Van vrijwillige digitale registratie naar verplichting
Volgens een eerdere communicatie was de digitale registratie van gewasbeschermingsmiddelen verplicht vanaf 1 januari 2026. Eind vorig jaar kwam dan het bericht dat de verplichting is uitgesteld. Deze situatie zorgde voor verwarring. Mathias Abts, sectoradviseur bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, gaf hier meer toelichting bij tijdens de akkerbouwstudiedagen in Bierbeek en Ninove.

“Dit jaar is een overgangsjaar. Het is niet verplicht om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen digitaal te registreren, maar het mag wel. Hiernaast zijn er bijkomende voorwaarden die je moet noteren bij de registratie”, duidde sectoradviseur Abts.
Van 2011 tot en met 2025
De huidige situatie is er een waarbij alle professionele gebruikers sinds 2011 verplicht zijn om een register bij te houden van het gebruik aan gewasbeschermingsmiddelen. Die gebruikers slaat op meer dan landbouwers, zo ook op groenvoorzieners, overheidsbedrijven (spoorwegen, luchthavens) en iedere andere professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen. De registratie is verplicht voor behandelingen zowel in open lucht als onder bescherming (serres), maar ook in speciale installaties zoals bewaarloodsen of zaadbehandelingstoestellen.
Mathias Abts verduidelijkte verder de situatie van 2011 tot 2025. Gedurende deze periode kon de registratie in elektronische vorm of op papier gebeuren en binnen de termijn van 7 dagen na de toepassing. Dit register moet minstens de naam van het gebruikte gewasbeschermingsmiddel bevatten, evenals de toepassingsdatum, de toepassingsdosis, de locatie (perceelsnaam) en het gewas waarop het middel is gebruikt.
Die registers moeten tenminste 5 jaar bewaard worden of 3 jaar voor sierteeltgewassen (niet eetbaar). De relevante informatie uit deze registers moet ter beschikking gesteld worden van de bevoegde autoriteiten. Tot op heden moeten deze registers niet rechtstreeks doorgestuurd worden, enkel dus op vraag bij een eventuele controle.
Nieuw vanaf 2026
Nieuw vanaf dit jaar is dat er nog geen verplichting is voor de digitale of elektronische registratie. Wél moeten we het minstens op papier registreren binnen de 7 dagen na toepassing én moeten we al bijkomende informatie registreren.
Naast de datum van toepassing moet nu ook het starttijdstip geregistreerd worden als dat van toepassing is voor het gebruikte middel. Dat staat dan specifiek vermeld in de akte van dit middel. Sommige middelen worden toegepast vanaf een specifiek tijdstip van de dag. Denk dan bijvoorbeeld aan momenten waarop bijen niet actief zijn, of aan specifieke middelen of aan producten waarbij een fytolicentie Ps vereist is.
Dat de naam van het product genoteerd moet worden, is geen nieuwigheid. Wel nieuw is dat vanaf nu ook het vergunningsnummer of toelatingsnummer geregistreerd moet worden. Dat kan je terugvinden op www.fytoweb.be.
Sinds Nieuwjaar moet ook de omvang of de oppervlakte (aantal ha) van het behandelde gebied of de hoeveelheid van de behandelde eenheid geregistreerd worden. Dit laatste slaat bijvoorbeeld op de hoeveelheid aardappelen in een loods die behandeld worden tijdens een vergassing. Dan moet dit volume ingeschat worden. Het kan ook zijn dat behandelingen in permanente serres uitgevoerd worden. Hiernaast kunnen ook zaden of teeltmateriaal zoals zaaizaden of pootgoed behandeld worden. Registraties kunnen dus gebeuren in vierkante meters, kubieke meters, gewichtseenheden of nog in aantal zaden.
Sinds 1 januari 2026 moet ook de locatie van het perceel waar de behandeling met gewasbeschermingsmiddelen is gebeurd, geregistreerd worden. Hiervoor kan het perceelsnummer uit de verzamelaanvraag + het jaartal van die verzamelaanvraag gebruikt worden, de x-y-coördinaten of het kadasternummer.
Fytoweb of erkenningsakte
Niet nieuw is dat het gewas waarop het middel gebruikt is geregistreerd moet worden. De benaming van dit gewas is voldoende. Eerder werd er nog gedacht om de EPPO-code te noteren, maar dit is uiteindelijk niet doorgevoerd. Wel nieuw is dat het groeistadium van het gewas, de BBCH-notering, geregistreerd moet worden, indien dit vermeld staat in de erkenningsakte van het middel. Dat is niet bij alle middelen zo, maar dus enkel indien er bepaalde toepassingsstadia worden vermeld in de akte.
De woordelijke beschrijving zoals ‘voor opkomst’ of ‘bij planten’ of ‘vijfbladstadium’ uitgeschreven, is voldoende, al mag ook de overeenstemmende BBCH-code worden weergegeven. Noteer het stadium waarin het gewas zich bevindt op het moment van de behandeling. Als je noteert ‘BBCH 13-39’ is dit fout, omdat dit een periode is en niet exact het tijdstip van toepassing. ‘BBCH 15’ is dan wel weer concreet en een juiste registratie.
Veel van alle voornoemde gegevens zijn terug te vinden op www.fytoweb.be of op de akte van het product.
Overgangssituatie van 2027 naar 2030
Vanaf 1 januari 2027 wordt de elektronische registratie verplicht voor professionele gebruikers die hun register ofwel meteen elektronisch invullen ofwel op papier bijhouden binnen de 7 dagen. Zij kunnen achteraf hun noties op papier omzetten naar een elektronisch formaat. Opgelet: dit dient te gebeuren voor 31 januari van het volgende jaar.
In 2030 wordt volgens de huidige plannen alles nog wat strikter en moeten dan alle gegevens uiterlijk 30 dagen na de datum van gebruik van het gewasbeschermingsmiddel in elektronische vorm beschikbaar zijn. Het gebruik moet binnen een periode van 7 dagen geregistreerd worden op papier en moet uiterlijk na 30 dagen digitaal geregistreerd worden.
Machinaal leesbaar formaat
Voornoemde registratie van gegevens moet volgens de wetgever bijgehouden worden in een ‘machinaal leesbaar formaat’. Dat kan bijvoorbeeld een Excel-, Word-, One Note- of doorzoekbaar PDF-formaat zijn. Mathias Abts benadrukte dat foto’s of scans van (geschreven) documenten niet kunnen, omdat dit niet ‘doorzoekbaar’ is. Alle informatie moet beschikbaar gehouden worden op het bedrijf.
Er zijn verschillende aanbieders van registratietools op de markt. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij zal zelf geen centrale registratietool bouwen. Deze situatie is dus ietwat anders dan bijvoorbeeld bij het digitale kunstmestregister.





