Wat levert een betere bioveiligheid écht op?
Vijf Belgische varkensbedrijven werden een jaar lang gecoacht om de bioveiligheid op hun bedrijf te verhogen. Coaching op maat bleek erg effectief, vooral wanneer de motivatie van de varkenshouder én zijn dierenarts groot was.

Bioveiligheid is een woord dat we in de sector intussen al jaren horen. Iedereen weet dat het belangrijk is, maar tussen weten en doen zit soms nog een stevige kloof. In de dagelijkse realiteit botsen veehouders immers op gewoontes, tijdsdruk en praktische beperkingen, waardoor goede bedoelingen niet altijd uitmonden in concrete acties.
Om beter te begrijpen hoe die kloof gedicht kan worden, volgden 5 Belgische varkenshouders gedurende één jaar, vrijwillig, een individueel coachingtraject binnen het Horizon Europe Biosecure-project. Dit was geen theoretische opleiding, geen lijst van maatregelen die van bovenaf werd opgelegd, maar een begeleiding die volledig werd afgestemd op de specifieke werking en uitdagingen van elk bedrijf. Door samen te kijken naar routines, knelpunten en haalbare verbeteringen, kregen de deelnemers de kans om hun bedrijf stap voor stap te verfijnen.
De centrale vraag was eenvoudig maar cruciaal: kan coaching op maat helpen om de bioveiligheid op varkensbedrijven daadwerkelijk én duurzaam te verbeteren? Dit traject vormde een unieke gelegenheid om dat in de praktijk te onderzoeken.
Hoe verliep het traject?
Elke deelnemende varkenshouder kreeg 4 bedrijfsbezoeken. Tijdens het eerste bezoek werd het bedrijf uitgebreid in kaart gebracht: de coach keek naar de bioveiligheid op dat moment, naar de houding van de veehouder ten opzichte van het thema en naar de bedrijfsspecifieke uitdagingen die meespeelden. Tijdens het tweede bezoek werd op basis van de ideeën van de veehouder zelf een actieplan opgesteld. De coach voorzag hierbij geen lijst van verplichtingen, maar hielp om keuzes te verduidelijken en om te bepalen wat haalbaar en nuttig was, en wat het best binnen het bedrijf paste.
Voor het meten van de bioveiligheid werd de Biocheck.UGent gebruikt. Om inzicht te krijgen in motivatie, houding en drempels werd gewerkt met het ‘Adkar’-model, een instrument dat peilt naar 5 elementen: awareness, desire, knowledge, ability en reinforcement. Vrij vertaald betekent dit: bewustzijn, motivatie, kennis, kunnen en bestendiging.
Na 6 maand en 1 jaar werden een derde en vierde bezoek uitgevoerd om na te gaan hoe de aanpassingen liepen.
Wie deed mee?
Vijf Belgische varkensbedrijven met uiteenlopende bedrijfsgroottes en -structuren deden mee. De deelnemers waren zowel jonge starters als zeer ervaren bedrijfsleiders. Op 4 bedrijven nam ook de bedrijfsdierenarts deel aan het traject. Dat bleek later een belangrijke factor!
Wat leverde de coaching op?
Betere bioveiligheid De bioveiligheid ging omhoog, behalve op één bedrijf. Vier van de 5 bedrijven verbeterden hun bioveiligheidsscores over de volledige lijn: intern, extern én totaal. Gemiddeld stegen de totalen met ongeveer 4%. De grootste vooruitgang werd geboekt in interne bioveiligheid (werklijnen, hygiëne, reiniging en ontsmetting, materiaalgebruik). Externe bioveiligheid bleef op de meeste bedrijven stabiel of steeg licht. De individuele verschillen waren groot: sommige bedrijven boekten kleine maar constante winst, terwijl anderen in bijna alle categorieën vooruitgingen.
