Al variabele ziekteaantasting in wintertarwe
Deze week werd tussen 23 en 25 maart door het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) en partners in een beperkt aantal percelen wintertarwe de ziektedruk al opgevolgd, wegens de gevorderde gewasstadia op vroeg gezaaide percelen.

De ziekteaantasting is variabel. De waarnemingen duiden voornamelijk op septoria. Lokaal werd ook witziekte, gele roest en zelfs bruine roest vastgesteld.
Deze week is er waargenomen in de rassenproeven te Bekkevoort, Oosterzele, Koksijde, Poperinge en Zwevegem. In Melle en Oosterzele werden ook waarnemingen gedaan op enkele andere percelen.
Vanaf volgende week worden meer percelen en variëteiten opgevolgd.
Ontwikkelingsstadium wintertarwe
Op de geëvalueerde percelen bevindt de tarwe zich doorgaans in stadium ‘einde uitstoeling’ (stadium 29). Op een goed kwart van de waarnemingspercelen is ‘midden uitstoeling’ genoteerd (stadium 25). In 11% van de waarnemingen is stadium ‘1e knoop’ (stadium 31) bereikt.
Samenvatting van de voet- en bladziekten in wintertarwe
Oogvlekkenziekte werd niet waargenomen.
Witziekte werd slechts op 1 perceel waargenomen, te Bekkevoort. Dit lijkt momenteel van weinig belang.
Bladseptoria komt algemeen voor. De aantasting varieert. Dit gaat van een zeer beperkte aantasting namelijk slechts enkele blaadjes tot meer dan de helft van de blaadjes met bladvlekken. In dit vroege stadium moet echter nog niet behandeld worden.
Gele roest werd slechts op één perceel waargenomen en enkel in een zeer gevoelige variëteit. Dit is een perceel in stadium midden tot einde uitstoeling. Deze aanwezigheid moet worden opgevolgd.
Bruine roest werd al vroeg aangetroffen op één perceel. Echter eerder in beperkte mate.





