Stikstofbemesting bij winterbrouwgerst opnieuw onder de loep genomen
De zoektocht van landbouwers naar alternatieve teelten met kansen om lokaal te kunnen produceren, resulteerde in hernieuwde interesse in lokale brouwgerst.

Om die reden werd in 2024 het Vlaio-LA-project Grow2Brew ‘Naar een optimale teelt en valorisatie van brouwgerst in Vlaanderen’ opgestart door HoGent, met als partners UGent, Inagro en de Bodemkundige Dienst van België (BDB).
Uitgaande van enkele gekende knelpunten, optimaliseert het project alle teelttechnische aspecten van lokale brouwgerst. Zo krijgen landbouwers de nodige tools in handen om een kwalitatief product te kunnen leveren aan de mouterij- en brouwerijsector. Op die manier krijgt een sterke Vlaamse keten, van veld tot bier, alle kansen.
Kwaliteit speelt rol
In dit kader werd binnen Grow2Brew in 2024 en 2025 de stikstofbemesting van winterbrouwgerst opnieuw onder de loep genomen. Opbrengst blijft uiteraard belangrijk, maar bij brouwgerst speelt ook de kwaliteit een belangrijke rol, met het eiwitgehalte als een van de belangrijkste parameters. Dat eiwitgehalte bepaalt namelijk of de gerst al dan niet als brouwgerst wordt aanvaard. In tegenstelling tot andere granen moet men bij brouwgerst niet streven naar een zo hoog mogelijk eiwitgehalte.
Voor brouwgerst ligt de streefzone tussen 9% en 11,5% eiwit. De uitdaging voor de landbouwer is dus duidelijk: een goed evenwicht vinden tussen een sterke opbrengst en een geschikt eiwitgehalte. Dit maakt een doordachte bemesting cruciaal.
In beide proefjaren werden telkens 3 proefplatformen met winterbrouwgerst uitgezaaid, namelijk in Lennik, Oosterzele en Koksijde. Proefhoeve Bottelare (HoGent-UGent) en Inagro legden daar bemestingsproeven aan, ondersteund door de BDB.

Bemesting evalueren
Om de bemesting te evalueren werd uitgegaan van een N-advies op basis van de N-indexmethode van de BDB. Binnen de proef werd het advies gedifferentieerd, zodat verschillende bemestingstrappen konden vergeleken worden. Het N-index-advies werd enerzijds verhoogd met 30% en anderzijds verlaagd met 30% en 50%.
De proeven werden aangelegd op zandleem-, leem- en poldergronden, volgend op wintertarwe en suikerbieten. De nitraatvoorraden bedroegen 10-60 kg NO3-N/ha. Rekening houdende met deze voorraden en met onder andere het organische- koolstofgehalte (met andere woorden de verwachte stikstofmineralisatie) en met de pH werd de N-index, zijnde een maat voor hoeveelheid beschikbare stikstof voor de teelt, beoordeeld als zeer laag tot lager dan normaal. De adviezen varieerden bijgevolg tussen 101 en 145 kg N/ha.
Delicaat evenwicht zoeken
Naar opbrengst toe bleek er een effect van locatie en jaar te zijn. In 2025 werd gemiddeld 10 ton/ha geoogst, terwijl dit gemiddeld 7 ton/ha was het jaar voordien. In Koksijde werd 9 en 10 ton/ha geoogst, gevolgd door Lennik, met 7 en 10 ton/ha en in Oosterzele op de lichtste grond werd 6 en 10 ton/ha geoogst, telkens respectievelijk in 2024 en 2025.
Ongeacht deze effecten, nam de opbrengst duidelijk toe bij toenemende bemesting (figuur 1). Een beduidend opbrengstverschil werd gevonden tussen de objecten bemest volgens gereduceerd advies en de objecten bemest volgens advies of verhoogd advies. Een belangrijk verschil is het verschil tussen bemesting volgens advies en de bemestingstrap waar het advies met 30% verminderd werd.

De verschillende trappen in bemesting resulteerden ook in statistisch significante verschillen in eiwitgehalte (%) (figuur 2). Net als de korrelopbrengst steeg het eiwitgehalte duidelijk bij toenemende bemesting. Rekening houdende met de ontvangstvoorwaarden van brouwgerst, zijnde een eiwitgehalte tussen 9 en 11,5%, scoorden de bemestingstrappen waar bemest werd volgens advies en waar het advies met 30% verminderd werd het best.
De proefresultaten van 2024 en 2025 bevestigen dat het een delicaat evenwicht is dat moet gezocht worden tussen opbrengst en eiwitgehalte. Bemesting volgens advies toont momenteel gemiddeld het beste resultaat: een eiwitgehalte volgens de normen, in combinatie met een goede opbrengst.

Wat verwachten in 2026?
Vorig najaar werd op de 3 proefplatforms opnieuw winterbrouwgerst uitgezaaid. Daar worden ook dit voorjaar bemestingsproeven aangelegd, waarin dezelfde bemestingstrappen aangehouden worden. De proeven van 2026 volgen op suikerbieten en wintertarwe. De gemeten nitraatvoorraad bedraagt 24-43 kg NO3-N/ha. De adviezen op de proefvelden van dit jaar gaan van 104 kg N/ha tot 133 kg N/ha.
Binnen het project worden ook een dertigtal praktijkpercelen opgevolgd. Zoals voorgaande jaren is de voorteelt vooral wintertarwe. Suikerbiet, maïs en wintergerst werden ook als voorteelt genoteerd voor enkele percelen. De nitraatvoorraden die gemeten werden op de praktijkpercelen lagen gemiddeld lager dan op de proefpercelen. De gemiddelde nitraatvoorraad op de praktijkpercelen bedroeg 16 kg NO3-N/ha. De N-Index werd in gelijke mate gescoord als ‘zeer laag’ en ‘lager dan normaal’. De adviezen die hieruit volgen, gaan van 114 tot 140 kg N/ha, met een gemiddelde van 134 kg N/ha. Er wordt geadviseerd om deze bemesting toe te dienen door 79 kg N/ha toe te passen bij de eerste fractie en 55 kg N/ha bij de tweede fractie.
Resultaten van de bemestingsproeven 2026 en conclusies die kunnen getrokken worden vanop de praktijkpercelen volgen later.





