PCKH stelt dierenwelzijn van schapen centraal
Het Praktijkcentrum voor Kleine Herkauwers (PCKH) organiseerde de afgelopen weken op 3 plaatsen in Vlaanderen zijn najaarsvergaderingen voor schapenhouders. Actuele thema’s kwamen aan bod, zoals de stand van zaken voor blauwtong en de nakende registratie van antibioticagebruik. Dit jaar was het belangrijkste thema echter ‘Welzijn van schapen op de weide’.

Opstart van het protocol
Omdat er tijdens het weideseizoen geregeld problemen opduiken rond dierenwelzijn bij schapen op de weide, waarbij redenen voor sanctionering of inbeslagnames door politie of de Dienst Dierenwelzijn niet altijd goed begrepen worden, heeft het PCKH al enkele jaren terug het initiatief genomen om een leidraad op te stellen met welzijnsindicatoren voor schapen op de weide. Een werkgroep ging hiermee aan de slag. Ondertussen werd in mei 2024 ook de Vlaamse Codex Dierenwelzijn goedgekeurd. Deze is van kracht sedert begin dit jaar. Het thans voorliggende protocol Welzijnsindicatoren is op deze codex afgestemd en is na veel discussies en afwegingen en na overleg met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en met de Vlaamse Dienst Dierenwelzijn ondertussen afgerond.
Bert Driessen, verbonden aan Animal Welfare Solutions en UGent, lichtte tijdens deze schapenhoudersbijeenkomsten het welzijnsprotocol toe.
De welzijnsindicatoren
Bert Driessen begon zijn uiteenzetting met de vraag: hoe kunnen we het welzijn van eigen dieren vaststellen? Dierenwelzijn impliceert een goede voeding, een goede huisvesting, een goede gezondheid en gepast gedrag. Als men op expertniveau dierenwelzijnsindicatoren wil vastleggen, dan resulteert dit in een complex model afhankelijk van diersoort, leeftijd, locatie, ernst en gewicht toegekend aan een bepaald kenmerk of probleem. In het voorliggende protocol is geprobeerd om een praktische leidraad te formuleren, een gids van goede praktijken voor de schapenhouder, waarmee hij aan de slag kan en maximaal in afstemming met de aandachtspunten, die ook bij de inspectie door de dienst Dierenwelzijn aan de orde zijn.
Als algemene aandachtspunten worden geformuleerd: snel handelen bij problemen, registratie in een stalboekje van acties om deze problemen aan te pakken, en het apart huisvesten van zieke dieren. Een stalboekje is interessant als bewijs bij inspectie dat men bewust bezig is om een probleem aan te pakken. Vervolgens worden 7 welzijnsthema’s behandeld : lichaamsconditie, vacht en hygiëne, parasieten, ingrepen, voeding en water, gedrag en gezondheidssignalen en huisvesting. Hier gaan we in dit artikel, mits enige hergroepering, dieper op in.
Lichaamsconditie, voeding en water
De dieren moeten ook permanent toegang hebben tot zuiver water. Bij inspectie wordt getest of de dieren dorst hebben. Drinksystemen moeten een behoorlijk debiet hebben en moeten dagelijks gecontroleerd worden. Waterkuipen mogen niet in de zon staan en dienen geregeld gereinigd te worden om algenontwikkeling teniet te doen.
De vacht
Een zuivere vacht
Verzorging, parasieten en gezondheid
Waken over de gezondheid begint met preventie via klauwverzorging, scheren, ontwormen en behandeling tegen de vlieg. Mestbevuiling – gelinkt aan diarree, of veroorzaakt door wormbesmetting of door voedingsonevenwicht – kan aanleiding zijn tot myiasis. Ontwormingsmomenten en -producten worden het best geregistreerd. Haemonchus-aantasting leidt tot bloedarmoede en kan gecontroleerd worden via de oogslijmvlieskleur. Traanvloei kan wijzen op een oogontsteking. Overgroei van de klauwen kan tot afwijkende gang en stand leiden en ook tot kreupelheid. Kreupelheid is het meest infectiegerelateerd. De behandeling wordt het best ook in het stalboekje genoteerd. Voor medicatie is steeds een toedienings- en verschaffingsdocument aanwezig en dit moet gedurende meerdere jaren bewaard worden.

Wonden en letsels kunnen heel diverse oorzaken hebben: zonnebrand, huidletsels, zwellingen. Hier is het aangewezen om onmiddellijk gepast op te treden of om de dierenarts te roepen en ook te noteren wat er gebeurd/gedaan is. Dat geldt ook voor uierontstekingen, die pijnlijk zijn en die nogal eens voorkomen. Bij een sterfgeval moet het kadaver zo snel mogelijk verwijderd worden. De sterftes worden in het Sanitel-register geregistreerd. Dit register moet 5 jaar bewaard worden. In de lammertijd is extra toezicht nodig om lammersterfte te voorkomen. Algemeen moeten er maatregelen genomen worden om verdere sterfte te vermijden en moeten er, eventueel in samenspraak met de dierenarts, de nodige analyses gedaan worden om het probleem onder controle te krijgen.
Wat ingrepen betreft, worden er 2 onder de aandacht gebracht, namelijk ontstaarten en castratie. Elastiekjes, die vroeger gebruikt werden, zijn bij wet verboden. De staart mag enkel bij ooien door de dierenarts op chirurgische manier geamputeerd worden op een lengte die de vulva bedekt. Castratie gebeurt door de dierenarts onder verdoving chirurgisch of met een hemostatische tang.
