Bloembollenbedrijf Wuestenenk kweekt tulpenras ‘Angela Merkel’
Bloembollenbedrijf Wuestenenk teelt samen met Tulip Expression ruim 20 tulpensoorten in zo’n 16 kleurschakeringen. Wuestenenk teelt daarnaast ook nog lelies. Volgens Bernd Wuestenenk zijn tulpen en lelies een hoogsaldogewas, maar is het ook een gevoelig gewas. “Als het misgaat, dan zijn de kosten ook hoog. Je moet dus continu de vinger aan de pols houden.”

De familie Wuestenenk uit het Flevolandse Creil komt van oorsprong uit het oosten van Nederland, uit de Achterhoek. “Toen mijn vader Wim 8 jaar was, kwamen opa en oma Wuestenenk naar de Noordoostpolder. Dat is de noordelijkste grote polder van Nederland die op de Zuiderzee gewonnen is. Dat was in 1964.” Toen de ouders van Bernd en Sander, Wim en Roelfien, het in 1981 van opa en oma Wuestenenk overnamen, was het nog een traditioneel akkerbouw- en fruitteeltbedrijf. In 1990 besloten Wim en Roelfien om op contractbasis met de teelt van tulpen te beginnen. In eerste instantie teelden zij dus voor tulpentelers uit Noord-Holland. Het plantgoed kregen ze toegestuurd. In 2007 besloten ze om zelf tulpen te vermeerderen en voor de vrije markt te produceren.
Bloembollenbedrijf Wuestenenk en Tulip Expression telen vandaag de dag gezamenlijk op 90 ha ruim 20 tulpensoorten in zo’n 16 kleurschakeringen. Naast deze gezamenlijke tulpenteelt heeft Bloembollenbedrijf Wuestenenk nog eens 75 ha lelieteelt. De 10 ha zaai-uienteelt (gele uien) die het bedrijf ook nog heeft, is een beetje een buitenbeentje, maar het is volgens Bernd wel een rendabele teelt. De tulpen- en leliebollen worden geteeld in een rotatie van 1-op-6 of 1-op-8.
Nettenteelt op zwaardere klei
De ontwikkeling die ervoor heeft gezorgd dat in Nederland nu ook op zwaardere zeekleigronden tulpen geteeld kunnen worden, is de nettenteelt. Bij de zwaardere zeekleipercelen, die vanaf zo’n 15% afslibbaar zijn, wordt bij het planten van de tulpen een onder- en bovennet in de grond gelegd. Dat is een zogeheten bollennet. Wuestenenk: “Daardoor kunnen wij onze tulpen ook op zwaardere gronden zonder schade oogsten. Deze methode werd ontwikkeld door Noord-Hollandse tulpentelers. Rond 2011 deed deze methode ook op ons bedrijf zijn intrede.”

