Najaarsvergaderingen PKH: Inspecties inzake dierenwelzijn en actualiteiten
In onze bijdrage van vorige maand brachten wij deels verslag van de najaarsvergaderingen voor de schapenhouders georganiseerd door het Praktijkcentrum voor Kleine Herkauwers rondom het ‘Protocol dierenwelzijn schapen op de wei’. In dit artikel brengen we verslag van de overige bijdragen, zoals de aanpak van bedrijfsinspecties op het vlak van dierenwelzijn, de verplichte registratie van antibioticagebruik en andere actualiteiten.

Inspecteur Yves Opsomer besprak de aanpak van bedrijfsinspecties op het vlak van dierenwelzijn en de nieuwe regelgeving in verband met thuisslachtingen.
Inspecties dierenwelzijn
Eerst situeerde hij de wettelijke basis en verwees naar diverse Europese verordeningen in verband met dierenwelzijn en naar de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024. Voor schapen liggen de hoofdaccenten op voldoende voeding en drinkwater, op verzorging (tijdig scheren en klauwverzorging) en op een veilige leefomgeving en beschutting tegen warmte/zon en neerslag. In artikel 10 van de codex wordt dit als volgt geformuleerd: “Ieder die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet aangepaste voeding, verzorging en huisvesting voorzien in overeenstemming met aard, fysiologische en ethologische behoeften, gezondheidstoestand en graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie van het dier.”
De inspecteurs dierenwelzijn mogen alle gronden, bedrijven of lokalen betreden, waar dieren gehouden worden. Ze mogen ook alle vervoermiddelen inspecteren. Ze zijn duidelijk herkenbaar via kledij en badge. Ze worden geacht om de regels van de bioveiligheid te respecteren. Op het vlak van dierenwelzijn zijn zowel de inspecteurs van de Dienst Dierenwelzijn als de politie bevoegd. Er is wisselwerking tussen beide en desgewenst ondersteuning voorzien.
Bij een bedrijfsinspectie kunnen er ofwel geen tekortkomingen zijn, ofwel kleine tekortkomingen, die aanleiding geven tot aanbevelingen, of tekortkomingen die resulteren in een proces-verbaal (PV) van waarschuwing of in een proces-verbaal, met hieraan gekoppeld opgelegde maatregelen, of bij zeer ernstige gebreken kunnen de dieren uit voorzorg in beslag genomen worden. Ernstige gevallen van verwaarlozing kunnen resulteren in een rechterlijk verbod om tijdelijk of definitief nog dieren te houden.
Dieren worden in beslag genomen bij ernstige verwaarlozing, bij acuut gevaar voor de dieren, bij het niet respecteren van opgelegde maatregelen, bij eigenaars die verbod hebben om dieren te houden, of wanneer het gaat om diersoorten die niet op de ‘positieve’ lijst staan, en dus niet mogen gehouden worden in Vlaanderen.
Regelgeving thuisslachtingen
Tot slot behandelde Yves Opsomer nog kort de nieuwe regelgeving (vanaf 1/1/2025) in verband met thuisslachtingen. Het thuis slachten van schapen, geiten of varkens is verboden, behalve voor actieve landbouwers of voor personen die in het bezit zijn van een getuigschrift van vakbekwaamheid voor het slachten van dieren. Een ‘actieve’ landbouwer moet voldoen aan de definitie gehanteerd door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. De opleidingen voor vakbekwaamheid slachten zijn ondertussen opgestart. Thuis slachten kan enkel mits een slachtvergunning, te bekomen bij het gemeentebestuur, en het vlees is enkel bestemd voor het eigen gezin, niet voor derden of verkoop.
Evaluatie blauwtongsituatie
Eva Van Mael (DGZ) gaf vervolgens een stand van zaken inzake blauwtong. De vaccinatie was in 2025 verplicht tegen BTV 3 en BTV 8 voor runderen en schapen en tegen EHD voor runderen. De campagne 2025 is afgesloten. De financiële tussenkomsten zullen betaald worden via de dierenarts. In de loop van oktober was er nog mogelijkheid tot eventuele regularisatie. Bij runderen is er op quasi 98% van de beslagen gevaccineerd. Bij schapenbedrijven was dit op ongeveer 70% van de gekende beslagen, maar wellicht zijn er nog beslagen geregistreerd waar geen schapen meer gehouden worden.
In 2025 zijn er enkele gevallen van aantasting van blauwtong serotype 8 vastgesteld bij runderen. Over het algemeen was de situatie in 2025 in België echter vrij rustig, terwijl in Europa ondertussen heel wat serotypes van blauwtong circuleren. De grootste dreiging blijft voor ons uit Frankrijk komen, waar vaccinatie niet verplicht was.
Wat zijn de vooruitzichten voor 2026? Vaccinatie zal niet meer verplicht worden. Er zal geen financiële tussenkomst meer zijn, maar vaccinatie wordt wel sterk aangeraden, zeker voor jonge dieren. En Eva Van Mael eindigde haar bijdrage met erop te wijzen dat er nog meer dreigingen in Europa rondwaren : lumpy skin disease, pest bij kleine herkauwers, schapen- en geitenpokken en mond-en-klauwzeer. Met de grote mobiliteit van tegenwoordig (toerisme, tewerkstelling) is een plotse uitbraak bij ons ook niet denkbeeldig.
Verplichte registratie van antibioticagebruik
Els Goossens van Boerenbond behandelde vervolgens de verplichte registratie van antibioticagebruik bij schapen sinds 1 januari 2026, dus vanaf heden!
