Startpagina Actueel

Minister wil geen jachtverbod op akkervogels

“Waar het goed gaat met de patrijs, gaat het meestal goed met de volledige akkerbiodiversiteit”, stelt Natuur en Bos Vlaanderen. Daar staat tegenover dat het aantal patrijzen in Vlaanderen stevig achteruitgaat. Vorig jaar zouden er bij ons nog minder dan 5.000 geteld zijn.

Leestijd : 4 min

In de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement verwoordden op 6 januari aan aantal volksvertegenwoordigers hun zorgen over het verdwijnen van de patrijs als akkervogel. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) berekende een achteruitgang met 57% van 2008 tot 2024.

De patrijs is een typische plattelandsvogel die, net als vele andere minder bekende akkervogels, lijdt onder de intensivering van de landbouw. Door het maximaliseren van het landbouwareaal en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en herbiciden daalt de habitatkwaliteit van de patrijs.

Kwetsbare broedvogel

Volksvertegenwoordiger Kris Verduyckt (Vooruit) bond de kat de bel aan. Hij verwees naar een petitie van Vogelbescherming Vlaanderen van afgelopen najaar waarmee zij eigenlijk een jachtverbod vragen op het dier dat op de rode lijst staat van kwetsbare broedvogels. Hij was niet blij met een vroegere reactie van minister Brouns (cd&v) die zei dat men dat niet gaat doen. Jo Brouns meent dat de jagers er mee voor zorgen dat het dier in Vlaanderen in stand gehouden wordt.

Vervelend is volgens Verduyckt bovendien dat de wildbeheereenheden (WBE’s) het niet altijd nauw nemen met de afspraken die gemaakt zijn. 20% van de telcontroles kunnen statistisch niet kloppen, een aantal zou gedelibereerd worden door het ANB en er zijn twijfels over de telcontroles die gebeurd zijn.

Populatie in stand houden

Volgens minister Jo Brouns (cd&v) zijn er wel degelijk mogelijkheden om een gezonde populatie patrijzen in stand te houden. Een van de voorwaarden om een toelating te krijgen om te mogen jagen op patrijs is dat er een patrijsvriendelijk beheer wordt gevoerd in de respectieve WBE’s.

Landbouwers en jagers samen boeken in bepaalde regio’s goede resultaten. Een cruciaal element daarbij is dat de biotoop- en voedselvoorziening voldoende aanwezig is. Als typische akkervogels hebben patrijzen een gevarieerd landbouwlandschap nodig.

Belangrijk is dat elke jachtrechthouder een faunabeheerplan moet opmaken. Daarin wordt aangegeven hoe hij of zij het wildbeheer op zijn of haar jachtterrein wil invullen.

Insectenwallen en wildakkers

Brouns gaf enkele voorbeelden van maatregelen waarvan de patrijzenpopulatie kan profiteren. De minister vernoemde de aanleg van insectenwallen als belangrijke voedselbron. De aanleg van takkenwallen zorgt voor dekking tegen predatoren. Wild-akkers worden aangelegd door jachtrechthouders en landbouwers. Er wordt een mengsel gezaaid dat patrijzen het jaar rond van voedsel en dekking kan voorzien. Hagen worden aangeplant tussen percelen.

Die initiatieven bieden dekking tegen het toenemend aantal predatoren. Om de overgang van bos naar landbouw of weiland minder abrupt te maken, worden bosranden verjongd en struikgewassen gesnoeid. Stroken maïs worden opgekocht, zodat die in het najaar dekking en voedsel geven. Maïskolven die geleidelijk afvallen, vormen een rijke voedselbron tijdens voedselarme periodes.

Wat het telprotocol betreft, gaf Brouns als duiding mee dat om de voorjaarsstand van de patrijzenpopulatie in kaart te brengen, het ANB in 2020 een gestandaardiseerd telprotocol liet opmaken.

