“Ons varkensbedrijf overlaten zorgt niet voor een zwart gat, het is een nieuw begin”
Ze staat al sinds haar kindertijd tussen de dieren, maar nu rondt Ingrid Vandepitte (64) uit Passendale haar landbouwcarrière af. Het zeugenbedrijf werd stopgezet, de vleesvarkens en akkerbouw neemt zoon Dieter over. Een gesprek over twijfelen, durven springen, zelfzeker zijn en loslaten.

We treffen Ingrid Vandepitte in het gloednieuwe huis dat ze samen met haar man Johan Van der Meulen bouwde. Het ligt op amper enkele kilometers van het varkensbedrijf dat ze samen meer dan 40 jaar lang leidden.
Geboren en getogen boerendochter
Was boeren voor jou een logische keuze?
Ik ben een geboren en getogen boerendochter. Mijn ouders hadden melkvee en vleesvarkens. Toen ik op de KLJ mijn man Johan leerde kennen – zijn ouders hadden varkens en akkerbouw – was het snel duidelijk dat onze toekomst in de landbouw lag. Ik stopte na het middelbaar met studeren en we namen het bedrijf van Johans ouders over. Later kwam daar ook mijn ouderlijke bedrijf bij. Leuke anekdote: Johan en ik liepen zij aan zij de kerk binnen bij onze eerste en plechtige communie, en toen we voor de derde keer zij aan zij stonden in de kerk, waren we er om te trouwen.
Hoe is het bedrijf door de jaren heen geëvolueerd?
Werken was nooit een opgave
De varkenshouderij is een sector van grote ups en downs. Hoe beleefde je dat?
In de eerste plaats moet je doen wat je graag doet. Ik heb altijd heel graag met dieren gewerkt. Het ontstaan van nieuw leven in de stal en de dieren optimaal proberen te verzorgen was mijn drive. Het maakt niet uit hoe laat ik thuiskwam van een vergadering, ik trok mijn overall aan en ging naar de kraamstal. Ook ‘s morgens voor het ontbijt: eerst een kijkje nemen in de stal. Dat heeft nooit als een opgave aangevoeld. Uiteraard hebben we jaren van aanslepende slechte prijzen gekend en dat weegt door. In zo’n periodes is verbinding met collega’s extra belangrijk.
In de crisis van 2021 organiseerde je samen met collega-varkenshoudsters van Ferm Agra een overleg met toenmalig minister Crevits.
Vrouwen pikken veranderingen in de markt meestal sneller op en zijn ook meer geneigd om bij elkaar raad en steun te vragen. Ze trekken aan de alarmbel, terwijl mannen vaker de neiging hebben om ‘gewoon door te doen’. Daarom is elkaar ontmoeten buiten je landbouwbedrijf, in verenigingen zoals Ferm Agra, heel belangrijk. De brief die we in 2021 schreven en het luisterend oor dat we vonden bij de minister kan een crisis misschien niet oplossen, maar je krijgt wel erkenning, steun en kan je visie voor de toekomst delen.
Kansen voor jongeren en veertigers behouden
Wat zie jij als de grootste kansen en uitdagingen voor de landbouw?
De achteruitgang van het aantal landbouwers gaat veel te snel en dat baart me zorgen. Het laatste wat we willen, is voor ons voedsel afhankelijk worden van het buitenland. Landbouw heeft dus ondersteuning nodig, maar ook daar moeten we slim mee omspringen. We moeten opletten met het geven van te veel subsidies aan de groep van jonge starters, want landbouwers staan halverwege hun loopbaan ook vaak voor grote investeringen. Steun voor jonge boeren mag geen oneerlijke concurrentie worden voor de veertigers. Anderzijds merk ik dat de weinige jongeren die toch hun weg vinden naar de landbouw, optimistisch en gedreven zijn. Dat is hoopgevend.
Zijn Johan en jij je hele carrière rotsvast blijven geloven in de varkenshouderij?
Overlaten aan volgende generatie
Hoe begon het idee van het overlaten van het bedrijf te rijpen?
