Verloop bieten- en aardappelenseizoen in perspectief
Begin april startte het bietenseizoen met de zaai van de eerste percelen. Deze vroege bietjes bereikten eind april al het 6 echtebladstadium. De voorbije weken stonden ook in het teken van het planten van aardappelen. Voor de vroegste aardappelen zit de onkruidbestrijding er zelfs al op.

Door de droge voorjaarsomstandigheden is de opkomst van de suikerbieten, net zoals het voorbije jaar, niet overal even homogeen verlopen. Verder liep de temperatuur overdag geregeld op tot meer dan 20 °C, maar daalde die ‘s nachts af en toe tot tegen het vriespunt. Samen met droge, schrale omstandigheden vertraagde dit de ontwikkeling van de bieten. De omstandigheden voor een vlotte onkruidontwikkeling waren dan weer ideaal. Onder meer melganzenvoet en uitstaande melde groeien zeer snel...
Insecten in bieten
Zoals in een eerder artikel vermeld, is de insectendruk dit jaar zeer hoog. In de granen duiken veel volwassen kevers en larven van het graanhaantje op. In de uien zagen we hier en daar al een hoge druk van de uienvlieg. In de bieten zien we – ondanks een goede en noodzakelijke zaadontsmetting – hier en daar toch aantasting van aardvlooien in de vorm van prikjes in de bladeren. Deze stipjes groeien nadien uit tot grotere gaatjes, die de groei van jonge bietenplantjes vertragen en hen gevoeliger maken voor de FAR-onkruidbestrijding.
Eerste bescherming via zaadontsmetting
Naast Force op basis van de actieve stof tefluthrin hebben we er dit jaar Buteo Start, op basis van de opwaarts systemische actieve stof flupyradifuron, bijgekregen als zaadontsmetting. Deze werkzame stof heeft dit jaar ook een toelating tegen bladluizen in producten zoals Sivanto Prime en Riamba. De behandelde zaden zijn tot het 2 bladstadium be-schermd tegen onder meer aardvlooien en de bietenkever.
Hier en daar zien we toch nog prikschade door de zware insectendruk. Behandel dan indien nodig met een pyrethroïde zoals lambda-cyhalothrin (Karate Zeon), deltamethrin (Patriot Protech…) of tau-fluvalinaat (Mavrik…) en houd hierbij rekening met IPM. Pyrethroiden zijn namelijk nefast voor de nuttigen. Maar op de behandelde bietenplantjes zelf vinden we geen aardvlooien terug. Waarschijnlijk prikken de bladvlooien de bietenblaadjes aan, waarna ze de flupyradifuron opnemen die systemisch in het bietenplantje aanwezig is. Hierna stoppen de aardvlooien met zich te voeden, waardoor je een vroege behandeling met een pyrethroïde kan uitstellen.
Bladluizen in bieten
Het is nu belangrijk om de bladluisdruk in de bietenpercelen goed te controleren. Met de nieuwe zaadontsmetting zijn de bietjes veilig tot het 2 bladstadium. Nadien zal je bij de FAR-behandelingen een selectief insecticide moeten toevoegen op basis van flonicamid (Teppeki, Afinto), flupyradifuron (Sivanto Prim, Riamba) of acetamiprid (Gazelle 120 SL). Verder heeft de nieuwe actieve stof dimpropyridaz (Durilon) een 120 dagenregeling verkregen voor een toepassing tegen bladluizen.
Een belangrijke opmerking is dat de actieve stof spirotetramat dit jaar zijn toelating heeft verloren en dat het als enige bladluismiddel zowel op- als neerwaarts systemisch was. Alle huidige systemische middelen in de bieten beschermen de plant enkel opwaarts. Nieuwe bladeren die groeien vanuit de kern van de plant zullen daarom niet mee be-schermd zijn, omdat de middelen zich niet kunnen herverdelen naar beneden (naar de kern van de bietenplant) en daarna terug opwaarts naar nieuw gevormde bladeren.

