Vlaanderen is primus in gewasbescherming
Het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik zet voortdurend stappen vooruit en wordt continu geëvalueerd. Vlaanderen staat onder meer aan de top wat geïntegreerde gewasbescherming aangaat.

Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) betoogde in de bijeenkomst van de commissie Leefmilieu op 20 januari dat hij hoopt dat heel de Europese Unie het voorbeeld van Vlaanderen volgt. “Daardoor worden de voedselveiligheid en het gelijke speelveld gerespecteerd”, zei hij. “Logischerwijze moeten onze strenge gebruiksbeperkingen voor landbouwproducten dan ook gelden voor producten van buiten de EU. Anders hebben onze inspanningen weinig zin.”
Pesticidegebruik tot 2027
In zijn repliek op een vraag van commissielid Bieke Verlinden (Vooruit) daarover zei de minister dat het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik tot 2027 diverse stappen bevat. Er zijn de acties die binnen het domein Omgeving genomen worden en de acties die door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij in uitvoering worden gebracht. De opvolging van het plan voor de reductie van pesticiden is in handen van een ambtelijke werkgroep van de domeinen Omgeving en Landbouw. Uit een stand van zaken van vorig jaar bleek dat het overgrote deel van de voorziene maatregelen die gebonden zijn aan een omzetten in regelgeving, is uitgevoerd of in de laatste fase van implementatie zit.
Geïntegreerde gewasbescherming
Binnen de geïntegreerde gewasbescherming (IPM of Integrated Pest Management) zijn spuitkoppen met 90% driftreductie vanaf dit jaar de regel. Langs VHA-waterlopen (Vlaamse Hydrografische Atlas) zijn beschermingsstroken ingevoerd die vrij zijn van meststoffen, pesticiden en perceelsgebonden hoofdteelt. Bijkomende maatregelen met betrekking tot de waterwingebieden, de bescherming van kwetsbare groepen en de buffers ten aanzien van kwetsbare natuur zitten nu in de finale fase van de omzetting. Zoals het geval is voor de bufferstroken langs waterlopen, wordt momenteel de focus gelegd op de flankering van de ecoregeling of de beheerovereenkomsten. Op die manier zouden landbouwers ervoor kunnen kiezen om hun hoofdgewas op deze stroken te blijven telen, zij het zonder gebruik van pesticiden, of om in een ecoregeling te stappen die kan zorgen voor een vergoeding van het verlies aan opbrengst.
Investeren in duurzaamheid
Brouns lichtte toe dat er verschillende mechanismen zijn waar een landbouwer een beroep op kan doen om bij investeringen in duurzaamheidsmaatregelen financiële ondersteuning te krijgen. Hij denkt in de eerste plaats aan VLIF-investeringssteun (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) bij de aankoop van machines of goederen die het toepassen van alternatieve gewasbeschermingstechnieken of middelen toelaat en bij investeringen in precisietechnieken. Hij denkt verder nog aan verschillende ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen, en aan de opleidingen rond fytolicentie, die worden aangeboden en gesubsidieerd via de GLB-hefboom (gemeenschappelijk landbouwbeleid) Vorming en advies.
Brouns benadrukte dat de voortgang van het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik continu wordt geëvalueerd. Er wordt bovendien gewerkt aan het verbeteren van technieken en aan een vermindering van de blootstelling aan de landbouwers zelf. Volgens de minister heeft Vlaanderen wat betreft de bescherming van de mensen de laatste decennia samen met de landbouwers bijzonder grote stappen gezet.
’Harmonised risk indicators’
Voor een globale evaluatie van de impact in de Vlaamse landbouw van de opeenvolgende actieplannen die sinds 2013 uitgevoerd werden en worden, verwees hij naar de evolutie van 2 harmonised risk indicators van de Europese diensten.
Uit de Europese geharmoniseerde risico-indicator die werd gedefinieerd om de evolutie te kunnen analyseren van de gewasbeschermingsmiddelen die op de markt gebracht werden, blijkt dat het risico van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de Vlaamse landbouw voor de menselijke gezondheid en het milieu tijdens de periode 2011-2023 met 56% is afgenomen.
Een tweede indicator die hij naar voren schoof, is de evolutie van het aandeel van gewasbeschermingsmiddelen die ook toegelaten zijn in de biologisch gecertificeerde landbouw ten aanzien van het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de Vlaamse landbouw. In doorsnee wordt het risicoprofiel van gewasbeschermingsmiddelen die in de biologische landbouw ingezet mogen worden, volgens minister Brouns lager ingeschat. De producten die toegelaten zijn in de biologische landbouw, mogen ook in de gangbare landbouw worden gebruikt. In totaal was in 2023 20% van de totale hoeveelheid actieve stoffen afkomstig van producten toegelaten in de biologische landbouw, tegenover 9% in 2014.
Juiste koers
Minister Brouns meent dat de koers die we nu aanhouden de juiste is: geleidelijk uitfaseren van een aantal werkzame stoffen die vervangen kunnen worden door minder zorgwekkende stoffen, verder inzetten op IPM, een pleksgewijze bestrijding als het kan en bufferstroken die nu al hun effect hebben op oppervlaktewater. Hij verwees naar de vul- en spoelplaatsen waarvan substantiële, significante effecten worden verwacht. Zo vermijdt men uitspoeling in de waterlopen bij het vullen en zuiveren van apparatuur.
Brouns hoopt dat op termijn ook nieuwegeneratiegewassen met ingebouwde afweermechanismen, de zogenaamde new genomic techniques (NGT’s), het gebruik van pesticiden verder naar beneden brengen.