De bollennetten worden met speciale nettenplantmachines uitgerold. In de netten zitten de bloembollen. De netten worden op maat gemaakt voor de bedden, die 180 cm breed zijn en 280 m lang. Bernd past de nettenteelt alleen toe bij de zwaardere zeekleipercelen, omdat het bij de lichtere zeeklei- en zavelpercelen niet nodig is. Bernd: “Voor onze lichtere zeekleipercelen geldt natuurlijk dat ze wel enigszins slempgevoelig zijn. Wij planten onze bollen in oktober en november en dan zitten ze de hele winter in de grond op het land. Die lichtere gronden laten wij met opzet wat ruller zonder bollennetten erin, zodat het water in het geval van hoosbuien, makkelijker de grond in kan zakken. Mocht de grond dichtslaan, dan verstikken de bollen, met flinke schade tot gevolg.” Van de 90 ha is 62 ha nettenteelt. In Nederland bestaat inmiddels zo’n 70% van de tulpenteelt uit nettenteelt.
Tulpen zijn gevoelig
De tulpenteelt is een hoogsaldogewas, dus daar kan goed aan worden verdiend. Bernd plaatst daar wel meteen een aantal kanttekeningen bij. “De bloembollenteelt is een arbeidsintensieve teelt. Bovendien zijn de kosten hoog, niet alleen de netten, maar ook het checken en bestrijden van virussen en dergelijke. Verder is een tulp een gevoelig gewas. Als het misgaat, dan zijn de kosten ook hoog.” Verder behoren de gronden waar deze tulpen- en lelieteler op teelt tot de duurste teeltgronden van Nederland. Het terugverdienen van een gekochte hectare is geen sinecure, met prijzen die gemiddeld op zo’n 20 à 22 euro/m2 liggen.
De 90 ha die beide bedrijven gezamenlijk bewerken, hebben een range aan afslibbaarheid van 6 tot 30%. Van die 90 ha is zo’n 40 ha zavelgrond, een mix van zeeklei met zand. Het is een hele mooie grondsoort om bloembollen op te telen. Bij zavel zijn geen bollennetten nodig. Bernd: “Ondanks de hele lichte zavelgronden, zelfs vanaf 6% afslibbaar , hebben we gelukkig niet vaak last van het dichtslaan van de bodem na een harde regenbui, waardoor het gewas kan verstikken. Onze zavel is vruchtbaar en makkelijk te bewerken.” De lelieteelt van Bloembollenbedrijf Wuestenenk, zo’n 75 ha, vindt zelfs alleen plaats op zavel- en zandgronden.. Door de zware beworteling van een leliebol is de teelt op kleigronden niet mogelijk, omdat de oogst ervan onmogelijk is.

Nieuwe, sterkere rassen
Bloembollenbedrijf Wuestenenk en Tulip Expression telen tulpen voor de vrije markt. De bedrijven mogen dus zelf bepalen welke rassen en kleuren ze jaarlijks planten. Dit jaar kozen ze ervoor om ruim 20 tulpensoorten in zo’n 16 kleurschakeringen te telen.. Bernd: “Dit jaar is er bijvoorbeeld een tekort aan de kleur geel, maar gelukkig telen wij gele tulpen, die nu goed gaan in de handel. Wij kopen regelmatig nieuwe soorten aan, om aan de vraag van de markt te kunnen voldoen.” Bij de zoektocht naar nieuwe soorten die commercieel aantrekkelijk zijn, kijkt de teler bij de tulpen ook naar rassen die het liefst zo virusvrij mogelijk zijn. “Een van de 20 soorten die wij dit jaar telen, het ras Novi Sun, is zo goed als virusvrij.” Op termijn willen beide tulpenteeltbedrijven zoveel mogelijk virusvrije, of anders in ieder geval virustolerante, rassen telen.
Op dit moment teelt Bernd tulpenrassen zoals Marlon (paars), Molto Amata (lichtpaars), Jan Seignette (roodgeel) en Apeldoorn (rood). Ook teelt hij het ras Angela Merkel (roodoranje), dat vernoemd is naar de voormalige Duitse bondskanselier. En ook bij de lelieteelt is het bedrijf momenteel bezig met de introductie van nieuwe en sterkere rassen. Bernd: “Ook hier willen we vooral rassen kweken die minder gewasbeschermingsmiddelen hoeven.”
Het overgrote deel van de tulpen van beide bedrijven gaat naar een Nederlandse broeierij. Daar worden de tulpenbollen geprepareerd, zodat ze uitlopen tot een tulp en vervolgens kunnen verkocht worden. Omdat de tulpenmarkt een geheel vrije markt is, is handel een belangrijk onderdeel van de bedrijven. “En tevens de marketing en promotie. Zo’n 70% van onze tulpenbollen gaat naar vaste afnemers en zo’n 30% naar de tussenhandel.”

Op termijn tulpenselectierobot
Net op het moment van ons bezoek worden de tulpen gekopt. Het doel van het koppen is dat de bol gaat groeien. Op het tulpenveld ernaast zijn uitzendkrachten bezig om alle tulpenbollen met een virusaantasting dood te spuiten. Voor dit nu nog handmatige werk wil Bernd op termijn een tulpenselectierobot aanschaffen.