Onkruidbestrijding in bieten
Door de droge omstandigheden kon de aanwezige onkruidflora sterk afharden, waardoor je tussen de eerste FAR’s idealiter een kort interval van slechts 5 à 6 dagen aanhoudt. Dit is extra zichtbaar in de witte kristallen die blinkend op de melganzenvoetblaadjes liggen. Neem daar nog bij dat deze onkruidplantjes in ideale warme omstandigheden tot bijna 2 blaadjes per dag kunnen vormen. In het weekend van 2 en 3 viel de eerste neerslag sinds lange tijd, wat de werking van de bodemmiddelen ten goede zal komen en beter zal helpen om nieuwe kiemende onkruidjes tegen te houden.
Vooropkomst
Alsmaar vaker kiezen telers in de bieten voor een vooropkomstbehandeling met metamitron (Goltix, Beetix, Metatron, Goltix Queen, Kezuro...), al dan niet aangevuld met clomazon (Centium. Clomastar...). Metamitron helpt bijvoorbeeld tegen composieten zoals kamille, kruiskruid… die na het verlies van triflusulfuron-methyl in correctie moeilijker te bestrijden zijn. Clomazon vergroot het werkings-spectrum verder en verlengt de nawerking. Met deze eerste onkruidbarrière kan je nadien geruster starten met de eerste FAR-behandeling. Ook in het Conviso-systeem is een vooropkomstbehandeling voordelig en soms zelfs noodzakelijk als je te maken hebt met ALS-resistente kamille. Dit jaar was de bodemwerking van de vooropkomstbehandeling iets minder efficiënt door de lang aanhoudende droogte. Toch bracht die nog steeds een meerwaarde.
Indien nodig kan je een vooropkomstbehandeling uitvoeren met glyfosaat (Roundup Top, Roundup++…), bijvoorbeeld op niet geploegd land met doorlevende onkruiden op de akker. Let op dat de bietjes niet bovenstaan, doe deze behandeling dus snel na de zaai. Glyfosaat doodt alle bovenstaande onkruiden, maar heeft geen nawerking.
FAR-systeem: basis en aanvulling
We combineren naar goede gewoonte de actieve stof fenmedifam (Betanal, Dianal, Corzal, Astrix…) met ethofumesaat (Ethomat, Tramat, Oblix), metamitron (Beetix, Goltix, Metatron…) en olie (Vegetop, Actirob). Daarnaast zijn combiproducten mogelijk waarin we de eerste 2 actieve stoffen combineren (Wizard, Betanal Tandem, Belvedere Duo). Pas de dosis per product aan naargelang het gewasstadium en de weersomstandigheden. Denk hierbij aan de droogte van 2025 in vergelijking met het zeer natte jaar 2024…
Fenmedifam en metamitron zijn selectief voor bietjes, maar een (te) hoge dosis van ethofumesaat staat erom bekend de bietjes te remmen, waarbij de blaadjes samenkleven. Een symptoom dat uiteindelijk wel uit de bieten groeit…

Extra aanvulling op FAR
Daarnaast vul je de standaard-FAR aan met clopyralid (Matrigon) tegen onder meer composieten (kamille, kruiskruid, distels...), veelknopigen (perzikkruid, zwaluwtong, varkensgras…) en de nachtschadefamilie (zwarte nachtschade, doornappel). Verder leggen we ook alsmaar vaker lenacil (Venzar) mee in de basis van de onkruidbestrijding met een versterking tegen onder meer melganzenvoet, uitstaande melde, kruisbloemigen, hondspeterselie, bingelkruid...
Voeg daarnaast de selectieve stof quinmerac (Quindaplus, Goltix Queen, Tanaris) ter versterking tegen (uitstaande) melde, zwarte nachtschade, perzikkruid... toe aan het FAR-schema. Dit kan als solocomponent zoals in het product Quindaplus of in combinatieproducten met andere actieve stoffen, zoals in Goltix Queen, Kezuro…
Aardappelseizoen gestart
Na een bewogen afgelopen seizoen zal ook dit aardappeljaar opnieuw uitzonderlijk worden. Denk daarbij in de eerste plaats aan het wegvallen van metribuzin, een actieve stof die uiterst belangrijk was in de strijd tegen de alsmaar zwaardere druk van doornappel. En dit net nu de bestrijding van doornappel een major maatregel wordt binnen de IPM-checklist…

Onkruidbestrijding in aardappelen
Voor de onkruidbestrijding baseren we ons op de combinatie van minstens 4 actieve stoffen om onkruiden tegen te houden tot het sluiten van de rijen. Je hebt hier de keuze uit metabromuron, aclonifen, clomazon, prosulfocarb, pendimethalin, dimethenamide-P en flufenacet. Voor die laatste actieve stof is het het laatste jaar dat je die nog kan gebruiken.
Tegen moeilijke onkruiden zoals doornappel is na metribuzin geen geschikte correctiemogelijkheid meer beschikbaar. Doornappel komt als warmtekiemer graag pas later in het seizoen naar boven, maar je moet trachten die met de combinatie van vooropkomstherbiciden volledig tegen te houden. We zullen dit jaar dus het resultaat moeten afwachten…

Onkruid op de rug
Voor reeds bovenstaande onkruiden voeg je aan de vooropkomstbehandeling een middel toe zoals pyraflufen-ethyl (Gozai, Ramox…) of glyfosaat (Roundup Top, Roundup Energy…). Glyfosaat werkt sterker als er grassen op de rug aanwezig zijn. Er mogen echter geen aardappelen boven het grondoppervlak staan, vermits die mee zullen afsterven na een toepassing.

Pyraflufen-ethyl brandt onkruiden op de rug af. Het gebruik is veilig tot wanneer de aardappelplantjes al enkele centimeters boven de grond opduiken. Ze branden mee af, maar kunnen opnieuw uitschieten, vermits het middel zich niet systemisch tot in de moederknol verplaatst.