Als zestiger is overlaten een natuurlijke evolutie. Toen ik schepen van Cultuur en Sport was, had ik veel avondvergaderingen. Dat viel te combineren met de zeugenhouderij, maar toen ik in 2023 en 2024 ook burgemeester van Zonnebeke werd, lukte dat niet meer. We beslisten om voor de locatie met de zeugen en biggen in te stappen in de stoppersregeling. We vroegen een slooppremie aan om de oudere stallen af te breken en verkochten de locatie aan een jong gezin. Dat baat er nu een para-agrarische activiteit uit. De stoppersregeling kwam ons dus goed uit, maar het was niet de reden van de stopzetting.
Intussen ben je schepen van Lokale economie en Ruimtelijke ordening, Wonen, Patrimonium en Communicatie. Net als in jullie verhaal zijn er heel wat oude landbouwsites in Vlaanderen waarvoor een oplossing moet gevonden worden. Wat moet hiermee gebeuren?
Het is een moeilijk evenwicht. Ondernemers hebben nood aan ruimte en die is er in landbouwgebied. Anderzijds wil je geen oneerlijke concurrentie stimuleren en wil je landbouwgebied zoveel mogelijk beschermen. Mijn mening is: landbouwgrond moet bij de landbouw blijven, maar bedrijfszetels moeten, mits een vergoeding die oneerlijke concurrentie tegengaat, ook zonevreemd gebruikt kunnen worden.

Deel één van de overdracht is achter de rug, nu staat deel 2 voor de deur.
Inderdaad. We zijn nu bezig met het overlaten van de vleesvarkens en akkerbouw op mijn ouderlijke bedrijf aan onze zoon Dieter. Hij woont met zijn gezin al op die locatie en kan de vleesvarkens naast zijn hoofdberoep verzorgen. Het is fijn dat een deel van het bedrijf in de familie blijft. Ik vind het niet zo moeilijk om dit los te laten, omdat ik zo meer ademruimte krijg om mijn politieke ambities te volgen. Dat was vroeger toch vaak hectisch. En ik krijg ook meer ademruimte om samen met Johan wat meer van het leven te genieten natuurlijk. We hadden nog een dochter Ineke, maar zij overleed op haar 23e aan leukemie. Het verdelen van het bedrijf tussen onze kinderen is in ons geval jammer genoeg dus geen thema.
Vergeet niet te leven
Heeft het verlies van jullie dochter je anders in het leven doen staan?
Je leert meer relativeren. Mensen die klagen en zagen over onbenulligheden, daar kan ik niet meer tegen. Je gaat je energie veel bewuster inzetten voor mensen en dingen die het waard zijn. We hebben mogen ervaren hoe belangrijk een goede buffer van familie en vrienden is. We zijn ons hele leven blijven genieten van uitstapjes, reizen en contact met mensen van binnen en buiten de landbouw. Dat is misschien wel mijn grootste tip aan jongeren: vergeet vooral niet te leven. Zorgeloos de deur uitgaan als je een landbouwbedrijf hebt, is niet evident, maar je moet zorgen dat je blik op de wereld open blijft en je sociaal netwerk sterk is.
Zowel de landbouw als de politiek zijn nog vaak een mannenwereld. Hoe ervaar jij dat?
Vroeger kreeg ik hier wel eens een verkoper van landbouwproducten aan de deur die me vroeg of de baas thuis was. Ik antwoordde dan: ‘Meneer, we zijn hier allemaal poesters’ (West-Vlaams voor ‘werkvolk’). Ik heb het idee dat die beeldvorming vandaag toch veranderd is. Ook in de politiek heb ik nooit het gevoel gehad dat ik anders behandeld werd omdat ik een vrouw ben. Mijn man en ik hebben de zorg voor het gezin altijd mooi verdeeld, dus ik heb dezelfde kansen gekregen om me te ontplooien binnen en buiten het bedrijf. Maar ik merk wel dat we als vrouw geneigd zijn om onszelf heel bescheiden op te stellen en om onze capaciteiten te onderschatten. Ik heb kansen gekregen waar ik eigenlijk bang voor was, maar door ze toch te grijpen, verleg je je grenzen en groei je als persoon. Een beetje lef kan geen kwaad. Loopt het mis? Dan is dat maar zo. Ervaring is uiteindelijk de optelsom van de fouten die je maakt.