Eén bedrijf ging achteruit. Bij dit bedrijf speelden 2 belangrijke factoren mee. Enerzijds zorgden aanhoudende bouwwerken voor voortdurende verstoring van de dagelijkse werking. Anderzijds was er een gebrek aan tijd, waardoor zelfs bestaande maatregelen niet langer consequent werden toegepast. Het traject toont hier duidelijk aan dat motivatie op zich niet volstaat: het daadwerkelijk kunnen uitvoeren van maatregelen, de zogenaamde ability, blijft een cruciale bepalende factor.
Eigen actieplan De acties kwamen van de veehouders zelf, en dat werkte! Samen stelden de 5 veehouders in totaal 21 verschillende bioveiligheidsmaatregelen op voor hun actieplannen, waarvan er uiteindelijk 14 volledig werden uitgevoerd. Het merendeel van de gekozen acties had betrekking op de interne bioveiligheid. Zo werkten de veehouders onder meer aan het voorzien van materiaal per afdeling, het respecteren van vaste werklijnen, het optimaliseren van reiniging en ontsmetting, het gebruik van kleurcodes voor materiaal, het herorganiseren van de hygiënesluis, het verbeteren van de handhygiëne en het aanpassen van de inrichting van de kadaveropslag.

Opvallend daarbij is dat maatregelen die de veehouders zelf selecteerden duidelijk vaker werden uitgevoerd dan maatregelen die normaal als verplicht worden opgelegd. De resultaten liepen sterk uiteen: één veehouder voerde alle voorziene maatregelen uit, één voerde er geen enkele uit en de overige veehouders zaten ergens tussen deze 2 in.
Aangepaste houding De houding van veehouders veranderde zichtbaar doorheen het jaar. Via ‘Adkar’ werd duidelijk hoe veehouders evolueerden.
• Bewustzijn: Aan het begin waren de meeste veehouders al goed bewust van het belang van bioveiligheid. Dat bewustzijn steeg nog licht.
• Motivatie: De motivatie bleef bij de meesten vrij stabiel. Bij één veehouder steeg de motivatie duidelijk door het traject.
• Kennis: Hier werd de grootste winst gezien. Vooral bij veehouders die aanvankelijk twijfelden of bepaalde maatregelen nuttig waren, nam de kennis sterk toe.
• Kunnen/uitvoeren: Dit was de grootste drempel en tegelijk de meest bepalende voor succes. Tijd, organisatie en praktische haalbaarheid bleken cruciaal. Bedrijven met een goed georganiseerd management hadden een duidelijk voordeel.
• Bestendiging: Waar maatregelen effectief waren ingevoerd, steeg deze score. Dit suggereert dat gedrag dat enkele maanden volgehouden wordt, ook echt routine kan worden.
Hoe kijken veehouders naar risico’s? Uit de attitudes en risicoperceptie blijkt dat veehouders infectieziekten in de eerste plaats zien als een bedreiging voor hun dieren en veel minder als een risico voor henzelf of voor de maatschappij. Na de coaching nam deze risicoperceptie toe en werd bioveiligheid duidelijk hoger gewaardeerd. Bijna alle veehouders gaven na het traject aan dat bioveiligheid een positieve impact heeft op de gezondheid en op het welzijn van hun dieren. Daarnaast gingen veehouders beter begrijpen dat goede bioveiligheidsmaatregelen ervoor zorgen dat het werk in de stal vlotter verloopt en dat er minder stress is op het bedrijf.
Impact dierenarts De belangrijkste lessen werden gehaald uit de open vragen. Uit het traject kwam sterk naar voren dat de rol van de bedrijfsdierenarts bijzonder groot is. In 4 van de 5 deelnemende bedrijven bleek de houding van de veehouder rechtstreeks beïnvloed te worden door de dierenarts. Wanneer de dierenarts zelf gemotiveerd was, versterkte dat het effect van de coaching aanzienlijk. In situaties waarin de dierenarts sceptisch stond tegenover bioveiligheid of weinig aanwezig was, werd dat positieve effect merkbaar afgezwakt..