Vooreerst wees zij op de reële risico’s van antimicrobiële resistentie. Hoe ontstaat resistentie en wat zijn de gevolgen? Zij verwees naar de ziekenhuisinfecties en kansen op menselijke sterfte. Belmap 2024 rapporteert: “Bij sommige bacteriesoorten, gevonden bij gezonde landbouwhuisdieren, varieert de resistentie tussen 30 en 70%.” Er is echter wel een positieve evolutie: in 2011 werd Amcra opgericht, met het doel het antibioticagebruik in de veehouderij te reduceren. Er werden 2 convenanten tussen overheid en de sectoren afgesloten en ondertussen is het antibioticagebruik met ongeveer 60% gedaald. Tegelijk ziet men in dezelfde periode 2011-2023 ook de E. Coli-resistentie afnemen. In 2023 ligt het antibioticagebruik bij landbouwhuisdieren in België op 30,9 mg/kg. Dit is een gemiddelde positionering ten opzichte van de andere EU-landen.

Sinds 1 januari 2026 werd een verdere stap gezet, namelijk de verplichte registratie van het antibioticagebruik bij alle voedselproducerende dieren, dus ook bij schapen. Er bestaat nu al op papier het toedienings- en verschaffingsdocument, dat de dierenarts opmaakt bij diergeneesmiddelengebruik en dat 5 jaar moet bewaard worden. Bijkomend moet er vanaf nu een keuze gemaakt worden tussen verschillende (elektronische) registratiesystemen: onder andere of Sanitel-Med, of AB-register, of…. Het is aan de dierenarts om een keuze te maken en om de registratie van antibioticagebruik voor uw beslag/bedrijf daar te registreren. Het is de taak van de veehouder om dit te controleren. Vanuit deze registratie zal per jaar een rapport beschikbaar zijn per beslag, waar onder andere de BD-100 van het beslag zal berekend worden: dit zijn het gemiddeld aantal behandeldagen op 100 dagen. Daarnaast komt er ook een rapport beschikbaar over het gebruik van kritische (meer kans op resistentie) en niet-kritische antibiotica. In functie van die parameters (BD-100, kritisch, niet-kritisch) krijgt elk bedrijfsrapport een kleur (groen, geel of rood(=ongunstig)). Men zal ook ten opzichte van alle bedrijven kunnen zien waar men zich qua antibioticagebruik in dat bewuste jaar situeert. Om als veehouder het rapport te kunnen raadplegen, zal een kleine jaarlijkse financiële bijdrage moeten betaald worden.
De registraties van antibioticagebruik bij runderen, varkens en pluimvee lopen al wat jaren en daaruit valt wel wat te leren. Het volume aan antibioticagebruik in België in de periode juli 2024-juni 2025 bedroeg 92 ton, te verdelen over de respectievelijke sectoren rundvee, kalveren, pluimvee en varkens: met respectievelijk 13, 12, 18 en 49 ton. De benchmarking (= alle bedrijven binnen 1 sector) leert dat het % rode bedrijven (=met (te) hoog gebruik van antibiotica) voor varkens, kippen en kalveren in het seizoen 2024-25 varieerde tussen 3 en 7,3%, maar voor rundvee (vlees en melk ) zat men nog aan 33,2% rode bedrijven. Bij runderen ligt de BD-100 het hoogst bij kalveren (mediaan 7.08 bij vleeskalveren) en bij pluimvee is de BD-100 het hoogst bij kalkoenen (mediaan 3.72). Het gebruik van ‘kritische’ antibiotica is ondertussen op 25% teruggevallen tov. 2011. En meegaand met deze evoluties wordt ook het verloop van de resistentie van bepaalde bacterietypes jaar per jaar door Sciensano gevolgd. Bij E. Coli zien we in de regel een verbetering, maar MRSA blijft een zorg.
Els wees als besluit van dit onderdeel nog op de evoluties in de Europese en Belgische wetgeving wat antibiotica betreft, met als algemene teneur een reductie van het antibioticagebruik, registratie en verplichte maatregelen voor gele en rode bedrijven.
Wormproblematiek
Om af te sluiten werd nog eens naar de wormproblematiek gekeken. Ook in Vlaanderen meldt het onderzoek al naargelang het type ontwormingsmiddel tussen 35 en 100% resistentie. Ook hier is er dus een ernstig probleem! Om op het eigen bedrijf de resistentie ten aanzien van een bepaalde groep ontwormingsmiddelen te testen, is een EPG-bepaling aangewezen (telling wormeieren in een meststaal van 15 tot 20 dieren), zowel vóór als na het ontwormen. Behalve het testen op resistentie is variatie in middelengebruik steeds aanbevolen.
Mogelijkheden winterbegrazing
Om de studieavonden af te sluiten hebben wij zelf dan nog kort verslag gebracht van een rapport over de mogelijkheden van winterbegrazing. In een eerdere bijdrage in Landbouwleven zijn we hier al uitvoerig op ingegaan. De conclusie is dat winterbegrazing, ook in Vlaanderen, mogelijkheden biedt, maar dat wettelijke regelingen hier een belangrijke rem zijn: ten eerste de mestwetgeving, waarbij de stikstofuitscheiding ten laste komt van het bedrijf waar men laat begrazen en ten tweede de nieuwe codex dierenwelzijn, die verplicht om straks op elk perceel beschutting te voorzien tegen zon en regen. Dit is naargelang specifieke omstandigheden niet altijd te realiseren. Het is spijtig dat een fragmentair beleid en gebrek aan een geïntegreerde benadering uitbatingsmogelijkheden eens te meer in de weg staan.





