Startpagina Granen

Bladziekten breidden weer uit in wintertarwe

Het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) merkte in de laatste week van mei dat de roesten in wintertarwe blijven uitbreiden en vaak de behandelingsdrempel overschrijden.

Leestijd : 3 min

Ook bladseptoria breidt uit en vraagt op meerdere locaties een behandeling. Bijna alle percelen staan in aar: denk aan aarbescherming. Het warme weer stimuleert bladluizen en graanhaantjes, volg ze goed op.

Weinig verschil meer in groeistadium

Afgelopen week zijn de verschillen in gewasstadium wat teruggelopen. Op het merendeel van de waarnemingspercelen (67%), staat de tarwe in bloei (BBCH 61 en 65). Op ongeveer één vijfde van de aarnemingspercelen staat de tarwe nog niet in bloei maar zijn alle aren uit (BBCH59). Op 14 % van de percelen is de aar voor een kwart tot driekwart zichtbaar (BBCH 53 tot BBCH 57).

Situatie met bladziekten in wintertarwe

Witziekte breidde afgelopen week wat uit; maar een behandeling is nergens nodig.

Bladseptoria daarentegen breidde aanzienlijk uit. In meerdere situaties worden ook op het laatste blad bladvlekken waargenomen. Op meerdere locaties is een behandeling tegen bladseptoria noodzakelijk.

Gele roest blijft ononderbroken uitbreiden. Net als vorige week werden zowel nieuwe aantastingen als bestaande aantastingen die uitbreidden waargenomen. In heel wat situaties is de behandelingsdrempel bereikt.

Bruine roest toonde de grootste uitbreiding. De uitbreiding bestond voornamelijk uit een verdere toename van bestaande aantastingen maar ook enkele nieuwe aantastingen werden vastgesteld. Onder de huidige aantastingen kan gesteld worden dat op nagenoeg alle percelen met bruine roest behandeld moet worden.

Bladluizen nemen toe

Het percentage halmen met minstens één bladluis nam afgelopen week toe en bedraagt momenteel 5%. Hiermee is de behandelingsdrempel nog lang niet overschreden of bereikt. Deze ligt op 20% of meer, afhankelijk van het stadium. Let wel, met het warme weer worden de bladluizen best verder opgevolgd.

De meest gevoelige periode voor schade door bladluizen is de periode vanaf het in aar komen tot het begin van de afrijping van het graan. Vooral in de periode tussen de stadia ‘alle aren uit’ en ‘einde bloei’ kunnen de bladluizen schade aanrichten.

Larven van graanhaantje

Van het graanhaantje worden momenteel meestal larven waargenomen. Dit aantal nam afgelopen week in het waarnemingsnetwerk toe van 7 larven per 100 halmen tot 19 larven per 100 halmen.

Ook voor het graanhaantje is de behandelingsdrempel niet bereikt. In het gewasstadium ‘aar volledig uit’ (stadium 59) bedraagt de drempel 1,5 larven per halm, met andere woorden 150 larven per 100 halmen.

Momenteel vormt geen van beide plagen een probleem of reden tot ingrijpen.

Aarfusarium in het oog houden

Alle percelen staan in aar waardoor gedacht moet worden aan de aarbescherming. De schimmel verspreidt zich het best bij hevige neerslag en wind gedurende de bloeiperiode. Voor de kieming en de infectie door de sporen zijn vocht en een hoge luchtvochtigheid bevorderlijk. In die periode is er zo'n 40 tot 80 mm neerslag nodig om het risico te verhogen. Vanaf het weekend worden verspreid buiten verwacht. Hou dus de weersomstandigheden in de gaten, naast de gevoeligheid van het gezaaide ras.

Het ideale tijdstip om te behandelen is alle aren uit-vroege bloei. Er is enige marge tot midden bloei. Wanneer de aar is uitgebloeid, heeft een behandeling nog weinig zin. Het moment van bloeien is namelijk een toegangspoort voor aarfusarium. Deze groeifase vraagt dus bescherming.

LCG

Lees ook in Granen

Meer artikelen bekijken