Laatste rechte lijn ingezet, maar hoe staat het met Renure?
Nu elke Europese instelling zijn zegen heeft gegeven voor kunstmestvervangers gerecupereerd uit dierlijke mest, zetten we nog eens de belangrijkste feiten over Renure op een rij.

Dierlijke mest kan door technieken zoals stripping-scrubbing en omgekeerde osmose bewerkt worden, zodat het meer nutriënten bevat en kan dienen als kunstmestvervanger. Technisch stond het proces om Renure (Recovered Nitrogen from Manure) te maken al langer op punt, maar het eindproduct geldt nog steeds als dierlijke mest. De Nitraatrichtlijn beperkte dierlijke mest (en dus Renure) tot 170 kg per ha per jaar.
Dit leidt tot de paradoxale situatie waarbij Vlaamse boeren nog steeds kunstmest moeten gebruiken, terwijl een circulair alternatief zoals Renure al technisch mogelijk is én terwijl er een mestoverschot is. Omdat we veel kunstmest gebruiken, zijn we ook afhankelijk van buitenlandse import en van schommelende prijzen. Tot nu toe had het weinig zin om dierlijke mest te vervangen door Renure: het is duurder om te produceren en er is genoeg dierlijke mest voorhanden.
Hoe komt daar nu verandering in?
De Europese Nitraatcommissie besloot op 19 september 2025 om Renure onder bepaalde voorwaarden toe te laten als kunstmestvervanger. Het gaat maar om 80 kg stikstof uit Renure bovenop de stikstofnorm van 170 kg en de versoepeling mag niet leiden tot een uitbreiding van de veestapel. Er zijn daarnaast een aantal kwaliteitseisen voor het eindproduct.
Europarlementslid Wouter Beke maakt zich sterk dat Renure door de Nitraatcommissie raakte dankzij aanhoudende druk van cd&v. “Het stikstofoverschot is een problematiek die in Vlaanderen en Nederland leeft, maar niet in andere landen.” Door informele en formele gesprekken met collega-parlementsleden, de Europese Commissie en ministers van andere landen verzamelden Beke en minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) naar eigen zeggen toch genoeg steun van landen waar de problematiek niet op de agenda stond.
Wanneer gaan Vlaamse boeren Renure kunnen gebruiken?
Het Europees Parlement en de lidstaten hadden tot deze maand om bezwaar in te dienen tegen de toelating van Renure. Dit is niet gebeurd, waardoor op Europees niveau alle lichten op groen staan voor Renure. “Het heeft lang geduurd om tot een akkoord te komen in de Nitraatcommissie (n.v.d.r. de lidstaten zetelen in deze technische commissie), maar eenmaal er een akkoord was, heb ik geen verder verzet meer gehoord”, aldus Beke.
Iedere lidstaat moet nu voor zichzelf bepalen of ze Renure willen toelaten op hun grondgebied of niet en de Europese richtlijn desgewenst omzetten in nationale wetgeving. Aangezien Vlaanderen vragende partij was, heeft minister Brouns (cd&v) aan zijn administraties gevraagd om er de grootste prioriteit aan te geven. “De inwerkingtreding wordt dus nog dit voorjaar verwacht”, schat Brouns in.
Voordat boeren Renure zullen kunnen toepassen, moet er wel nog eerst een decreet en een besluit van de Vlaamse regering worden aangepast en goedgekeurd. “Dat lijkt technisch, maar is belangrijk om Renure rechtsgeldig te kunnen toepassen.” Uiteindelijk moet Renure nog langs het Vlaams parlement passeren, maar Brouns maakt zich geen zorgen. “Het regeerakkoord is glashelder: We voeren Renure in in Vlaanderen.”
In oktober identificeerde professor Erik Meers nog een aantal hangende wettelijke vragen over Renure, zoals of boeren mestverwerkingscertificaten krijgen voor de productie van Renure. “We kunnen hier niet op vooruitlopen”, aldus Brouns. “Wel kan ik zeggen dat ik de ambitie heb om Renure met zo weinig mogelijk administratieve lasten te erkennen.”
Eddy Vandycke, ondervoorzitter van VCM (het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking), verwacht geen grote hordes meer voordat Vlaamse boeren Renure kunnen gebruiken. “Alle voorwaarden om Renure te mogen toepassen, zijn Europees bepaald en zijn gekend. Er moet bijvoorbeeld niet meer gediscussieerd worden over normen voor bacteriën of zware metalen. Die eisen zijn ook al streng genoeg, waardoor ik niet denk dat Vlaanderen het nog eens zou verstrengen. Anders krijg je namelijk al gauw een ongelijk speelveld tussen de lidstaten.”
Hoe ziet de toekomst van Renure eruit in Vlaanderen?
Zelfs zonder de wetswijziging wordt er volgens cijfers van VCM in Vlaanderen al jaarlijks 35.900 ton Renure-meststoffen geproduceerd. Die hoeveelheid kan 0,6% van de huidige gemiddelde kunstmestgebruik in Vlaanderen vervangen.
Vandycke merkt bij zowel potentiële gebruikers als producenten van Renure verhoogde interesse in de gerecupereerde meststoffen. “Nu de Vlaamse overheid ermee bezig is, komen landbouwers naar onze organisatie met de vraag wat er mogelijk is voor hun bedrijf. Af en toe krijgen we ook vragen van bedrijven die een nieuwe productietechniek willen ontwikkelen.”
Ondanks de toegenomen interesse denkt Vandycke dat het niet zo’n vaart zal lopen met de productie van Renure in Vlaanderen. “Door alle randvoorwaarden en de kostprijs zal Renure al een succes zijn als het binnen de 5 jaar een kwart van het huidige kunstmestgebruik vervangt.”
Door de hoge teeltbehoefte van bepaalde teelten zal er altijd nog kunstmest nodig zijn. Eerder voorspelde VCM dat Renure het potentieel heeft om 86,8% van de kunstmest te vervangen, maar die schatting was nog gebaseerd op het voorstel waarin 100 kg Renure bovenop dierlijke mest mocht. In de goedgekeurde wet is het beperkt gebleven tot 80 kg, dus die schatting moet nog naar beneden bijgesteld worden.





