Handel blijft risico voor IBR
Inzake Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR) zijn de globale cijfers goed, maar volgens Dierengezondheid Vlaanderen (DGZ) blijft de handel in runderen voor risico’s zorgen.

Op 1 november 2024 ging het IBR-programma een nieuwe fase in. Op de traditionele melk- of vleesveebedrijven moeten alle IBR-dragers verwijderd zijn en hervallers ontvingen een slachtbevel (reeds vanaf mei 2024). “Hoe zwaar deze maatregelen ook waren, toch hebben alle getroffen veehouders ze zeer goed opgevolgd, waardoor de meerderheid ondertussen terug een hoger statuut behaald heeft of bezig is met doorgroei. In cijfers betekent dit dat het percentage conventionele bedrijven met het statuut van VRIJ of IBR-gE NEG gehandhaafd blijft en schommelt rond 99,6%. Wat uiterst positief is, ondanks het stijgend aantal gevallen van insleep die we ook vandaag nog zien”, meldt DGZ.
Passage van dieren in handel
Sinds 1 november 2024 werden in Vlaanderen helaas 28 veehouders getroffen door IBR-insleep, waaronder ook klinische uitbraken op afmestbedrijven. Ook in Wallonië (provincie Henegouwen) vielen er een tiental gevallen van insleep te betreuren. De meeste van deze gevallen (64% voor Vlaanderen, 75% voor België) konden gelinkt worden aan handelsactiviteiten: een meerderheid van IBR-positieve runderen bij aankoop en enkele gevallen waarbij er een sterke aanwijzing was dat een erfbetreder gelinkt was aan besmette handel of afmest.
“In de periode van november 2024 tot en met januari 2025 bleek dat in totaal 1.210 aangekochte runderen IBR-drager waren bij aankoop. Omdat de oorsprongsbedrijven van deze dieren op vandaag nog steeds IBR-vrij zijn, moeten we constateren dat - net zoals tijdens de voorgaande jaren - de handel van runderen de rode draad van de besmettingen vormt. Een verklaring voor deze besmetting tijdens de passage in de handel valt te zoeken bij een gebrek aan bioveiligheid en hoogstwaarschijnlijk het contact van dragers met gezonde runderen. Slechts op een zestal bedrijven zijn er in eerste instantie geen duidelijke oorzaken van insleep. Dit betekent dat nationaal een 32-tal gevallen van insleep hadden kunnen worden voorkomen”, stelt DGZ.
Acties noodzakelijk
Het hoge aantal besmettingen bij het verhandelen van runderen is voor DGZ onaanvaardbaar. Ook recent nog werd in Oost-Vlaanderen een haard van IBR gedetecteerd in een vroege fase, eveneens gerelateerd aan handel.
“Samen met de overheid zijn al stappen gezet om hier paal en perk aan te stellen. In de komende maanden wordt dit verder uitgewerkt. Zowel voor veehouders als voor handelaars is een onveilige handel onhoudbaar. Een nauwe samenwerking is dan ook essentieel om te garanderen dat runderen veilig en correct worden getransporteerd.” DGZ roept alle actoren op om inspanningen te leveren en ervoor te zorgen om het IBR-veilig te houden voor iedereen.
Blijf alert en werk samen
Op korte termijn geeft DGZ veehouders en erfbetreders volgende adviezen. Vaccinatie kan nog - mits de veehouder het meldt aan DGZ (statuut zal in dit geval verlaagd worden) - maar is niet het belangrijkste. Er is namelijk ook (uitgebreide) insleep geweest op bedrijven met vaccinatie.
Koop geen dieren aan als het niet strikt noodzakelijk is. Bij aanvoer van runderen: geef de voorkeur aan rechtstreeks transport of spreek je veehandelaar aan over de herkomst van de dieren. Zorg bij aankoop voor een correcte isolatie en contacteer onmiddellijk je bedrijfsdierenarts als je verdachte symptomen merkt (verminderde eetlust, een waterige, slijmerige neusuitvloei, hoge koorts en verwerpingen).
Alle erfbetreders en zeker erfbetreders die op bedrijven komen met handel- of afmestactiviteit: neem altijd de noodzakelijke bioveiligheidsmaatregelen (bedrijfskledij en laarzen). Op besmette of verdachte bedrijven is het van belang dat elke erfbetreder geattendeerd wordt over de aanwezigheid van IBR op het bedrijf, zodat de erfbetreder de gepaste voorzorgsmaatregelen kan nemen.