Daarnaast werd duidelijk dat tijdsdruk en vaste gewoontes vaak de grootste hindernissen vormen.. Het falen van bioveiligheidsmaatregelen hangt meestal niet samen met financiële beperkingen, maar met het doorbreken van bestaande routines.. Een sterke motivatie alleen leidt dus niet automatisch tot uitvoering in de praktijk.
Verder bleek dat vooruitgang vooral praktisch haalbaar moet zijn. Materialen moeten op een logische plaats liggen en hygiënesluizen moeten duidelijk en praktisch ingericht zijn. Wanneer een handeling extra tijd kost of een omweg vereist, daalt de motivatie bij veehouders meestal zeer snel.
Opvallend is dat de economische kost zelden een probleem vormt. De meeste maatregelen zijn relatief goedkoop; het is vooral tijd, organisatie en inzet die zwaar doorwegen.
Tot slot werd zichtbaar dat ervaring de houding ten aanzien van bioveiligheid verandert. Veehouders die maatregelen consequent bleven toepassen, merkten na verloop van tijd steeds meer voordelen. Daardoor voerden sommigen spontaan bijkomende verbeteringen door die zelfs niet in het oorspronkelijke actieplan waren opgenomen.
Wat betekent dit nu voor de praktijk?
Dit coachingtraject maakt duidelijk dat het verbeteren van bioveiligheid niet draait om enkel kennis vergaren, maar vooral om gedragsverandering, een goede organisatie en voldoende ondersteuning. De resultaten tonen dat coaching bijzonder effectief is, vooral wanneer veehouders zelf de maatregelen kiezen die zij haalbaar en nuttig vinden. Wanneer de bedrijfsdierenarts bovendien actief en gemotiveerd bij het traject betrokken is, wordt het effect van de begeleiding nog sterker.
Kleine, eenvoudig uitvoerbare acties blijken het meeste resultaat op te leveren, terwijl niet de financiële kost, maar eerder routine en beschikbare tijd bepalen of maatregelen volgehouden worden. Zodra veehouders met bioveiligheidsmaatregelen aan de slag gaan, worden ze doorgaans alerter voor risico’s en pakken ze spontaan ook andere verbeterpunten op hun bedrijf aan.

Toch verloopt dit proces niet overal gelijk. Eén bedrijf slaagde er niet in om maatregelen vol te houden en ging zelfs achteruit. De oorzaak lag niet in een gebrek aan motivatie, maar in structurele omstandigheden zoals bouwwerken, tijdsdruk en een verstoorde dagelijkse routine. Dit toont hoe kwetsbaar bioveiligheidspraktijken kunnen zijn wanneer de normale werking van een bedrijf onder druk komt te staan.
Coaching geeft waardevolle duw in de rug
Een jaar lang coaching op maat zorgde bij de meeste bedrijven voor meetbare vooruitgang in bioveiligheid én voor een positievere houding tegenover bioveiligheidsmaatregelen. Niet het advies of de theorie maakte het verschil, maar het samen zoeken naar haalbare, praktische oplossingen die passen bij het bedrijf. Waar veehouders zelf keuzes maken, waar dierenartsen mee aan tafel zitten en waar maatregelen eenvoudig in de dagelijkse routine passen, ontstaat duurzame verandering. Bioveiligheid is geen checkbox, maar een manier van werken en coaching blijkt een waardevolle duw in de rug om die manier van werken blijvend te versterken.
Dit werk werd gefinancierd door de Europese Unie in het kader van het Horizon Europe programma, nr. 101083923 (Biosecure). De geuite standpunten en meningen zijn uitsluitend die van de auteur(s) en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de Europese Unie of het European Research Executive Agency (REA). Noch de Europese Unie, noch de subsidie verlenende instantie kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld.





