Startpagina Akkerbouw

Zo verlaag je al vanaf de inzaai de onkruiddruk in faunamengsels en faunavoedselgewas

Om veronkruiding in een faunamengsel of faunavoedselgewas tegen te gaan, is het belangrijk om goede landbouwpraktijken toe te passen bij de inzaai van een faunamengsel en een faunavoedselgewas. Met onderstaande tips kun je veronkruiding tegengaan.

Leestijd : 3 min

De weersomstandigheden maken het niet altijd gemakkelijk om het faunamengsel goed in te zaaien. Zo kenden we in 2025 een droog voorjaar, waardoor er te vaak werd ingezaaid in ongunstige omstandigheden. Veronkruiding kun je echter vermijden.

Bij ecoregeling faunamengsel

Voor een geslaagde ecoregeling faunamengsel hou je het best rekening met volgende tips.

Zaaitijdstip Zaai op een geschikt moment. Wacht eventueel op komende neerslag, zodat de kieming en startgroei ideaal zijn. Het faunamengsel moet wel de hoofdteelt zijn. In geen geval mag er voorafgaand een productieve teelt geoogst worden. Zorg ervoor dat het zaaitijdstip zo gekozen wordt dat de granen in het najaar voldoende zaadrijp zijn en gedurende de hele winter maximaal zaden aanbieden. Hiervoor is het aangewezen om ten laatste vóór eind april in te zaaien, maar de ecoregeling staat dus ook nog inzaai in mei of juni toe. Inzaai in het voorafgaande najaar is ook toegelaten en biedt heel wat voordelen op het vlak van verlaging van de onkruiddruk.

Zaaibed Zorg voor een goed aangelegd zaaibed en pas eventueel het principe van een vals zaaibed toe om de onkruiddruk te verminderen.

Ken je percelen Op percelen met probleemonkruiden (knolcyperus, doornappel…) of een algemeen hoge onkruiddruk is het risico groter dat onkruiden problemen geven tijdens de teelt van een faunamengsel. Als er probleemonkruiden aanwezig zijn op het perceel of op naastliggende percelen, raden we af om een faunamengsel in te zaaien.

Ook is het belangrijk dat de landbouwer weet of er een problematiek van aaltjes aanwezig is. Een staalname kan soelaas bieden. Er kan bij de keuze van de samenstelling van het faunamengsel ook geopteerd worden voor niet-waardplanten van ziekten en plagen, met het oog op de volgteelt of op soorten die aaltjesonderdrukkend werken.

Beschouw de teelt van het faunamengsel als een volwaardige schakel binnen de ruimere teeltrotatie en zorg voor een geschikt volggewas (bijvoorbeeld op het vlak van onkruiddrukkende gewassen).

Mengselkeuze Kies een geschikt mengsel en zorg zo voor voldoende bedekking gedurende het volledige seizoen: de regelgeving laat dit ook toe. Zo zorgen rode en witte klavers bijvoorbeeld voor een goede bodembedekking later op het seizoen. Haver is breedbladig en voorkomt zo ook onkruiddruk. Respecteer wel steeds de voorwaarden voor de samenstelling. Andere soorten dan degene die op de toegelaten lijst staan, zijn niet toegestaan.

Kwaliteit zaaizaad Gebruik waar mogelijk gecertificeerd zaaizaad. Deze certificering garandeert een hoge kwaliteit van het zaaizaad. Mengsels met gereglementeerde soorten, zoals granen, moeten voldoen aan de Europese kwaliteitseisen en zijn ge-identificeerd door een groen certificaat op of aan de verpakking.

Zaaidichtheid Zaai aan voldoende hoge zaaidichtheid in functie van de weersomstandigheden. Bij vochtig, groeizaam weer kan dit lager zijn dan bij droge omstandigheden. Pleksgewijze mechanische verwijdering van probleemonkruiden, zoals bijvoorbeeld akkerdistel, is mogelijk bij deelname aan de ecoregeling faunamengsel. Met het oog op voedselvoorziening in de winter voor akkervogels, kleinwild en andere fauna is het niet toegelaten om het perceel te maaien.

Bewuste keuze

Deelnemen aan de ecoregeling faunamengsel moet altijd een bewuste en weloverwogen keuze zijn die in een geplande teeltafwisseling past. Een faunamengsel moet in ieder geval tot minstens 15 maart van het volgende kalenderjaar aangehouden worden. De minimale zaaidichtheid is 50 kg/ha. De samenstelling werd recent aangepast, er hoeven geen kruisbloemigen meer in het mengsel te zitten.

Meer info vind je hier.

Bij beheersovereenkomst faunavoedselgewas

Ook voor landbouwers die een beheersovereenkomst faunavoedselgewas met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) sloten, zijn er een aantal mogelijkheden om veronkruiding tegen te gaan. De tips voor de ecoregeling faunamengsel zijn voor deze beheersovereenkomst ook van toepassing.

Daarnaast kan de landbouwer bij ernstige onkruidproblemen in de beheersovereenkomst faunavoedselgewas een mengsel van vlinderbloemigen inzaaien. Dat mengsel blijft tot 2 jaar aanwezig en onderdrukt ongewenste soorten. De jaarlijkse vergoeding blijft dezelfde, namelijk 2.053 euro/ha.

Blijven de onkruidproblemen optreden? Dan kan de landbouwer de beheersovereenkomst tijdens de looptijd verplaatsen naar een ander perceel. Met vragen over deze en andere mogelijkheden inzake de beheersovereenkomsten, kan de landbouwer altijd terecht bij de bedrijfsplanner.

Meer info en handige tips vind je in de infofiche ‘Aanpak ongewenste onkruiden’.

Agentschap Landbouw en Zeevisserij

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken