We zullen het hier en zelf moeten doen
De State of the Union is een jaarlijks terugkerend moment om stil te staan bij de toestand en uitdagingen van de landbouwsector in Vlaanderen. Iets meer dan 1.000 landbouwers uit heel Vlaanderen kwamen naar Oudenaarde om te horen dat de wereldorde op losse schroeven staat. En dat heeft gevolgen voor elk landbouwbedrijf.

De State of the Union kan je als info- en netwerkmoment grofweg opdelen in een meer algemeen beschouwend luik en een eerder praktisch gedeelte. In dit artikel vatten we de kernpunten samen van de uiteenzettingen van Joris Relaes, Marc Ballekens en Jo Brouns. In een volgend artikel komen dan de andere sprekers aan bod.
Productiegebied niet verschuiven
Tineke Van hooland, schepen van Landbouw in Oudenaarde, moest wegens ziekte verstek geven voor de verwelkoming van de landbouwers in haar stad. Zo kregen de volgende gasten enkele minuten extra spreektijd. Joris Relaes, administrateur-generaal bij het Instituut voor Landbouw, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), gaf al vroeg in zijn uiteenzetting aan dat een geografische verschuiving van de landbouw – binnen Europa – voor hem niet aan de orde is. “Het productiegebied inzake veeteelt en akkerbouw opschuiven naar het zuiden is geen optie. In de regio’s aan de Middellandse Zee zien we nu al fenomenen als waterschaarste en verwoestijning. We zullen het dus hier moeten doen”, zegt hij.
Over hoe de landbouw van de toekomst er zal uitzien, daar heeft Joris Relaes voor een deel een duidelijk beeld van. “Drones, zelfrijdende tractoren en robots kunnen steeds meer taken overnemen of nieuwe taken opnemen. In het algemeen evolueren we misschien eerder naar kleinere landbouwmachines in plaats van naar grotere. De betaalbaarheid van al die nieuwe technologieën is nog niet helemaal uitgeklaard. Ik vermoed dat het met die nieuwe landbouwtechnologie zal gaan zoals met de grasrobots voor consumenten: de eerste waren heel duur en beperkt in mogelijkheden, maar nadien volgden de goedkopere, met meer mogelijkheden en meer gebruiksgemak”, schetst hij zijn verwachtingen.

De beschikbaarheid van landbouwgrond ziet Joris Relaes als een belangrijke uitdaging. “Bij de landbouwgrond die verpacht wordt door overheden en kerkfabrieken zien we een kleine kentering in het denken. Tot dusver zagen die vooral de geringe opbrengst van pachten en de hoge waarde van de grondprijs, waardoor die gronden vaak snel verkocht werden om een begrotingstekort dicht te rijden. Nu maken ze daar de vergelijking tussen een appartement verhuren en landbouwgrond verpachten. Zelfs na 15 of 20 jaar verpachten moet een perceel niet heringericht of opgeknapt of energetisch gerenoveerd worden, terwijl bij een verhuurd appartement een deel van de opgebouwde huuropbrengst wegvloeit naar dergelijke kosten.”
Eerdere crisissen doorstaan
Zonder het Mercosur-akkoord veelvuldig bij naam te noemen, wilde Joris Relaes de aanwezige landbouwers en politici toch duiden op de lessen uit de geschiedenis. “In het verleden werd het einde van de landbouw al meer dan een paar keer aangekondigd, bijvoorbeeld toen Spanje en Portugal bij Europa kwamen. Die landen zouden onze eigen aardbeien- en tomatenkwekers doodknijpen. En toch eten we vandaag nog steeds Belgische aardbeien en tomaten. Toen heel wat Centraal- en Oost-Europese landen aansluiten bij de EU, was het hetzelfde verhaal en ook daar zijn we sterker uit gekomen. Landbouw zal altijd een toekomst hebben in Vlaanderen, omdat wij sterke troeven hebben: een ideaal klimaat, bekwame bedrijfsleiders, een heel koopkrachtig publiek… Er zullen nieuwe modellen komen in de landbouw, met misschien meer landbouwers in bijberoep of met nieuwe vormen van samenwerking en coöperaties, maar er zal hier altijd een plaats zijn voor de landbouw”, besluit Joris Relaes.
Marc Ballekens van het Praktijkcentrum voor Land- en Tuinbouw (PCLT) uit Roeselare begon zijn uiteenzetting met een terugblik en een vooruitblik op de prijzen die gehanteerd worden in de landbouw. Daar valt weinig positief nieuws te rapen.