“Deze robot moet de tulpen dan selecteren op eventuele virussen en ze vervolgens doodspuiten. Dat werk moet nog voor het koppen gebeuren, dus voor en tijdens de bloei van de tulp. Enkel als ze bloeien, kun je zien of ze een virus hebben. Een tulpenselectierobot kost natuurlijk ook geld, maar toch zal het een besparing opleveren, aangezien de camera’s meer kunnen zien, constanter werken en je veel minder geld kwijt bent aan arbeidskrachten.”
Grootste bollen zijn het meeste waard
De tulpenbollen worden ieder jaar geoogst in juni en juli. Bernd: “Gemiddeld een week na de oogst gaan wij onze bollen verwerken en sorteren op maat. Een grotere bol betekent een grotere tulp en die zijn het meeste waard.” Dat is ook de reden waarom de tulpen naast gekopt ook vroegtijdig beregend worden; het stimuleert de groei van de bol. Vandaar ook dat de tulpentelers onlangs nog een splinternieuwe beregeningshaspel met computer van AP hebben gekocht. “Daardoor worden onze bloembollen groter... en daar leven wij van”, aldus Bernd.

De afgelopen jaren ging het goed met de prijzen voor tulpenbollen. Door landelijk tegenvallende opbrengsten waren de prijzen goed. Dit jaar ziet het er volgens de Nederlandse tulpenteler naar uit dat de prijzen gemiddeld zullen zijn. “En dat terwijl de kosten voor brandstoffen, gas en elektriciteit stijgen.” Zo moeten de tulpenbollenbewaarcellen met gas verwarmd worden om de bollen te drogen. De leliebollenbewaarcellen worden gekoeld met elektra. Alle (sorteer)machines draaien ook op elektra. Bloembollenbedrijf Wuestenenk heeft nog geen zonnepanelen, maar is zich wel aan het oriënteren op de aanschaf ervan. Bernd: “Ons gasverbruik valt wel mee, maar ons elektraverbruik is wel fors. Dus plaatsing van zonnepanelen zou wel een oplossing zijn, maar dan wel in combinatie met een grote accu, om zoveel mogelijk eigen stroom op te slaan.”
Middelen minder snel uitfaseren
Volgens Bernd worden ook in de tulpen- en lelieteelt steeds meer middelen uitgefaseerd. “Het zou mooi zijn als de Europese Unie de middelen minder snel zou uitfaseren dan ze nu van plan is en als ze de sector meer tijd geeft om zich aan te kunnen passen. Dat kan immers niet in 1 of 2 jaar. Nog mooier zou het zijn als er een selectie van middelen blijft bestaan, zoals bijvoorbeeld Movento. Dat is het enige middel dat nog werkt tegen de tulpengalmijt. Besef dat deze mijt zowel de bol, de wortelkrans als de bloem aantast. Als dit middel en de middelen tegen luizen verdwijnen, dan wordt het voor ons heel lastig om te telen.”
Als Movento zou verdwijnen, dan is de tulpensector genoodzaakt om te investeren in (peper)dure ULO (ultra low oxygen)-cellen. Bernd: “Daarmee kun je galmijt in de bewaring aanpakken, maar de bestrijding door middel van 1 à 2 bespuitingen is veel efficiënter en effectiever.” Volgens Bernd doen alle telers hun uiterste best om de tulpen- en lelieteelt te verduurzamen. “Wij proberen het middelengebruik zo laag mogelijk te houden en introduceren ook steeds meer groene middelen, zoals Nemater tegen aaltjes.” Zelf spuit de tulpen- en lelieteler met een getrokken veldspuit van het merk Amazone. Het spuitsysteem is RTK-gps gestuurd, waardoor de emissie tot een minimum wordt beperkt.
Familiebedrijf
Bernd zit samen met zijn broer Sander en ouders Wim en Roelfien in een vennootschap onder firma (vof). Bernd: “Sander is meer de teeltman en ik houd mij vooral bezig met de handel en ik doe veel kantoorwerk. Als het druk is, in de plant- en beregeningsperiode bijvoorbeeld, dan help ik uiteraard wel mee op het tulpen- en lelieland.” Bernd is goed 11 maanden geleden vader geworden van een zoon en hoopt natuurlijk dat er een potentiële opvolger geboren is. “Mijn broer Sander heeft 3 kinderen, dus daar kan ook nog een opvolger tussen zitten.”





