Abonnementsprijzen Rendac stijgen met 4%
De abonnementsprijzen van Rendac voor het ophalen van krengen liggen dit jaar 4% hoger dan vorig jaar. Volgens Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) ligt die verhoging niet veel hoger dan de verwachte inflatie voor dit jaar.

Parlementslid Dries Devillé van Vlaams Belang ziet dat de Vlaamse regering minder subsidie geeft aan Rendac. Hij vreest dat de daaruitvolgende prijsverhogingen het risico vergroten dat ophaling door bepaalde groepen zal worden vermeden, wat kan leiden tot sluikstorten.
Bijkomende zware last
“Vanaf dit jaar wordt het systeem grondig veranderd. Abonnementen blijven wel bestaan, maar het kader wordt strikter afgebakend. Wie geen abonnement heeft of niet tijdig instapt, valt automatisch terug op een prestatievergoeding van 174 euro per ophaling, nog zonder btw. Die prestatievergoeding wordt bovendien de standaardoptie voor een brede groep aanbieders. Daarbij komt dat de btw van 21% een bijkomende zware last vormt voor niet-btw-plichtigen”, stelde Devillé in de commissie Landbouw van het Vlaams parlement op 14 januari.
Minister Brouns verduidelijkte dat de tussenkomst vanuit de Vlaamse overheid in de Rendacfactuur niet volledig wegvalt. “De totale tussenkomst daalt wel met ongeveer een kwart. Voor professionele veehouders heeft dat slechts een beperkte impact. De abonnementsprijzen voor 2026, die door de commissie Krengenfinanciering werden bepaald, zijn met 4% verhoogd ten opzichte van de abonnementsprijzen van 2025. Dat is niet veel hoger dan de verwachte inflatie voor 2026”, zegt de minister.
Weinig voelbaar effect
“Voor particuliere aanbieders is de ophaalkost beperkt tot 45 euro per ophaling, onafhankelijk van het volume. Dankzij dit lage tarief worden geen illegale praktijken bevorderd. Andere partijen kunnen instappen in een abonnementsformule die als een soort verzekering kan fungeren, of ze kunnen per prestatie betalen, waarbij het tarief begrensd is tot 174 euro per ophaling. De tarieven zijn door de commissie Krengenfinanciering zorgvuldig bepaald op basis van extrapolaties van de gevalideerde financiële gegevens van 2024, de verwachte evolutie van de tarieven voor gezelschapsdieren en de verwachte diersterfte. Wie weinig dieren heeft, zal ook weinig sterfte hebben en dus zowel bij betaling per ophaling als bij een abonnement weinig moeten betalen. Die groep zal dus weinig effect voelen”, zegt de minister.
Business as usual
De kosten zijn volgens de minister van dezelfde grootorde als de tarieven in buurlanden zoals Nederland en staan in verhouding tot de kosten voor het aanbieden van andere afvalstromen. “Voor veehouders is het business as usual. Zij zullen op basis van de Mestbankgegevens, die op dit moment nog niet beschikbaar zijn, in het voorjaar van Rendac een concreet voorstel krijgen voor een abonnementstarief dat aansluit bij hun bedrijfsgrootte. Tot die tijd wordt per prestatie gefactureerd en dat wordt verrekend wanneer zij ingaan op het aanbod voor het abonnement. Andere partijen die niet Mestbankaangifteplichtig zijn, maar in 2025 grote volumes hebben aangeboden aan Rendac, zullen eerstdaags een persoonlijk voorstel krijgen voor een abonnement, dat zo goed mogelijk aansluit bij de tarieven die veehouders betalen”, belooft Jo Brouns.
Dries Devillé is er niet van overtuigd dat de impact voor landbouwers beperkt blijft. “Ik durf dat in twijfel trekken. Het gaat vooral over de groep van occasionele aanbieders en de niet-aangifteplichtigen. Die groep zal worden geconfronteerd met een kost van 174 euro per ophaling, plus 21% btw, omdat het vaak mensen zijn zonder btw-nummer. Ik denk dat de impact voor velen in die groep wel degelijk groot is, omdat dit ingrijpt op hun kostenstructuur”, besluit Devillé.





