Nadruk op voer bij Klimrek Varkens
Klimrek, een bedrijfsscan die weergeeft hoe duurzaam je als veehouder bezig bent, is al uitgerold voor melkvee. Voor de varkenshouderij staat een gelijkaardige tool klaar als Klimrek Varkens. Het belangrijkste aspect in deze duurzaamheidsscore voor varkens is het varkensvoer.

Klimrek bestaat reeds voor melkvee in Vlaanderen. Het nieuwe Klimrek Varkens volgt een eigen beoordelingskader en moet op termijn leiden tot meer klimaatrobuuste varkenshouderijen, die bijvoorbeeld beter bestand zijn tegen de rechtstreeks en onrechtstreekse impact van steeds vaker voorkomende extreme weersomstandigheden. De scans moeten aanduiden hoe dat kan op een haalbare manier en met een wetenschappelijke onderbouwing.
De scan werd opgemaakt in cocreatie met de sector. Al 23 varkenshouderijen uit West-Vlaanderen en Limburg, met verschillende groottes en verschillende management- en voedersystemen, hebben de Klimrek Varkens-scan doorlopen en vormen zo de basis waarop verder gewerkt wordt. De tool werd mee ontwikkeld door Vlaamse varkenshouders. Andere partners in de ontwikkeling waren onder meer Boerenbond, het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL), het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), Inagro en de Belgian Feed Association (BFA). Bij Inagro werd Klimrek Varkens eind april voorgesteld aan de sector.
Op basis van bestaande gegevens
“Klimrek Varkens werkt op basis van boekhoudkundige gegevens, andere data die reeds beschikbaar zijn (Mestbank-aangifte, de slachtgegevens van de Interprofessionele Vereniging voor het Belgisch Vlees (IVB), Djust Connect …) en de input van de varkenshouders zelf, opgetekend tijdens een bedrijfsbezoek door iemand die vertrouwd is met de materie en met de sector. Na het invullen van alle gegevens krijgt het varkensbedrijf een score en krijgen de varkenshouders verbeterpunten aangereikt. Die worden dan besproken. Het aangeven van verbeterpunten is informatief en houdt geen verplichtingen in”, verduidelijkt Freya Michiels van ILVO.
De score wordt uitgedrukt in kg CO2 per kg levend gewicht geleverd aan het slachthuis (of per verkochte big). Met de 23 bedrijven die al gescand zijn, is er een gemiddelde score van afgerond 3 kg CO2, met een range van 2,4 tot 3,6 en met 1 uitschieter tot 4,4.
Jaarlijks invullen om evolutie te volgen
De bedoeling is dat de varkenshouder zijn eigen evolutie in de scanresultaten kan volgen door jaarlijks de gegevens van het vorige boekjaar in te vullen. Als er genoeg varkenshouders deelnemen, is misschien ook een onderlinge vergelijking met gelijkaardige varkenshouderijen (grootte, soort bedrijf, voederstrategie …) mogelijk en kunnen er - zoals bij Klimrek Melkvee - mogelijk conclusies getrokken worden voor de hele Vlaamse varkenssector.
Momenteel wordt nog gekeken hoe de kosten van Klimrek Varkens zullen worden verdeeld. Mogelijk zullen – naar analogie met Klimrek Melkvee – één of meer sectororganisaties een deel van de kosten dragen, met de deelnemende varkenshouders die via de Kennisportefeuille het resterende deel bijdragen, omdat het doorlopen van zo’n scan uiteraard nieuwe inzichten op het bedrijf oplevert. De opleiding loopt reeds voor consulenten die op de varkensbedrijven zullen langsgaan.
Grootste deel klimaatimpact komt van voer
De Klimrek Varkens-scan kijkt naar een brede waaier van aspecten, van mestbeheer (dagontmesting, pocketvergister...), het gebruikte strooisel in de stal, veebeheer (sterftecijfer, optimaal slachtgewicht ...), de aanwezigheid van een luchtwasser, eigen gewasproductie en energie (warmtekrachtkoppeling, zonnepanelen...) tot het voer. Dierenwelzijn krijgt voorlopig maar heel weinig aandacht in deze scans. Elk aspect heeft een waarde naargelang het belang in de klimaatimpact. De belangrijkste factor in de varkensscan is het voer en de voederconversie. Het voer – zelf geproduceerd en aankoop samen – is goed voor 74% van de klimaatimpact op een varkenshouderij. Mestbeheer is goed voor een gewogen belang van 16%. De andere aspecten hebben een beperkt belang op de klimaatimpact.
“Voorlopig zien we weinig verschil tussen bijvoorbeeld droog- of brijvoer of tussen bio en conventioneel. De resultaten voor water en energie liggen eveneens dicht bij elkaar. Wel zien we een grote spreiding in de deelresultaten over aangekochte voeders en die over mestbeheer. We moeten zeker meenemen dat de varkenshouders niet op alle factoren zelf vat hebben: extreme buitentemperaturen, droogte, voederprijzen, overschotten op de markt van grondstoffen en voer, ziektes… Dat kan allemaal rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed hebben, zodat de score na een hete en droge zomer anders zal zijn dan die met een ‘gemiddelde’ zomer. Bij de voorgestelde maatregelen na de scan is het de bedoeling dat we ook de economische aspecten meenemen. Biggenlampen met een lichter vermogen – bijvoorbeeld 100 Watt in plaats van 150 Watt – hebben misschien slechts een minieme klimaatimpact, terwijl er wel tegelijk een economisch voordeel gerealiseerd wordt”, zegt Freya Michiels.