Digitaal tellen

Sinds 2022 is het mogelijk om tellingen ook digitaal in te geven via een online toepassing, wat moet bijdragen aan een correcte en uniforme registratie en een correcte uitvoering van het telprotocol. Brouns stelt vast dat op dit moment minder dan 30% van de tellingen rechtstreeks wordt gedigitaliseerd in het veld. De minister ziet daar de grootste mogelijkheden tot winst voor een correcte invoer van data. Om de digitalisering aan te moedigen wordt de toepassing nog gebruiksvriendelijker gemaakt.

Samenhangend met het telprotocol worden ieder jaar controletellingen uitgevoerd. De controlebedrijven voeren net zoals de WBE’s de tellingen uit via het gestandaardiseerde telprotocol.

Vanaf het volgende telseizoen wijzigt de aanpak van de controlebedrijven. Waar zij vroeger telrondes uitvoerden zonder te weten vanaf welke locatie de WBE’s patrijzen hadden waargenomen, zullen zij voortaan gebruikmaken van dezelfde telpunten als de WBE’s. Daardoor wordt een een-op-een-controle mogelijk. Daarnaast zullen de controlebedrijven een sensibiliserende rol vervullen. De betrokken jachtrechthouders worden uitgenodigd om bij minstens één controletelling aanwezig te zijn. Ook dit moet de WBE’s stimuleren om nauwkeurig te werk te gaan.

Voor het ANB een beslissing neemt omtrent de bejaagbaarheid van de patrijs, vraagt het ANB volgens minister Brouns een advies van het INBO en van de wildbeheercommissie. Minister Jo Brouns gaat niet uit de weg dat het klopt dat de patrijzenpopulatie in het algemeen in Vlaanderen al een aantal decennia achteruitgaat. Dat is ook het geval in andere landen in West-Europa, ook waar er een jachtverbod is.

Biotoop verbeteren

Minister Brouns zei te willen verkennen of er extra beleidsinstrumenten kunnen vormgegeven worden om de biotoopkwaliteit te beoordelen en te verbeteren. Daartoe is overleg nodig met de natuursector, de jagers en de landbouwers. Het vraagt volgens hem een complex en genuanceerd systeem om een patrijsvriendelijk beheer te gaan evalueren en kwalificeren.

De minister zei ook dat een andere maar minstens even relevante invalshoek de toenemende predatiedruk is. In dat verband gaf hij mee dat het INBO reeds een uitgebreide literatuurstudie uitvoerde naar de predatiedruk op grondbroedende akker- en weidevogels. Uit de literatuurstudie blijkt duidelijk dat predatiedruk een complex verhaal is. Twee elementen spelen daarbij een belangrijke rol. Habitat-herstel is van primordiaal belang voor zowel de populatie van de patrijs en het herstel van die populatie, als voor andere akker- en weidefauna. Daarnaast moet de impact van predatie, die samenhangt met de aanwezigheid van predatoren, opgevangen worden.

Brouns weet dat het niet eenvoudig is om wetenschappelijk representatieve resultaten te bekomen, die bovendien vaak enkel relevant zijn voor specifieke situaties. De effecten van predatie zijn zeer sterk gebiedsafhankelijk en hangen af van verschillende factoren, waardoor het moeilijk is om gebieden met elkaar te vergelijken.

Fons Jacobs

Lees ook in Actueel

Waterkwaliteit in Westhoek verbetert

Milieu De waterkwaliteit in de Westhoek is de laatste jaren flink verbeterd. Op 21 januari ondertekenden de partners van de lokale gebiedscoalitie ‘Robuuste Waterlopen Westhoek’ een nieuw samenwerkingsakkoord, dat loopt tot 2031. Daarmee verlengen en versterken ze hun gezamenlijke aanpak voor een betere waterkwaliteit en minder erosie in het stroomgebied van de Kleine Kemmelbeek en de Bollaertbeek.
Meer artikelen bekijken