Startpagina kleinvee

Melkgeitenboer Renaat Devreese: "Zeolieten staan symbool voor de agro-ecologische strijd"

Biologische melkgeitenhouder Renaat Devreese past al 15 jaar zeolieten toe in zijn bedrijfsvoering en ziet enkel voordelen. Het keurslijf van het Vlaams landbouwbeleid laat echter weinig ruimte voor een techniek als zeolieten.

Leestijd : 8 min

Met vallen en opstaan groeide het melkgeitenbedrijf ’t Reigershof in De Haan van Renaat Devreese van 24 lammeren in 1987 naar 280 melkgeiten vandaag de dag. Daarbij had hij altijd dezelfde filosofie in het achterhoofd: “Zoveel mogelijk van de bedrijfsvoering wilde ik van de start in eigen handen houden.” Voor Renaat is het een kwestie van beroepsfierheid, eigenaarschap houden over wat hij produceert.

Bij de groei van zijn bedrijf baande hij telkens zijn eigen weg. Tien jaar na de start schakelde Renaat zijn bedrijf om naar biologische bedrijfsvoering. “Toen we 20 jaar biologisch waren, speelden we met de gedachte of we nog verdere stappen konden zetten. Telkens als we de sprong waagden in het verleden, werden we niet teleurgesteld en ging het beter met ons bedrijf en met de geiten.”

In september slaagde Renaat er dan ook in om het biodynamische Demeter-label te verkrijgen, dat nog strenger is dan het Europese biolabel. Hij mag nu bijvoorbeeld veel minder bemesten of krachtvoer geven dan zijn biologische collega’s.

De melkgeiten van Renaat Devreese halen een zeer hoge jaarlijkse melkproductie.
De melkgeiten van Renaat Devreese halen een zeer hoge jaarlijkse melkproductie. - Foto: ThD

Hoge productie

Toch slaagt hij erin om een zeer hoge jaarlijkse melkproductie te halen van ruim 1300 l per geit. “Dat ligt zelfs een flink stuk boven het gangbare gemiddelde. We krijgen dan ook veel vragen om foklammetjes te kopen, de meeste zijn het jaar voor ze geboren zijn al besteld.”

Een deel van de succesformule is de bedrijfseigen opfok, hij moet nauwelijks nieuw bloed aankopen, en het feit dat Renaat de voederkwaliteit in eigen handen houdt. “We hebben de brok vervangen door zuivere grondstoffen en passen de mengelingen aan de levens- en productiefase van onze geiten aan.”

Zeolieten

Een ander puzzelstukje ontdekte Renaat tijdens een studiedag van de Nederlandse biologische geitenhouders in 2011. “Daar kwam ik voor het eerst in aanraking met zeolieten.” Zeolieten zijn poreuze mineraalpoeders die verschillende stoffen kunnen binden, waaronder ammoniak. “Op de studiedag werd een studie van het Louis Bolk Instituut voorgesteld die aantoonde dat zeolieten het vetgehalte in melk verhogen.”

Geïntrigeerd door de mogelijkheden van zeolieten kroop Renaat zelf in de boeken. “Uit een onderzoek van Wageningen Universiteit leerde ik dat zeolieten ammoniak kunnen reduceren en dat ze dus een oplossing vormen voor longproblemen van lammeren. Ammoniak in de stal irriteert de longen van geiten, zeker die van lammeren die dichter bij de stalvloer zitten.” Zijn experimenten draaiden positief uit – betere groei van lammeren en minder sterfte – waardoor Renaat veel minder antibiotica moest gebruiken.

Ondertussen heeft Renaat al zo’n 15 jaar ervaring met het gebruik van zeolieten in zijn bedrijfsvoering. Hij strooit het wekelijks of om de 10 dagen tussen het stro van de pot en vermengt een fijner gemalen zeoliet met het voeder. “Tien gram voor de volwassen dieren en van jongs af aan krijgen de lammeren al een beetje en bouwen we de dosis op.”

Gezonde geiten

Door zijn jarenlange ervaring met zeolieten heeft hij verschillende voordelen ervan ontdekt. Om te beginnen zijn de dieren van Renaat nog nooit zo gezond geweest. “Zo is er minder ureum in de melk. Een hoog ureumgehalte duidt op een zware belasting van de lever. Zeolieten ontlasten de lever, waardoor mijn geiten minder last hebben van de slepende melkziekte tijdens de transitieperiode – de overgang van drachtig zijn, naar lammeren, naar volop melk geven. Het is al lang geleden dat onze geiten nog last hebben gehad van slepende melkziekte.”

Zeolieten capteren mycotoxines, gifstoffen, afvalstoffen en zelfs zware metalen, en voeren die sneller af. “Zo hebben ze een bufferende werking in de pens. Voordat we zeolieten mengden in de voeders, hadden we regelmatig problemen met pensverzuring en moesten we 2 keer per jaar vaccineren tegen clostridium. Het probleem is compleet verdwenen, we zijn gestopt met vaccineren ertegen.” Sinds het najaar van 2012 gebruikt Renaat ook geen antibiotica meer bij zijn volwassen dieren.

