Vogelgriepbesmetting in Diksmuide
Er is vogelgriep van het type H5 vastgesteld op een braadkippenbedrijf in Diksmuide. Om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan, wordt het aanwezige pluimvee geruimd.

Deze nieuwe haard bevindt zich in de bestaande beperkingszone Veurne-Alveringem. De beperkingszone wordt oostwaarts uitgebreid.
Net als bij de recente uitbraak in Vleteren, waren ook op het nieuw getroffen bedrijf in Diksmuide de symptomen en sterfte beperkt tot de braadkippenstal. Daarom wijst het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) op enkele aandachtspunten.
Opletten bij het uitladen
Het FAVV vraagt om uiterst voorzichtig en strikt bioveilig te werken bij het uitladen van braadkippen op de leeftijd van 35 dagen. Het FAVV geeft namelijk aan dat er indicaties zijn dat het uitladen bij sommige besmettingen van de afgelopen weken de toegangspoort is geweest voor het virus. Uitladen is tijdens het hoogseizoen van vogelgriepvirus overal in het land een risico en al zeker in gebieden waar veel virus circuleert en de buurt ervan.
Het FAVV adviseert dan ook uitdrukkelijk om uitladen te vermijden. En als er uitgeladen wordt, drukt het FAVV erop om de gegevens per beslagnummer op te stellen en te registreren, bijvoorbeeld wat betreft de voedselketeninformatie (VKI) die de verschillende loten vergezellen naar het slachthuis en de vervoersbewegingen. Het kan niet de bedoeling zijn dat er in verschillende stallen met een afzonderlijk beslagnummer wordt uitgeladen, maar alle vogels vervolgens worden geregistreerd als 1 lot afkomstig uit slechts 1 beslagnummer.
De vogelgriep heeft de afgelopen weken opnieuw aan intensiteit gewonnen. Met deze besmetting zijn in ons land sinds het najaar van 2025 nu al uitbraken vastgesteld op 19 pluimveebedrijven en bij twee hobbyhouders. Daarnaast worden heel wat besmettingen bij wilde vogels vastgesteld.
Voedersector activeert bioveiligheidsprotocol
De Belgian Feed Association (BFA) wil bijdragen aan de bioveiligheidsmaatregelen om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Voor voederleveringen in gereglementeerde zones wordt het specifieke bioveiligheidsprotocol geactiveerd. Dat protocol omvat onder meer 1-op-1 leveringen in de zones, chauffeurs dragen beschermkledij op het pluimveebedrijf, verplichte ontsmetting van wielen en wielkasten bij aankomst en vertrek en grondige reiniging en ontsmetting van de vrachtwagen vóór een volgende inzet.