Naar meer gedetailleerde data
Liesbeth Verheyen van BFA stelt dat voederproducenten een belangrijk aandeel hebben in het Klimrek-verhaal voor de varkenssector. Door het grote gewogen belang van het voer is het heel belangrijk dat de gegevens over het voer zo correct en gedetailleerd mogelijk zijn. Voor de eerste resultaten werd doorgaans nog gewerkt met sectorgemiddelden. Zodra de scans uitgerold worden, kunnen varkenshouders de gegevens over het door hen aangekochte voer opvragen bij hun leveranciers. Wie volgend jaar wil meedoen aan Klimrek Varkens, kan het best nu al zijn leverancier verwittigen om de gegevens van dit jaar bij te houden. Momenteel hebben de fabrikanten nog niet van alle voervarianten automatisch de gegevens voorhanden.
“Het gaat dan voor alle duidelijkheid niet over de samenstelling zelf, wel over bijvoorbeeld het eiwitgehalte en de carbon footprint of klimaatwaarde van ingrediënten. De meeste reststromen hebben een lage klimaatimpact, behalve sojaschroot. De oorsprong kan daarin een rol spelen. Sojaschroot uit Zuid-Amerika, zeg maar Brazilië, krijgt een andere score dan sojaschroot uit Noord-Amerika (Verenigde Staten) of uit Europa. Voor elk ingrediënt bestaat een uniforme berekening via een erkende levenscyclusanalyse-tool. Bij de voerfabrikanten kan jaarlijks een controle uitgevoerd worden of alles correct verloopt”, meldt Verheyen.
Sector zou toeslag kunnen geven
Zij wijst erop dat een retailer als Delhaize reeds met een gelijkaardig model werkt voor varkenshouders, op basis van vooral het voer. Daarbij moeten de varkenshouders onder een bepaalde score blijven. Ze verwacht dat er, naar analogie met melkvee, mogelijk vanuit de vleesverwerkende sector of vanuit de retail een toeslag komt voor bedrijven die een bepaalde score halen of die kunnen aantonen dat ze hun score hebben verbeterd. België is naar verluidt een pionier met een dergelijk systeem om de klimaatimpact van varkensvlees te beoordelen.
Voederverliezen
Saskia Leplat van PVL in Bocholt wijst op een snelle en makkelijke manier om de klimaatimpact van een varkenshouderij te verbeteren. Het beperken van voederverliezen door het correct afstellen van de voederbakken is tegelijk kostenbesparend. Vermorsing van voer zorgt ervoor dat bij droogvoerbakken een volume van 2 tot 20% verloren gaat, weten we uit ervaring. Voer dat niet opgegeten wordt, maar rechtstreeks in de mestput belandt, dat is uiteraard niet duurzaam en vooral economisch niet interessant”, zegt Leplat.
“In een scenario waarbij je als varkenshouder de vermorsing met 1% terugdringt, heb je op een bedrijf met een bezetting van zowat 2.750 dieren een voordeel van 20.000 kg voer. Dat levert ook nog eens een economisch voordeel van bijna 8.000 euro op. Als je de vermorsing met 2% kan terugdringen, verdubbelt dat tot 40.000 kg en bijna 16.000 euro. Let uiteraard op dat je de voederbak ook niet te nauw afstelt, want dan krijgen de varkens te weinig voer, daalt de groei en verhoogt de stress in de groep dieren per hok.
Vroeger zei men al makkelijk dat de biggen meer voer mochten krijgen dan ze eigenlijk nodig hadden. Vaak leidt dat extra voer niet tot extra voeropname of tot extra groei, wel tot vermorsing en kosten”, vertelt Saskia Leplat. Alles wat geldt voor vermorsing van voer geldt volgens haar eveneens voor drinkwater voor de varkens.
Ze ging bij de voorstelling op Inagro nog kort in op vergelijkende testen met alternatieven voor Zuid-Amerikaanse soja in het varkensvoer, met onder meer Europese soja en alternatieve eiwitten (koolzaadschroot, paardenbonen, lupinen, erwten, aardappeleiwit...) in het voer. Doorgaans zorgt het vervangen van de Zuid-Amerikaanse soja voor een duurder voer. Sojavrij varkensvoer is haalbaar, zelfs zonder groeiverlies, terwijl er wel significante verschillen zijn in de rendementspercentages en de vleesdikte. De klimaatimpact en de stikstofexcretie van sojavrij gevoerde varkens liggen lager, maar de voerkost maakt ze duurder en ze zijn van mindere kwaliteit. De eindconclusie van de vergelijkende studie is toch dat de kwaliteit van Zuid-Amerikaanse soja niet helemaal geëvenaard kan worden. Dat zou te maken hebben met de aminozuursamenstelling.
Als de score maar daalt
Als laatste spreker kwam Filip Watteyn, sustainability analistbij retailer Colruyt, de visie van dat bedrijf op Klimrek Varkens uit de doeken doen. “Colruyt steunt het opzetten van een dergelijk scoresysteem van bij het begin, omdat we dit een belangrijke tool vinden. Het is voor ons niet in de eerste plaats de bedoeling om een harde grens te trekken waar onze leveranciers moeten onder blijven als ze ons lastenboek volgen. Wel is het voor ons belangrijk dat het objectief meetbaar is, dat die score daalt. Dat we duidelijk zien dat er stappen gezet worden door de varkenshouders”, stelt Filip Watteyn. Met de steun bij het opzetten van Klimrek Varkens geeft Colruyt ook aan dat de hele keten – van boer tot bord – een deel heeft in dit verhaal.





