Loonwerkers delen in de klappen bij inkrimpen suikerbietensector
Landbouwservice, de sectorfederatie van de loonwerkers, vraagt bij het inkrimpen van het areaal voor suikerbieten en chicorei aandacht voor de situatie van de loonwerkers. Zij kunnen hun dure machines op steeds minder oppervlakte inzetten terwijl tegelijk de oogst op kortere tijd binnengehaald moet worden.

Terwijl de sectoren van suikerbieten en cichorei ingrijpende veranderingen doormaken, heeft de loonwerker als operationele schakel in de ketting moeite om zijn stem te laten horen. Zonder de loonwerker die gespecialiseerd is in het rooien gaan er geen suikerbieten of cichorei van het land naar de fabrieken.
Machines afschrijven op 7 jaar
Het beroep vereist niet alleen zeldzame technische expertise, maar ook heel specifieke en dure machines. Een bietenrooier kost volgens Landbouwservice momenteel meer dan 750.000 euro, en daar komen nog eens tienduizenden euro's bij om de machine aan te passen voor het rooien van cichorei, bedragen die een afschrijvingstermijn van minstens 7 jaar vereisen. Het is volgens de sectorfederatie dus essentieel om productiegaranties te hebben voor een lange periode.
Deze financiële stabiliteit wordt echter bedreigd door de drastische vermindering van het areaal. De 2 grootste Belgische suikerproducenten hebben aangekondigd dat ze tegen 2026 hun teeltoppervlakte zelfs tot 25% zullen verminderen. “Deze inkrimping is een grote klap voor de loonwerkers, die in België slechts 2 mogelijke klanten hebben, en in sommige regio's zelfs maar 1. Daardoor is elke industriële beslissing van structureel belang, en zelfs bepalend voor het voortbestaan van hun activiteit”, zegt Landbouwservice.
50 ha chicorei is niet gerooid
“De economische kwetsbaarheid van de loonwerkers is ook te verklaren door een grote asymmetrie tussen de spelers. Wanneer een perceel suikerbieten of cichorei niet kan worden geoogst, krijgt de landbouwer een aanzienlijke financiële compensatie, wat legitiem is. Dit jaar is ongeveer 250 ha cichorei niet door de industrie opgehaald en is bijna 50 ha zelfs niet gerooid. Die zal op het veld worden vernietigd. De loonwerkers, die hun machines hebben ingezet, hun teams hebben ingepland en hun vaste kosten hebben gedragen, ontvangen echter geen enkele compensatie. Hun economische model raakt hierdoor uit balans, temeer daar 60 tot 70% van de aan de landbouwer gefactureerde prijs bestaat uit de afschrijving van de machine, een onvermijdelijk deel”, stelt de sectororganisatie.
Naast deze financiële druk is er volgens Landbouwservice ook een toenemende organisatorische druk. “De industriële eisen zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen, terwijl de planning steeds strakker wordt door het verdwijnen van verschillende suikerfabrieken. De machines draaien minder, maar het werk wordt paradoxaal genoeg intensiever. De teams moeten vaak dag en nacht werken, afhankelijk van het weer en de industriële instructies. In het geval van cichorei is het niet ongebruikelijk dat, als er voor de komende dagen regen wordt voorspeld, de opdracht om te rooien nog dezelfde dag binnenkomt, waardoor de loonwerkers hun teams en materiaal met spoed moeten reorganiseren.”
Coördinatie kan beter
De algemene coördinatie kan volgens de federatie nog worden verbeterd. “Het aantal bietenladers – de machines die de bieten van het veld naar de fabriek vervoeren – zal volgend jaar worden teruggebracht van 4 naar slechts 3, wat de onevenwichtigheden nog kan versterken. Bovendien ontbreekt het nog aan overleg met de loonwerkers over de planning tussen suikerbieten, cichorei en regio's. Het is niet ongebruikelijk dat oogstmachines in een bepaald gebied op just-in-time-basis werken, terwijl in de naburige regio verschillende machines stil staan.”
Deze moeilijkheden doen zich voor terwijl België toch tot de gebieden met de beste suikeropbrengsten van Europa behoort. “Deze prestatie, die op Europees niveau wordt erkend, is niet alleen te danken aan de kwaliteit van de bodem en de knowhow van de telers, maar ook aan de loonwerkers.”
Zoeken naar constructieve dialoog
Geconfronteerd met deze uitdagingen geven de loonwerkers aan dat actief willen deelnemen aan een constructieve dialoog met de industriëlen, de telers en de overheid. Ze willen hun beroep veilig stellen en bijdragen aan een efficiëntere organisatie van de sector, met name door een betere coördinatie van het rooien tussen regio's en tussen gewassen, een officiële erkenning van hun rol in de waardeketen, een evenwichtig kader voor compensatie in geval van mislukte oogst, en een reële inachtneming van de evolutie van de kosten van materiaal, arbeid en energie.
“Als de oppervlakte afneemt, machines niet meer de volumes halen die bij aankoop werden verwacht en de economische druk toeneemt, komt het behoud van loonwerkers neer op het behoud van de hele sector. Zonder hen komt er geen oogst van het land, draait geen enkele fabriek en verlaat er geen suiker de productielijnen. Door deze essentiële schakel te beschermen, wordt de hele keten beschermd”, besluit Landbouwservice.





