2025 was uitdagend jaar voor DGZ
Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) blikt terug op 2025 als een bijzonder zwaar jaar voor de Vlaamse veehouderij, met opeenvolgende dierziektes, een grote druk op de sector en toenemende onzekerheid. Die uitdagingen werden gecounterd met een sterke collectieve inzet, waarbij DGZ zijn rol als stabiele partner kon waarmaken.

De Vlaamse veehouderij en de dierengezondheidssector werden in 2025 opnieuw geconfronteerd met een reeks ernstige dierziekten die een zware wissel trokken op landbouwers, bedrijven en ondersteunende verenigingen. Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis (IBR) was een blijvende bekommernis voor DGZ, met nood aan opvolging, monitoring en begeleiding van bedrijven.
Tegelijk werd de sector van de herkauwers zwaar getroffen door nieuwe en terugkerende uitbraken van blauwtong, met verplichte vaccinaties tot gevolg. Dit leidde niet alleen tot dierlijke verliezen en productiedalingen, maar ook tot emotionele en economische druk bij veehouders. Daarnaast was er de dreiging van vogelgriep, met verstrekkende gevolgen voor de pluimveesector en voor de manier waarop bioveiligheid, monitoring en crisisbeheer moeten worden georganiseerd.
Veel zorgen in de veeteelt
Deze gezondheidsuitdagingen mogen niet los worden gezien van de bredere context waarin de Vlaamse veehouderij zich bevindt. Regelgeving, maatschappelijke verwachtingen, milieudossiers en economische onzekerheden blijven zwaar doorwegen op het toekomstperspectief van veehouders. In dat kader hing in 2025 het Mercosur-dossier als een zwaard van Damocles boven de hoofden van de landbouwers. De gevolgen van internationale handelsakkoorden blijven een bron van grote bezorgdheid, zeker wanneer de Europese markt verder wordt opengesteld voor producten die niet altijd aan dezelfde normen voldoen.
Voor Vlaamse veehouders voelt dit vaak aan als een ongelijke strijd, waarbij inspanningen op het vlak van duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid onvoldoende worden gewaardeerd of beschermd. Het aantal beslagen daalt, terwijl het aantal dieren per beslag wel toeneemt. Mogelijk wordt 2026 het jaar waarin we voor het eerst onder de grens van 1 miljoen runderen duiken. Pluimvee en geiten worden dan weer iets meer gehouden.
Sterke organisatie
“Als organisatie van en voor de Vlaamse veehouders voelt DGZ deze spanningen scherp aan. Onze organisatie staat midden in de sector en ervaart dagelijks hoe deze externe druk doorwerkt op het terrein. Daarom blijft DGZ, naast haar kerntaken in diergezondheid, investeren in een sterke, wendbare en toekomstgerichte werking. Dat is geen evidente opdracht in een context waarin de noden toenemen en de middelen onder druk staan”, zegt algemeen directeur Benedikt Sas.
De opeenvolgende dierziekte-uitdagingen vroegen veel van de organisatie. Medewerkers stonden dag in, dag uit paraat om staalnames, analyses, rapportering en begeleiding te verzekeren, vaak onder moeilijke omstandigheden en met hoge verwachtingen vanuit de sector en de overheid. De complexiteit van de situaties, de snelheid waarmee beslissingen moesten worden genomen en de nood aan duidelijke communicatie, maakten flexibiliteit en professionaliteit essentieel.
Beperkte tariefverhoging
Ondanks de moeilijke omstandigheden kon DGZ 2025 afsluiten met een goed financieel resultaat. De organisatie slaagde erin om meer te doen met minder mensen en middelen en dat op een krimpende markt en zonder in te boeten aan kwaliteit of betrouwbaarheid. DGZ kiest ervoor om de tarieven voor 2026 slechts beperkt te laten stijgen (minder dan de inflatie). “In een periode waarin veel veehouders onder zware druk staan, wil DGZ haar verantwoordelijkheid opnemen en bijdragen aan de betaalbaarheid van essentiële diensten. Dit is geen gemakkelijke evenwichtsoefening, maar wel een bewuste keuze in lijn met de missie en waarden van de organisatie”, stelt Benedikt Sas.
Om minder afhankelijk te zijn van 1 type activiteit of 1 markt zet DGZ in op de ontwikkeling van nieuwe analyses en diensten, die zowel breder in de sector als dieper in de agrovoedingsketen verankerd zijn. Naast de sterke verankering in Vlaanderen kijkt DGZ steeds nadrukkelijker naar andere regio’s, onder meer richting Nederland en Frankrijk. Daarvoor moeten nog toelatingen en accreditaties behaald worden.
Doornappel in ruwvoer
Op de algemene vergadering kwam de vraag of er analyses kunnen gebeuren op de aanwezigheid van doornappel in ruwvoer. Volgens Benedikt Sas zijn de op te sporen toxines van doornappel en de opsporingsmethodes bekend. Als er voldoende vraag naar is bij de veehouders, kan DGZ dit mogelijk toevoegen aan het dienstenpakket.
“2025 was een jaar van beproeving, maar toont tegelijk aan wat mogelijk is wanneer alle betrokkenen samen de schouders zetten onder een gedeelde opdracht. Met de lessen uit het verleden, de resultaten van vandaag en een duidelijke blik op de toekomst, blijft DGZ vastberaden om haar rol te blijven opnemen: als stabiele en betrouwbare partner in dierengezondheid en als steunpilaar voor de Vlaamse veehouderij”, besluit de algemeen directeur van DGZ.
Nieuwe voorzitter
Tijdens de algemene vergadering van DGZ op woensdag 15 april 2026 werden een nieuwe voorzitter en verschillende nieuwe bestuursleden verkozen. Daarnaast werd ook de samenstelling van de algemene vergadering gedeeltelijk vernieuwd. Het bestuur van DGZ bestaat voortaan uit voorzitster Els Vermeulen, ondervoorzitter Niels Witvrouwen en uit de leden Ann Stevens, Christophe De Maersschalck, Erna Krieckemans, Griet Boermans, Jan Adriaensen, Joline Van Lierde, Marc Van Thournout, Paul Geens, Raf Jonckers en Ruben Brabant.
Voor de algemene vergadering waren er 4 nieuwe leden uit de sector van de herkauwers: Christine Braekevelt, Christophe De Maersschalck, Kris Van Steenkiste en Jos Meesters.





