovaara.

Unieke aardappelcluster

Ook Dick Hylkema, directeur van de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO), nam het woord tijdens de officiële opening van de Aardappeldemodag en deelde volgens ons inziens op subtiele wijze een sneer uit richting Nederlandse (landbouw)politiek.

Hij wees er onmiddellijk op dat Nederland een unieke ‘aardappelcluster’ heeft, ook al is het een klein land. Het produceert niet alleen belangrijk uitgangsmateriaal (pootgoed), hun sector bevat ook veredelaars, telers, handel, logistiek, toeleveranciers en afnemers/verwerkers. Hiernaast wees hij op de onderwijsinstellingen en de overheid. Deze laatste faciliteren de exportpositie. Mede hierdoor staat Nederland op dit punt sterk.

“Die keten is een unieke cluster waar te weinig mensen het bestaan van weten”, stelde Hylkema. “Export is een manier om uw bedrijfstak ter beschikking te stellen voor andere landen.” Nederlands pootgoed gaat zo naar 120 landen (ook bijvoorbeeld Afrika). Hiermee kunnen buitenlandse boeren hun productie verhogen. Bedrijfstakken hangen dus samen.

Aardappelteelt behouden

“Nederland heeft de aardappelteelt en ieder deel uit die cluster nodig”, liet de NAO-directeur krachtdadig verstaan. “Het aardappelareaal moet behouden worden in Nederland: dat is de boodschap aan de politiek.” Hij wees op het belang van export. De helft van de export blijft binnen een straal van 600 à 700 km. “Dat noemen ze in Amerika lokaal.”

De gemiddelde Nederlander eet 2 tot 3 keer per week aardappelen, haalde Dick Hylkema aan. “We willen de mensen bijbrengen dat dit een gevarieerd voedingsmiddel is, dat het zelfs gemaksvoeding kan zijn om snel iets te bereiken en dat het in Nederland geteeld wordt. We moeten het besef bijbrengen dat dit groeit in de mensen hun achtertuin.”

Hij wees in zijn betoog ook op de relatie tussen de handel en de wetenschap. Voor sommigen lijkt dit misschien verrassend, maar handel is niet enkel inspelen op het spel van vraag en aanbod. Samen met de wetenschap wil de handel op lange termijn op zoek naar nieuwe rassen. Daarom investeert de handel mee in onderzoek.

“Zonder een sterke aardappelteelt in Nederland is er geen toekomst voor de rest van de keten in Nederland, of het nu gaat over veredelaars of frietverwerkers.” Zo sloot de NAO-directeur zijn uiteenzetting af, waarbij hij duidelijk opriep om de landbouw in Nederland te behouden.

Aardappelmarkt vertelt ieder jaar een ander verhaal

Edwin Burgers, directeur Boerenbusiness, had het tijdens de Aardappeldemodag in een voordracht over de aardappelmarkt die ieder jaar een ander verhaal vertelt, wat toch een bijzondere eigenschap is.

Terugkijkend naar de laatste jaren stelde hij dat een markt die een aardappelprijs oplevert van 20 euro/100 kg, prijstechnisch een goed jaar betekent. Een goed rendement betekent het daarom nog niet, want de teler moet de aardappelen wel hebben natuurlijk. Onder de 10 tot 15 euro/100 kg mag je spreken van een slecht aardappeljaar. Problematisch is ook als de ‘aardappelmarkt’ een negatieve stemming heeft. Dit juk gooi je er niet zo terug vanaf. Een te goede stemming is ook niet bevorderlijk, want goede prijzen leiden tot het verbouwen van meer aardappels het jaar daarna. Het aanbod gaat omhoog bij gelijkblijvende vraag, dus dan dalen de prijzen veelal.

Een bijzonder jaar was het coronajaar 2020. De aardappelprijs zat toen op die eerder vernoemde 20 euro. Corona kwam en de markt zakte naar 2 euro/100 kg. Het waarom hierachter legde Edwin Burgers uit als het sluiten van de horeca en het gedacht dat er geen friet meer zal worden geconsumeerd. Achteraf bleek dit maar deels te kloppen en bleef de frietconsumptie toch nog op een behoorlijk niveau door afhaal- en thuisbezorgdiensten. Vooral via dit laatste blijkt er in Nederland nog meer friet aan de man gebracht te zijn dan bij ons. In het jaar 2020 kreeg de aardappelmarkt verder geen stemming meer. Corona was het verhaal en daar bleef het bij.

Moeizaam hinken

Dit jaar is de markt nog moeizaam van start gegaan door corona, maar dit werd snel losgelaten. De markt is terug gestegen omwille van de slechte groei-omstandigheden (droogte) en de slechte oogst die verwacht wordt.

Burgers zag niet overal een even slechte oogst. In bepaalde delen van Nederland, zeker niet allemaal, waar beregend kon worden, kan het nog best meevallen. Slechter schatte hij het in voor delen van Vlaanderen, Wallonië en de ‘kop’ van Frankrijk; de regio waar de meeste frietaardappelen worden geteeld. Wie vandaag aardappelen kan leveren, lijkt wel te verdienen. Al gaf Edwin Burgers makkelijk toe dat de markt ‘hinkt’ vandaag.