“De prijzen voor tarwe, gerst, rijst en korrelmaïs zijn heel matig en dat zal vermoedelijk niet snel veranderen, omdat wereldwijd de voorraden van die producten groter zijn dan op eerdere momenten. In Europa werd vorig seizoen meer tarwe geoogst, maar de export daarvan is moeilijk, omdat Rusland de wereldmarkt overspoelt met granen en dat drukt de prijzen. Een lichtpuntje is dat het importvolume in Europa van granen uit Oekraïne teruggedrongen wordt, maar aan de prijs verandert dat weinig. Voor korrelmaïs was er een recordoogst in de Verenigde Staten en dat is de belangrijkste exporteur daarvan ter wereld”, begint Ballekens. In deze deelsectoren verwacht hij niet snel betere prijzen, al weet je bijvoorbeeld nooit welke invloed het weer kan hebben.
Invoertarieven belemmeren export
“In de aardappelen zijn de contractprijzen nog goed, maar op de vrije markt heeft de combinatie van meer hectares en een goede oogst bij ons gezorgd voor een prijs in vrije val. Wat deze markt zeker niet vooruithelpt, zijn de invoertarieven voor Europese producten die naar de VS uitgevoerd worden. En de wereldwijde voorraden inzake aardappelen zijn 20% groter dan het vijfjarige gemiddelde.” Marc Ballekens ziet dat de contractprijzen voor dit jaar lager zijn dan die van vorig jaar, met de kanttekening dat tegelijk het pootgoed goedkoper is. Ondanks de lage prijzen op de vrije markt worden er dit jaar niet minder hectares aardappelen gezet, wat volgens hem niet zonder risico is.

Inzake groenten was er volgens Marc Ballekens in 2025 een overproductie in Vlaanderen. “In 2026 zullen er minder groenten geproduceerd worden en zullen de prijzen lager liggen”, schat hij in. In 2027 en 2028 zou de groentesector in de problemen kunnen komen, omdat het veranderende klimaat problemen oplevert bij de zaadproductie en door het wegvallen van gewasbeschermingsmiddelen. De sector van de diepvriesgroenten heeft eveneens te lijden onder de hogere invoertarieven van de Verenigde Staten.
Belgische suikersector zit in een existentiële crisis
Inzake suiker is er evenmin positief nieuws te rapen. “Na 3 jaren met een goede suikerprijs kwamen er heel slechte suikerprijzen. Onder meer door de lage prijs voor olie. Daardoor wordt er in Brazilië geen suiker omgezet in bio-ethanol, wat doorgaans een goedkoop alternatief is voor brandstof. Bovendien wordt er in India meer suiker geproduceerd dan geconsumeerd en komt er heel wat suiker uit Oekraïne naar Europa. Het resultaat is dat de Belgische suikerfabrieken nog minder hectares suikerbieten zullen laten aanplanten: van 100.000 ha in 2000 naar nog 43.000 ha in 2026. Een niet onbelangrijk gevolg is dat er ook minder suikerbietenpulp zal zijn voor de veeteelt”, waarschuwt Ballekens. Een lichtpuntje is dat de Europese heffingen op Russische kunstmest uitgesteld zijn in de aanloop naar de ondertekening van het Mercosur-akkoord.
De melk heeft volgens hem zijn bodemprijs bereikt. “Gelukkig blijven ook de voederprijzen laag, zodat het voedersaldo positief blijft. Op langere termijn voorspelt men dat de melkprijs naar een stevig en stabiel niveau zal klimmen, onder meer omdat wereldwijd de vraag naar melk nog elk jaar met 2% stijgt. Deze lage prijzen moeten we nu voorlopig even ‘uitzweten’, maar deze sector heeft al een paar mooie jaren achter de rug”, stelt hij.
Goede prijzen bij vleesvee en pluimvee
Volgens Marc Ballekens is het vleesvee de enige sector waar het ‘goed’ gaat. “Dat mag ook wel na 20 lastige jaren. Hoopgevend voor deze sector is dat het Mercosur-akkoord door de verwijzing naar het Hof van Justitie mogelijk met uitstel ingevoerd wordt, zodat er niet snel concurrentie komt van ingevoerd goedkoop vlees. Een andere belangrijke vaststelling is dat, ondanks de prijsverhoging voor de consument, rundvlees zijn aantrekkingskracht in de retail niet verloren heeft. Ook bij pluimvee, en dan meer specifiek de eieren, is er weinig te klagen over de prijzen, maar deze sector kampt dan wel met de vogelgriep.” Bij de varkens voelt men de gevolgen van de lagere exportcijfers voor de prijzen.