Zeolieten zijn poreuze mineraalpoeders die  verschillende stoffen kunnen binden.
Zeolieten zijn poreuze mineraalpoeders die verschillende stoffen kunnen binden. - Foto: ThD

Omdat de geiten gezonder zijn, vallen er minder vroegtijdig uit en kunnen ze de hoge productie langer volhouden. “Dankzij zeolieten presteren mijn geiten langer op een hoog niveau.”

Een studie van de Radboud-universiteit in Nederland geeft dan weer aan dat mest aangereikt met zeolieten minder nitraat lekt naar de omgeving. Een andere studie van Wageningen Universiteit stelt dan weer dat zeolieten de stikstofopname van planten verbeteren door het bodemleven te stimuleren. “Met een kleinere stikstofgift zou je dus dankzij zeolieten dezelfde productie kunnen halen. Dat bespaart landbouwers veel kosten, omdat er anders kunstmest moet aangevoerd worden om het verlies te compenseren.

Beleidsmakers sporen ons aan om zo efficiënt mogelijk te werken. Tegelijkertijd verliezen we nu op 3 fronten stikstof: ureum in melk, stikstofvervluchtiging in de stal en nitraatuitspoeling naar de omgeving. Zeolieten zouden daar een oplossing voor kunnen zijn. Pas op, het is geen wondermiddel, maar de resultaten spreken voor zich. Het is bijzonder vreemd dat er in bepaalde hoeken alles aan gedaan wordt om die voordelen juist niet te benoemen.”

ZeoGoat

Renaat baseerde zijn eigen experimenten met zeolieten op Nederlandse studies. Op zijn aansporen besloot het Vlaamse Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) samen met Boerenbond het ammoniakemissiereducerend (AER) effect van zeolieten bij melkgeiten te bestuderen. Eerder werd ook het AER-potentieel van zeolieten bij varkens en runderen onderzocht.

Met het ZeoGoat-project probeerden de projectpartners een lacune op te vullen: op dit moment staan er geen maatregelen op de AER-lijst waarmee melkgeitenhouders hun ammoniakuitstoot (officieel) kunnen reduceren. Momenteel bestaan er (nog) geen officiële reductiedoelstellingen, maar een melkgeitenbedrijf moet wel zijn ammoniakuitstoot verminderen om te mogen uitbreiden.

Het doel was dan ook om een verkennend onderzoek te voeren naar het AER-potentieel van zeolieten als voeder- en strooiseladditief en om een dossier voor te bereiden voor een robuuster onderzoek om de maatregel op de AER-lijst te krijgen.

De onderzoekers concludeerden dat er aanwijzingen zijn dat zeolieten als strooisel- en voederadditief ammoniakemissies reduceren, met respectievelijk 18% en 13%. Maar het effect was volgens het onderzoek niet constant over de verschillende meetdagen en tussen de verschillende proeven. Ammoniakemissies in de stal schommelden sterk van dag tot dag, ook zonder link met een toepassing van zeolieten. Ze schommelden ook tussen de meetlocaties, vermoedelijk door het gedrag van de dieren, zoals de precieze plaats waar ze urineerden. Mestonderzoek toonde aan dat de mest 17,7% stikstofrijker was. Wat niet vervliegt, blijft dus in de mest.

Het ILVO gaf ook aan dat het een grote uitdaging was om een robuust meetprotocol uit te werken. Typerend voor al deze beperkingen op de studie was de eerste strooiselproef, die schijnbaar concludeerde dat zeolieten geen AER-effect hebben. Voor de start van de proef was er echter al meer ammoniakuitstoot in de hok waar zeolieten gestrooid gingen worden dan in het controlehok. De nabijheid van de stalpoort tot de zeolietenpot zorgde daarnaast voor een hoge luchtvochtigheid en een lage temperatuur, waardoor de zeolieten waarschijnlijk minder goed werkten.

‘t Reigershof verwerkt alle geitenmelk zelf tot een twintigtal rauwmelkse kazen en tot yoghurt.
‘t Reigershof verwerkt alle geitenmelk zelf tot een twintigtal rauwmelkse kazen en tot yoghurt. - Foto: ThD

Renaat Devreese stelt zich vragen over de manier waarop het ILVO het onderzoek aangepakt heeft. “De opstelling van de eerste proef vond ik amateuristisch. Het kan toch niet dat je niet van een gelijk speelveld start?” De metingen gebeurden ook met deksels. Mocht een geit net eronder geürineerd hebben, geeft dat een vertekend beeld van de ammoniakuitstoot. Uiteindelijk werd er een tweede strooiselproef opgesteld, die rekening hield met de beperkingen van de eerste, en werden de resultaten van de eerste proef geschrapt.

“Maar mijn geloof in het ILVO heeft toch wel een deukje gekregen”, zegt Renaat. “Er was afgesproken dat we met alle projectpartners samen zouden communiceren over de resultaten. Op de Agribex-beurs hebben Boerenbond en ILVO echter zonder overleg gecommuniceerd dat zeolieten te duur zijn. Dat is op niets gestoeld. Het kost een boer enkel arbeid en het product, maar door de gezondheidsvoordelen raak je ruimschoots uit de kosten.” De kost van zeolieten op de boerderij van Renaat werd doorgerekend. Het toepassen van zeoliet in het voeder en het strooisel levert hem netto 0,87 euro per 100 kg melk op.