Edwin Burgers bracht het verhaal van de aardappelmarkt, dat ieder jaar anders is.
Edwin Burgers bracht het verhaal van de aardappelmarkt, dat ieder jaar anders is. - Foto: TD

“Bepalend voor de marktprijs van aardappelen is het frietareaal. Toch is dat niet het belangrijkste, dat zijn de groeiomstandigheden in Noord-Frankrijk, de Benelux en Duitsland.”

Hiernaast mag niet vergeten worden dat Polen een belangrijk aardappelproducerend land is geworden. Zwitserland is dan weer een gesloten bastion om aardappelen in te krijgen. Het afgelopen jaar was er daar echter een tekort, waardoor vooral het ras Innovator toch vlot naar Zwitserland ging.

“Over grondstof weten we alles, maar wat de verwerker doet, welke volumes en aan welke prijs verkocht wordt, weten we niet”, bemerkte Burgers.

Nevenproblemen

“De markt wordt momenteel gedempt door nevenproblemen, zoals dure dieselprijzen voor het aardappeltransport. Maar ook het inflatiespook en andere spoken zoals corona, beschikbaarheid aan en kostprijs van personeel, bakolie, gas … spelen een rol. Daardoor wordt de markt gedempt”, ging Burgers verder.

Met uitzondering van 3 slechte jaren (2014, 2017, 2020) zat de verkoopprijs de laatste 10 jaar boven de kostprijs van de aardappelen. “Maar die kostprijs om aardappelen te telen, neemt toe en zal nog toenemen.” De slechte jaren zorgen er wel voor dat telers en afnemers elkaar opzoeken om contracten te bespreken. Als Edwin Burgers kijkt naar de manier waarop aardappelen vermarkt worden in Nederland, ziet hij dat er nog heel veel vermarkt wordt via ‘dagprijs’. Hierna volgen ‘pool’ en vaste prijsafspraken. Hoe groter het areaal van de teler wordt, hoe meer prijsafspraken worden gemaakt om het risico in te perken. De tevredenheid bij de teler hierover ligt echter doorgaans lager. De Nederlandse akkerbouwer maakt graag gebruik van de vrije markt.

Marktwerking

De marktwerking wordt een vervelende kwestie, volgens Edwin Burgers. Hij zag dat de laatste jaren het aantal afnemers/verwerkers (handelshuizen) gedaald is. Daar wordt de markt niet beter van . De marktwerking wordt ook niet beter van het feit dat verwerkers een zo stabiel mogelijke prijs willen. Een rechtstreekse relatie tussen teler en afnemer (1 op 1 afspraken) gaat ook ten koste van de handel en van de daarmee samenhangende marktwerking. “De volatiliteit is de laatste jaren uit de aardappelmarkt gedaan.”

Edwin Burgers besloot met te stellen dat aardappelen telen een rendabele bedrijfstak is, maar dat het ook een risicovolle aangelegenheid is. “Elk jaar is een ander verhaal, waarbij het weer en het groeiseizoen de koopman is. Afspraken maken met afnemers is anno 2022 een must, zeker om de slechte prijsjaren op te vangen.”

Een kleine nuance die Burgers nog maakte, was dat de Nederlandse aardappelmarkt niet te vergelijken valt met de uienmarkt, die wel prima functioneert qua marktwerking. Dat dit in de aardappelsector onder druk staat, staat als een paal boven water. Daarvoor zal volgens hem niet snel een oplossing te vinden zijn.

Kennis maken en delen

Het beursthema ‘Kennis maken, kennis delen’ was ook op veel andere plaatsen terug te vinden, zoals bij de diverse stands en presentaties, onder meer tijdens de rooi- en loslijndemonstraties.

De rooidemonstraties vormden traditioneel weer de publiekstrekker van de demodag. De hier gepresenteerde rooiers haalden de aardappelen van het ras Challenger allen keurig netjes uit de grond. Dit gebeurde zonder aanklevende grond, wel met aardekluiten die de inschuurlijnen ook niet allemaal uit de productstroom kregen.

De aardappelprijzen, productiekosten, de beschikbaarheid aan productiemiddelen, waren nog gespreksonderwerpen op de beurs. Zo hoorden we dat de traditionele voorbestellingen aan meststoffen drastisch zijn teruggelopen omwille van de hoge kosten. Ook in de machinesector blijkt de productie van hydraulische cilinders even stilgelegd te zijn, omwille van de hoge kostprijs.

We zijn benieuwd wat de gespreksonderwerpen zullen zijn op de veertiende editie van het evenement ,die plaats zal vinden op 21 augustus 2024.

Tim Decoster

Lees ook in Aardappelen

Gaston Backbier: “Geen onkruid meer mogen bestrijden, zou een ramp zijn”

Interpom 2022 Akkerbouwer Gaston Backbier heeft dit jaar 20% minder opbrengst door de droogte. In Zuid-Limburg mag hij niet beregenen als het lang droog is. Gaston moét wel Fontane telen, omdat de lössgronden waarop hij teelt, schurftgevoelig zijn. “Als ik door de Green Deal straks geen onkruid meer kapot mag spuiten, dan heb ik er een probleem bij. In dit heuvelachtige landschap kun je moeilijk onkruid mechanisch bestrijden, door het gevaar op erosie.”
Meer artikelen bekijken