Ziektedruk in graanvelden neemt toe
Het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) volgde begin deze week de ziekteontwikkeling in wintergranen verder op. Gele en bruine roest breidden afgelopen week uit, is de voornaamste conclusie.

Op enkele percelen moet gele roest behandeld worden. Bladseptoria is overal aanwezig en breidde ook verder uit. Witziekte is momenteel van weinig belang.
De uitstoelingsfase (BBCH 29) is nagenoeg overal achter de rug. Ongeveer de helft van de tarwe bevindt zich in stadium ‘1e knoop’ (BBCH 31) tot stadium ‘3e knoop’ (BBCH 33). Eén procent van de percelen is nog niet zo ver, daar bevindt de tarwe zich in stadium ‘begin oprichten’ (stadium 30). Een enkel perceel is al verder en bevindt zich in stadium ‘laatste blad zichtbaar’ (BBCH 37).
Witziekte komt op een beperkt aantal percelen voor. Deze breidde afgelopen week niet verder uit. Op één perceel werd ook witziekte op de stengel waargenomen onderin het gewas.
Bladseptoria is overal aanwezig. De aantasting varieert nog steeds van perceel tot perceel en naargelang de variëteit. Bladseptoria breidde afgelopen week verder uit. Afhankelijk van de aantasting en het bereikte stadium kan de behandelingsdrempel bereikt zijn. Naargelang de tarwe verder evolueert, de volgende weken dus, is het belangrijk de evolutie van de bladseptoria op te volgen.
Gele roest breidt voor de tweede week op rij verder uit. Er zijn nieuwe aantastingen waargenomen en de gemiddelde aantasting is toegenomen. Naargelang het ras kan dit snel evolueren. Op enkele percelen is de behandelingsdrempel bereikt. Zeker de gevoelige rassen moeten consequent opgevolgd worden.
Bruine roest breidt ook voor de tweede week uit. Er zijn nieuwe aantastingen waargenomen en de gemiddelde aantasting is toegenomen. In een enkele situatie is de behandelingsdrempel bereikt.