Marc Ballekens raadt de varkenssector aan om nieuwe exportmarkten te vinden buiten de EU. Hij ziet het in het algemeen niet graag gebeuren dat bedrijven die de Vlaamse landbouwafzet (melk, aardappelen...) verwerken steeds vaker hun hoofdzetel buiten ons land hebben.
Defensie vraagt grote budgetten
Na de markten ging Marc Ballekens in op de verschuivingen in de wereldorde. “Er is een machtsstrijd aan de gang tussen de Verenigde Staten en China. Europa moet daarbij voortaan zelf zijn boontjes doppen en dat voelt de landbouw. Er is door het wegvallen van de VS als betrouwbare partner inzake handel en vooral veiligheid meer budget nodig voor defensie in alle Europese landen en daardoor is blijft er bijvoorbeeld minder overheidsbudget over voor het GLB en voor de landbouw.”
Europa verliest aan een snel tempo zijn stabiliserende structuren of die minderen toch aan belang. Marc Ballekens denkt daarbij onder meer aan de Verenigde Naties en de NAVO. Hij ziet dat Europa ook intern niet overal zijn zaakjes op orde heeft, zoals te merken is aan de aanhoudend wankele regeringen in Frankrijk en Nederland en aan de sputterende economie in Duitsland.
Hij wijst er nogmaals op dat Rusland een veel te dominante speler zou worden op de markt van granen, koolzaadolie, suiker en soja als Rusland de oorlog in Oekraïne zou winnen. We moeten tegen elke prijs die Russische overwinning beletten. “Het Mercosur-akkoord is geen goede zaak voor de landbouw en toch heeft Europa die deal hard nodig. Bij het begin van die onderhandelingen zocht Europa een manier om vooral Duitse auto’s te kunnen exporteren. Vandaag kijken we in dat vrijhandelsakkoord vooral meer naar de kostbare aardmetalen die die landen hebben en die wij niet hebben, maar wel nodig hebben.”
Hij rekent erop dat een volgend handelsakkoord met India minder impact zal hebben op de Europese landbouw en toch de deuren opent voor de exporterende Europese bedrijven. “Mijn conclusie is: het globalisme is voorbij en een gelijk speelveld komt er niet. We prijzen onszelf uit de markt. Europa is te afhankelijk van anderen inzake energie (Rusland) en inzake defensie (de Verenigde Staten) en dat is geen goede zaak. Daar is iedereen het over eens. We mogen nu niet ook nog onze voedselautonomie te grabbel gooien aan Zuid-Amerika.”
Misschien is er meer protectionisme nodig
In dat laatste vindt Marc Ballekens een medestander in Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns. Hij was al voor de tweede keer te gast als spreker op deze State of the Union. “Strategische voedselautonomie is nu heel dringend nodig en we moeten dat zelf in handen nemen. Europa moet voor zichzelf zorgen, zoals de Amerikaanse Donald Trump het bij herhaling aangeeft. We hebben in Vlaanderen en in Europa meer chauvinisme nodig en misschien meer protectionisme om onze landbouw te steunen. Willen we die Chinese producten wel hebben? En uiteraard moeten dezelfde normen en regels gelden voor ingevoerde producten als voor de producten die we hier zelf produceren. Het Mercosur-akkoord biedt dat gelijke speelveld niet”, zegt minister Brouns.
“Die onderhandelingen over Mercosur hebben 25 jaar geduurd en al die tijd is het niet gelukt om die landen inzake normen op dezelfde lijn te krijgen als Europa. Het minste dat Europa dan kan doen voor de landbouw is meer ruimte geven om de bestaande milieudoelstellingen te halen”, zegt Jo Brouns. Hij belichtte vervolgens nog kort enkele nieuwe regels in het vergunningenbeleid, de noodzakelijke omschakeling van het depositiebeleid naar een emissiebeleid inzake stikstof en de voor hem al even noodzakelijke ingrepen aan het geurkader.
Voor de volgende editie van de State of the Union in Oudenaarde, in 2027, heeft gastheer Marc Ballekens alvast Christophe Hansen, Europees commissaris voor Landbouw, uitgenodigd en die heeft de uitnodiging onder voorbehoud aanvaard.





