Brede weersverzekering wordt aangepast
Er komen aanpassingen aan de brede weersverzekering voor de landbouw in Vlaanderen. Wat die aanpassingen zullen zijn is nog niet duidelijk, zo blijkt uit een discussie in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement op 21 januari.

Vlaamse landbouwers zullen in de toekomst veel minder een beroep kunnen doen op het Rampenfonds bij misoogsten door bijvoorbeeld droogte of stormen. In plaats daarvan komt er de vrijwillige brede weersverzekering. Het succes van die vrijwillige verzekering is beperkt en vermindert nog elk jaar, ondanks een subsidie op de te betalen premie. Zowel de verzekeringsmaatschappijen als de landbouwers en ook heel wat leden van de commissie Landbouw vragen daarom aanpassingen aan de brede weersverzekering. Die aanpassingen zullen er ook komen, maar het blijft onduidelijk wat ze zullen zijn.
Bijsturingen vanaf 2027 uitrollen
“De evaluatie van de brede weersverzekering werd inmiddels gefinaliseerd en er werd reeds een advies over verleend door de inspecteur van Financiën”, meldt Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) na een vraag van Lydia Peeters van Anders (vroeger Open Vld). “In de loop van 2026 zal gewerkt worden aan de bijsturingen, om die dan vanaf 2027 te kunnen uitrollen. Uit de evaluatie blijkt dat er bij de subsidiemaatregel ruimte voor verbetering is. De doelstelling, namelijk de beschikbaarheid van een bredeweersverzekeringsproduct in Vlaanderen dat het afgebouwde Rampenfonds kan vervangen, wordt behaald. Wel is de deelname beperkt en veeleer dalend en zijn sommige deelsectoren ook ondervertegenwoordigd. Er wordt daarom ook voorgesteld om de regeling bijgestuurd verder te zetten”, stelt minister Brouns.
“De verschillende opties worden door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij momenteel uitgewerkt en zijn vooral praktisch van aard. Bij de aanpassing van de regelgeving zal het belangrijk zijn om ook duidelijkheid en stabiliteit te bieden, zowel aan de landbouwers als aan de verzekeraars. Elementen die daarbij zeker bekeken zullen worden, zijn het subsidiepercentage, de verzekeringstaks en de rol van Vlaanderen als herverzekeraar”, meldt minister Brouns.
Het is 5 voor 12
Lydia Peeters herinnert de minister eraan dat de evaluatie eigenlijk al in 2025 klaar had moeten zijn. “We weten al sinds meer dan 6 jaar dat die evaluatie rond moest zijn in 2025 en men ging er dan van uit dat er in 2025 ook al voorstellen tot verbetering zouden zijn. Als men talmt met het bijsturen en als men ook talmt met het verschaffen van duidelijkheid, zowel naar de landbouwer toe als naar de verzekeraars, dan is het logisch dat steeds minder mensen daar gebruik van maken. Ik denk dat het 5 voor 12 is om ervoor te zorgen dat er een aangepaste regeling komt”, zegt de liberale politica.
“Er werd misschien de indruk gewekt dat we de voorbije maanden met onze vingers hebben zitten draaien, maar niets is minder waar. De evaluatie is rond. Er is een advies van de inspecteur van Financiën. En 2026 is nog volledig gedekt. We zijn nu op zoek naar voldoende budget om het systeem haalbaar en betaalbaar te houden. Het doel van de verzekering is bovendien niet om elke landbouwer te verzekeren, maar wel om een verzekeringsaanbod te garanderen in Vlaanderen. Daar zijn we goed in geslaagd”, verdedigt minister Brouns zich. Hij kreeg nog geen antwoord van de federale minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) of de (federale) taks op de brede weersverzekering kan worden afgeschaft, om deze verzekering financieel aantrekkelijker te maken.
Mogelijkheden via het GLB?
“Dit is een uitdaging in meerdere regio’s. Ook in bijvoorbeeld Duitsland is de deelname aan de brede weersverzekering beperkt. Bij het vernieuwde instrument ligt de vraag van het budget nog open. Kunnen we naar het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) kijken? Kunnen we naar andere mogelijkheden kijken? Wij hebben alvast de intentie om voldoende budget vrij te maken om een meer robuust systeem te hebben dat ook gebruikt wordt, waar een voldoende hoge deelnamegraad is en waarin evenwicht zit tussen de verzekerbaarheid en degene die er gebruik van maakt”, besluit de minister.