Renaat betreurt ook dat er onvoldoende budget was om een combinatie van de strooisel- en voederproef te doen. Dit zou een duidelijker en completer resultaat gegeven hebben.

“Soms denk ik bij mezelf, verdorie, maak je jezelf niks wijs?” Maar de resultaten op zijn bedrijf bewijzen iets anders. Zo gebruikt Renaat al 13 jaar geen antibiotica meer voor de volwassen geiten en zijn ze voor de meeste dierziektes officieel ziektevrij. “Uiteindelijk komt het erop neer dat we toch niet kunnen blijven onderzoeken wat al vele malen aangetoond is? Er wordt geen rekening gehouden met de ervaring van de boer die met levende dieren en natuurlijke processen moet werken. Die vallen nu eenmaal niet makkelijk in grafieken en tabellen te gieten.”

Duwen richting intensivering

Uiteindelijk is het lang niet zeker dat er nog een vervolgonderzoek komt op basis van de resultaten van het ILVO-onderzoek om zeolieten op de AER-lijst te krijgen. Het WeComV, het wetenschappelijk orgaan dat nieuwe AER-technieken beoordeelt, vraagt immers een vast en veeleisend meetprotocol. Enkel bij beloftevolle resultaten is het de moeite waard om te investeren in de dure meetprotocollen.

Het ILVO gaf bij het uitwisselingsmoment van ZeoGoat op 2 december toe dat managementmaatregelen zoals zeolieten veel moeilijker aan te tonen zijn dan technische maatregelen zoals AER-vloeren en luchtwassers. Ook Renaat is van mening dat het wellicht zinloos is om een vervolgonderzoek op te zetten door de vele eisen die het WeComV stelt. “Het is duidelijk dat zeoliet niet goed past in het strikte protocol om goedgekeurd te worden. Praktijkomstandigheden zijn heel vaak moeilijk te vatten in theoretische modellen.”

Het WeComV kampt echter met een nog groter probleem volgens Renaat. “Het WeComV mag enkel rekening houden met het AER-potentieel van een maatregel. Andere negatieve of positieve punten, zoals energie- en waterverbruik of dierenwelzijn, neemt het niet mee in zijn finale beoordeling.”

Dit stuurt veehouders naar zwaar gesubsidieerde maar nog steeds dure luchtwassers en andere stalsystemen die enkel ammoniak zuiveren wanneer het de stal verlaat. “Die zware investeringen dwingen veehouders om uit te breiden om de investeringen af te betalen. Vlaamse beleidsmakers zeggen tegen boeren: ‘groei of stop er maar mee’.”

Vlaamse beleidsmakers zeggen volgens Renaat Devreese met hun landbouwbeleid tegen boeren dat ze moeten groeien of stoppen.
Vlaamse beleidsmakers zeggen volgens Renaat Devreese met hun landbouwbeleid tegen boeren dat ze moeten groeien of stoppen. - Foto: ThD

Het is volgens Renaat een algemeen probleem van het Vlaams landbouwbeleid dat het zich blindstaart op het probleem van het moment, en dat het geen oog heeft voor de gevolgen die een oplossing kan hebben elders in de keten. “Het is zonde dat men geen rekening houdt met vaak over generaties opgebouwde ervaringskennis.

Zeolieten zijn geen wonderoplossing, maar hebben een duidelijk positief effect op verschillende punten van de bedrijfsvoering (diergezondheid en -welzijn, bodemleven, nitraatuitspoeling…). Ze kunnen mee een oplossing zijn voor veel problemen waar de landbouw mee kampt. We zullen het idee van het bestaan van een perfecte oplossing voor enkel ammoniakvervluchtiging moeten loslaten.”

De stikstofproblematiek had volgens Renaat juist een positief verhaal kunnen zijn voor een agro-ecologische landbouw die goed is voor het klimaat, voor dierenwelzijn, volksgezondheid, landschap en voor de boer zelf. “De vraag is of politici kiezen voor dure maatregelen die enkel op het einde van de cyclus ingrijpen, of voor toekomstgerichte oplossingen op maat van boeren.”

Het laatste woord over zeolieten als AER-maatregel is in ieder geval nog niet gezegd. Op 14 januari werd er in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement nog eens gehamerd op de noodzaak voor verder onderzoek naar het AER-potentieel van zeolieten in de melkgeitenhouderij.

Thor Deyaert

Lees ook in kleinvee

Voer geen schapen en geiten in België in zonder officieel gezondheidscertificaat

Overdraagbare ziekten Na recente uitbraken van besmettelijke dierenziekten in Europa benadrukt het FAVV dat schapen en geiten die in België worden ingevoerd voor hun vertrek moeten worden gecontroleerd door de veterinaire diensten van het land van herkomst. De invoer van schapen en geiten zonder officieel gezondheidscertificaat in België is niet toegelaten en betekent een gevaar voor de Belgische veestapel.
Meer artikelen bekijken