Bij dieren die lijden, moet men tijdig ingrijpen. Is de situatie uitzichtloos omwille van ouderdom, uitgemergeld zijn of bijvoorbeeld omwille van chronische uierontsteking, dan kan een dier geëuthanaseerd worden. De dierenarts kan dit doen, maar ook de veehouder mag dit doen als de Europese spelregels gevolgd worden.
Gedrag
Een schaap is sociaal en een kuddedier en wordt dan bij voorkeur minstens per 2 of in grotere groep gehouden. Uitzonderingen hierop zijn dekrammen, zieke dieren of dieren in quarantaine. Een schaap zondert zich in normale omstandigheden niet af van de kudde, tenzij op het moment van aflammeren, of bij ziekte, of als het pas in de kudde wordt geïntroduceerd en nog niet geïntegreerd is.
Beschutting
Bert Driessen ging vervolgens ook dieper in op het snakken naar adem of panting. Dit kan wijzen op ziekte, maar meestal is dit gekoppeld aan hoge temperaturen en een gebrek aan schaduw. De schapen staan met open muil te hijgen of hebben een ademhalingsfrequentie van meer dan 30 maal per minuut. Het aanbieden van beschutting – hetzij onder bomen of struiken, hetzij onder afdak met voldoende ventilatie – is hier noodzakelijk. De Codex verplicht trouwens op elk perceel vanaf 2029 natuurlijke of kunstmatige beschutting in zomer en winter. We verwijzen hier nog even naar ons artikel van vorige maand (Landbouwleven van 13 november), waar we hier meer over vertelden.
Er werd tijdens deze najaarsvergaderingen voor schapenhouders nog dieper ingegaan op de noodzaak van schaduw en beschutting. De dieren moeten beschikken over schaduw of beschutting, om zo nodig hun thermisch evenwicht te bewaren. Dit is zowel nodig bij hitte als bij koude. Beschutting is nodig bij regen en wind of bij regen en koude. In de winter hebben dieren een droge rustplaats nodig. Er zijn aanzienlijke verschillen in gedrag tussen rassen, maar ook tussen dieren binnen eenzelfde ras. Vanaf 2029 ‘moet’ er op elk perceel echter natuurlijke of kunstmatige beschutting aanwezig zijn. Het dier ‘kan’ er gebruik van maken.
Huisvesting en controle
De dieren hebben ook een veilige huisvesting nodig, zonder het risico om verstrikt te geraken in draden, of om zich te kwetsen aan scherpe voorwerpen, of om een vergiftiging op te lopen door het opeten van giftige planten of afval.
Dagelijkse controle van de dieren, van voeder en water, maar ook van de spanning op een elektrische afsluiting, zijn noodzakelijk. In de aflamperiode is extra toezicht noodzakelijk vóór, tijdens en na het aflammeren.
Driessen sloot af met een goede raad: grijp tijdig in en registreer welke acties je hebt ondernomen in een stalboekje of/en het geneesmiddelenregister.
Schuilmogelijkheden op de weide
Vervolgens gaf Tom Van den Bogaert (Agentschap Landbouw en Zeevisserij) praktische voorbeelden om in de weide voor beschutting te zorgen. Hierbij ging hij 2 richtingen uit, namelijk beplantingen of constructies.
Zorgen voor beschutting wordt straks op elk perceel verplicht, maar omdat beschutting niet overal evident is of misschien naargelang de omstandigheden niet haalbaar of toegelaten is, kan de minister eventueel uitzonderingen voorzien. Overleg hieromtrent is lopende.
Wanneer beschutting voorzien wordt, moet deze voldoende van omvang zijn, zodat er ruimte is voor alle dieren. Ze moet tevens vlot toegankelijk zijn voor alle dieren. Voordelen en nadelen van natuurlijke beschutting, zijnde bomen, struiken of heggen, werden op een rij gezet. Aandachtspunten zijn: voor losse bomen is er geen vergunning nodig, maar bij gespreide beplanting over een perceel kan men wel bij vergunningsregelgeving voor bos of agroforestry terechtkomen. Punten die aandacht verdienen zijn giftigheid van bepaalde bomen of/en struiken, maar ook de te respecteren afstandsregels voor aanplantingen op de perceelsgrenzen. Voor hoofdberoepers is eventueel VLIF-steun mogelijk voor aanplantingen.
Voor kunstmatige beschutting werd verwezen naar mobiele of vaste constructies. Mobiel zijn onder andere schaduwnetten, parasols, weidetenten of een platte wagen. Bij vaste constructies denkt men aan een schuilhok, een container of een stal.
Voor mobiele schuilmogelijkheden is geen vergunning vereist. Voor vaste constructies in de regel wel. Voor schuilhokken van weidedieren met houten wanden, maximale hoogte van 3 m, één volledige open zijde en een maximale oppervlakte van 40 m² is er echter geen vergunning nodig, als ze niet gelegen zijn in ruimtelijk kwetsbaar gebied.
Tot slot gaf Tom Van den Bogaert nog een reeks beelden van mobiele schuilmogelijkheden.
Tot slot
Dit artikel richt zich voornamelijk op het protocol ‘Welzijnsparameters voor schapen op de weide’. De tekst zal kortelings voor iedereen beschikbaar gesteld worden, onder andere via de leden van het Praktijkcentrum voor Kleine Herkauwers. Volgende maand komen we terug op de andere onderwerpen die behandeld werden op de najaarsvergaderingen van PCKH en vooral op de toelichting die gegeven werd door de inspectie Dierenwelzijn.





