VLM speelt leentjebuur om waterkwaliteit te verbeteren
Hoe kunnen we de watervervuiling door landbouw verminderen? De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) zocht inspiratie bij onze buurlanden.

Door overbemesting komen er te veel voedingsstoffen (nutriënten) in de omgeving terecht. Dat leidt onder andere tot de eutrofiëring (overmatige algengroei) van onze waterlopen en meren en tot een verlies van biodiversiteit.
Het probleem wordt in Vlaanderen aangepakt met bijvoorbeeld de Mestactieplannen (MAP) die goede bemestingspraktijken uitzetten. Met resultaat, want de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater evolueert positief volgens de meest recente resultaten van het onderzoek van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) naar nutriëntenvervuiling in landbouwgebieden.
Tien beleidsinstrumenten
“Deze resultaten tonen dat onze gezamenlijke inspanningen voor een betere waterkwaliteit in landbouwgebieden vruchten beginnen af te werpen”, zei minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) eind december. Direct zei hij daarbij dat we er nog niet zijn.
Daarom zocht onderzoeksbureau Technopolis in opdracht van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) naar effectieve, uitvoerbare en efficiënte beleidsinstrumenten in het buitenland om nutriëntenvervuiling in Vlaanderen verder in te dammen.
Daarvoor maakte Technopolis een eerste selectie van 43 beleidsinstrumenten uit een zestal regio’s met een vergelijkbare problematiek als Vlaanderen: een stikstofoverschot door intensieve veeteelt. Met behulp van stakeholders uit onder andere de landbouw- en milieusector verkleinden de onderzoekers de lijst naar 10 beleidsinstrumenten met potentieel uit Bretagne, Denemarken, Nederland, Noordrijn-Westfalen en Wallonië. Verder onderzoek en interviews leidden tot een eindrapport, dat in oktober gepubliceerd werd.
Geen snelle oplossing
De onderzochte beleidsinstrumenten vallen te clusteren in 4 manieren om in te grijpen op de vervuiling of combineren deze vormen: wet- en regelgeving, marktstimulering, advisering en financiering van bovenwettelijke maatregelen.
De onderzoekers wijzen erop dat geen enkele maatregel een snelle oplossing biedt voor het bereiken van de doelstellingen. “Het stimuleren van biolandbouw in Denemarken en de samenwerking in Nordrhein-Westfalen tussen drinkwaterbedrijven en landbouwcoöperaties hebben volgens de betrokken partijen een aantoonbaar effect op de nitraatconcentraties in het oppervlaktewater, maar in beide gevallen is er tientallen jaren gewerkt aan marktontwikkeling en vertrouwen.”
Biolandbouw in Denemarken
Al sinds de jaren 80 voert Denemarken met meerjarige actieplannen, een nationaal keurmerk en een wettelijke definitie van bio een proactief beleid om biologische landbouw te stimuleren.
Daarbij wordt een integraal beleid doorheen de keten gevoerd. Niet alleen worden boeren aangemoedigd om hun bedrijfsvoering om te schakelen naar bio, er wordt ook ingezet op meer bioproducten in publieke catering en in de rekken van supermarkten. Door het Ø-label, een nationaal keurmerk gecontroleerd door de overheid, geniet bio een hoog consumentenvertrouwen in Denemarken.
“Het gevolg is dat de markt voor bioproducten veel verder ontwikkeld is in Denemarken dan in Vlaanderen of Nederland”, zegt Geert van der Veen, een van de auteurs van de studie. “Er liggen veel lokale bioproducten in de supermarkten. Voor bepaalde producten zijn er zelfs geen niet-biologische alternatieven.”
Het land heeft volgens BioForum het hoogste marktaandeel voor biologische voedingsproducten ter wereld (12,5%), 3 keer meer dan in België. Het bio-areaal is 11,3% in vergelijking met 1,6% in Vlaanderen.
Van der Veen noemt marktstimulatie een aantrekkelijke manier voor een overheid om het milieu te verbeteren. “De middelen die de maatschappij erin moet investeren zijn beperkt.” Consumenten financieren het systeem voor een stuk zelf. Wel moet het grootschalig genoeg zijn, anders heeft de bredere landbouwsector er weinig aan, zegt van der Veen.
De milieuvoordelen van biologische landbouw gaan natuurlijk breder dan het nutriëntenbeheer, maar omdat biologische veehouderij minder intensief is en bioboeren geen kunstmest gebruiken, worden er minder nutriënten per hectare gebruikt.
Samenwerking tussen landbouwers en drinkwaterbedrijven
In Noordrijn-Westfalen werken landbouwers in drinkwaterwinningsgebieden watervriendelijker in ruil voor gratis, onafhankelijk advies en een vergoeding door de watersector. Beide partijen werken samen om het grondwater te beschermen tegen nutriëntenvervuiling.
De vergoeding wordt mee gefinancierd door een wateronttrekkingsheffing waardoor het de gebruikers van het water zijn die deze maatregel mee financieren. Waterbedrijven besparen ook omdat ze minder moeten investeren in apparatuur om nitraten uit het water te filteren.
De succesformule is tweevoudig. “Veel boeren doen mee aan het beleidsinstrument. Hoe meer boeren meedoen, hoe beter het werkt.” Daarnaast steunt het op coöperatie in plaats van confrontatie. “De samenwerking tussen boeren en drinkwaterbedrijven loopt al zo’n 25 jaar, waardoor het vertrouwen in de loop van de jaren is kunnen groeien tussen beide partijen.”
Vertrouwen is essentieel
Daarom concluderen de onderzoekers dat het belangrijk is dat beleidsmakers niet alleen inzetten op technische of juridische instrumenten, maar dat ze werken aan vertrouwen, eigenaarschap, transparantie en aan een duurzaam verdienmodel voor boeren.
“Het is nooit goed om beleid op beleid te stapelen en telkens met nieuwe voorstellen te komen”, zegt van der Veen. “Deze studie laat zien dat een lange adem en vertrouwen tussen partijen heel belangrijk zijn. Daarom is het verstandig om in de eerste plaats met elkaar in gesprek te gaan over de resultaten van dit onderzoek en om zo het vertrouwen, dat de afgelopen jaren verdwenen is, te herstellen om te werken aan een gezonde landbouw in Vlaanderen.”
Om deze redenen zegt VLM niet per se van plan te zijn om direct met nieuwe beleidsvoorstellen af te komen op basis van de studie, maar neemt het de resultaten ervan mee voor de toekomst.





