Startpagina Aardappelen

Hoe de aardappelziekte succesvol aanpakken?

Phytophthora infestans, dé veroorzaker van de aardappelziekte, blijft een van de belangrijkste bedreigingen in de aardappelteelt. Door spontane mutaties en geslachtelijke vermeerdering ontwikkelt deze pathogeen zich voortdurend.

Leestijd : 3 min

Dit leidde gaandeweg tot een toegenomen ziekteverwekking en tot het ontstaan van varianten met resistentie tegen één of meerdere actieve stoffen.

Waarschuwingsdienst van Viaverda

Omdat de inzet van gewasbeschermingsmiddelen onder druk staat, is een beredeneerde bestrijding nodig. De waarschuwingsdienst van Viaverda kan hierbij helpen. Deze dienst ondersteunt telers in hun keuze om het juiste moment van de bespuiting te bepalen. Dit gebeurt op basis van het ziektemodel, dat rekening houdt met de weersvoorspellingen en het ras.

Lange vochtige periodes met matige temperaturen zijn uitermate geschikt zijn voor de ontwikkeling van de aardappelziekte. Droge en warme omstandigheden zorgen voor een rem. Dankzij een eigen netwerk van Viaverda, dat meer dan 50 weerstations in Vlaanderen telt, kunnen de weersomstandigheden en de infectiekansen in beeld gebracht worden.

Via een wekelijks ‘e-zine’ ontvangt de teler een regionaal spuitadvies. Wie individueel perceelsgericht advies wil, kan gebruikmaken van de webapplicatie die een advies formuleert op basis van lokale weerdata, de eigen gewasontwikkeling en zelf ingegeven bespuitingen.

Afvalhopen, aardappelopslag en rassenkeuze

De juiste aanpak van de ziekte start met het opruimen van afvalhopen en van de aardappelopslag. Phytophthora infestans kan immers overwinteren in op het veld achtergebleven aardappelknollen. Wanneer deze knollen in het volgende teeltseizoen uitlopen, ontwikkelen ze zich tot latent besmette planten, waarop de aardappelziekte kan uitbreken en vermeerderen. Daardoor zijn afvalhopen en aardappelopslag de vroegste bronnen van sporenvorming.

Door deze potentiële sporenbronnen aan te pakken, kan een vroege piek van de aardappelziekte (deels) uitgesteld worden en winnen we tijd in de aardappelziektebestrijding.

Ook de rassenkeuze kan bijdragen tot een beredeneerde aanpak. Aardappelrassen met resistentiegenen, zoals Alanis, Beyonce en Invictus, kunnen enige ziektedruk goed verdragen. Daartegenover staan rassen zonder resistentiegenen, zoals Challenger, Fontane, Innovator, Bintje of Markies.

Kies gewasbeschermingsmiddelen doordacht

Ook de middelenkeuze moet doordacht gebeuren. Daarbij is een afdoend antiresistentiemanagement cruciaal. Sinds 2023 komen aardappelziektevarianten voor, die resistent zijn tegen één of meerdere actieve stoffen uit het middelenpakket. Het huidige erkende middelenpakket omvat 13 actieve stoffen, die 11 werkingswijzes vertegenwoordigen (tabel 1).

20-actieve stoffen -01-web

Deze actieve stoffen komen voor in enkelvoudige en/of samengestelde fungiciden (tabel 2). Bij elke bespuiting is het aanbevolen om één samengestelde fungicide of 2 enkelvoudige fungiciden met verschillende werkingswijze toe te passen. In een daaropvolgende bespuiting dient minstens één andere werkingswijze ingezet te worden. Combineer verstandig en wissel doordacht!

Let op: vermijd combinaties van werkingsgroep 40 en 49, wegens het risico op meervoudige resistentie. Daarnaast is het belangrijk om te weten dat toevoeging van cymoxanil goed is voor terugwerking tegen latente infecties, maar dat dit een te kortstondige (ongeveer 3 dagen) bescherming biedt om als volwaardige mengpartner (tweede werkingswijze) te fungeren.

20-actieve stoffen -02-web

Aandacht voor spuittechniek

Eens de datum van bespuiting en de middelenkeuze gemaakt zijn, is het belangrijk om de bespuiting maximaal te laten renderen. Dit wordt bereikt met een goede spuittechniek.

Spuit op een droog gewas, bij weinig wind, met de juiste rijsnelheid en werkingsdruk. Verlies ook hoeken, kanten en bochten niet uit het oog. In onzorgvuldig beschermde zones ontstaan de eerste aantastingen.

Zorg voor een correcte registratie

Tot slot is het belangrijk om bespuitingen correct te registreren. Zo vermijd je fouten in verband met het wettelijk toegelaten interval en het maximaal aantal toegelaten toepassingen van een middel of een actieve stof per jaar. Deze informatie vind je per middel terug op fytoweb.

Dit artikel kadert binnen de projecten ‘Kostenefficiënt naar een duurzame aardappelteelt in 2030’ (Vlaio-LA) en ‘Waarnemingen en waarschuwingen 2025-2027’ (Agentschap Landbouw en Zeevisserij)

Stany Vandermoere (Viaverda)

Lees ook in Aardappelen

Meer artikelen bekijken