Inagro-onderzoekers evalueren nieuwe generatie wiedrobots in groenteteelt
Een robot die zelfstandig over een wortelveld rijdt, plantjes herkent en vervolgens onkruid verwijdert zonder de teelt te raken. Wat enkele jaren geleden nog futuristisch klonk, wordt vandaag toegepast op Vlaamse demovelden. Bij proefcentrum Inagro in Roeselare bekijken onderzoekers hoe artificiële intelligentie in autonome robots de groenteteelt preciezer, efficiënter en duurzamer kan maken.

“Robots in een groenteveld zijn geen sciencefiction meer”, zegt Eva Ampe, onderzoeksleider precisielandbouw bij Inagro. “We testen robots die vandaag al beschikbaar zijn en onderzoeken wat ze in de praktijk echt kunnen betekenen voor telers. Zo hoeven landbouwers niet zelf als eerste in het onbekende te stappen.”
Vooral in fijnzadige teelten zoals wortel, ui, pastinaak of witloof is het potentieel groot. Jonge plantjes zijn er erg kwetsbaar, waardoor klassiek vroeg mechanisch wieden niet altijd mogelijk is. Tegelijk zoeken telers naar manieren om onkruid efficiënter onder controle te houden, met minder arbeidsdruk en steeds preciezere technieken. “Bij wortelen of uien kan je niet zomaar met een wiedeg over het veld rijden”, vertelt Eva Ampe. “De kiemplantjes zijn daarvoor te fragiel. Je zou het gewas beschadigen of lostrekken. Net daar kunnen robots op termijn een verschil maken, omdat ze plant per plant leren herkennen waar ze wel en niet mogen ingrijpen.”
Grijpers, schepjes en later ook lasers
Op de demovelden van Inagro rijden momenteel 2 autonome wiedrobots, in omstandigheden die nauw aansluiten bij de praktijk van groentetelers. De Nederlandse Odd.bot Maverick gebruikt kleine mechanische grijpers om onkruid uit de bodem te trekken. De robot rijdt zelfstandig tussen de rijen en navigeert op basis van camerabeelden, zonder gps. Daarnaast test Inagro sinds begin mei de Zweedse Ekobot WEAI van de firma Homburg, die onkruid verwijdert met kleine u-vormige schepjes en werkt met gps-aansturing.
In augustus komt daar nog een derde technologie bij: een laserrobot, Trabotyx, die de groeipunten van jonge onkruiden vernietigt met een gerichte laserstraal. “Laserwieden klinkt spectaculair, maar ook daar willen we vooral nuchter naar kijken”, zegt Ampe. “Wat werkt in onze teelten? Onder welke omstandigheden? En voor welke bedrijven kan het echt een meerwaarde zijn? Dat proberen we stap voor stap in kaart te brengen.”

Innovatie op vraag van de praktijk
De praktijktesten bij Inagro vertrekken vanuit concrete vragen van telers. Zij willen weten welke technologie werkt in Vlaamse omstandigheden, op percelen die vaak kleiner zijn dan in sommige buurlanden. “We testen geen gadgets, maar machines die commercieel beschikbaar zijn. Telers willen terecht weten wat zo’n robot kan, wat de beperkingen zijn en hoeveel oppervlakte er nodig is om de investering zinvol te maken.”
In Vlaanderen komt de toepassing nog op gang, maar de interesse groeit. In Nederland rijden er intussen al zo’n 25 robots rond, vooral in biologische groenteteelten op grotere percelen.
Ultralokaal spotsprayen
De wiedrobots passen in een bredere evolutie richting precisielandbouw. Camera’s, data en AI helpen telers om op het juiste moment en op de juiste plaats in te grijpen. Dat kan mechanisch, zoals bij de robots die onkruid uittrekken of wegschrapen, maar ook via andere technieken zoals ultragericht behandelen met herbiciden op enkele vierkante centimeters. Dat ‘ultralokaal spotsprayen’ is al vlot toegankelijk voor telers via loonwerk.
Die precisie is ook relevant in het bredere verhaal van gewasbescherming. In bepaalde teelten kan mechanisch wieden helpen om het aantal herbicidebehandelingen te beperken. Tegelijk blijft nuance belangrijk: de robots richten zich op onkruid en zijn geen oplossing voor alles.“Het is geen wondermiddel”, benadrukt Ampe. “Robots vervangen niet alle gewasbescherming en pakken bijvoorbeeld geen insectenplagen aan. Ook hardnekkige grassen blijven een uitdaging. Maar voor onkruidbeheer kunnen ze wel een belangrijk hulpmiddel worden.”

Robot vervangt de landbouwer niet
Ook arbeid blijft een belangrijk aandachtspunt. In biologische teelten kan een robot een groot deel van het handwieden overnemen. In gangbare teelten kan hij vooral helpen om onkruid in een vroeg stadium onder controle te houden, bijvoorbeeld in uien, waar klassieke onkruidbeheersing moeilijker wordt door het wegvallen van specifieke middelen. Als er later in de teelt nog onkruiden overblijven, kunnen andere precisietechnieken zoals ultralokaal spuiten een rol spelen.
“De robot vervangt de landbouwer niet”, zegt Ampe. “Je moet hem zien als een extra werktuig op het bedrijf: eentje dat heel precies werk kan overnemen op momenten waarop dat vandaag veel arbeid vraagt of moeilijker wordt met klassieke technieken. Landbouw blijft altijd een combinatie van technologie, vakkennis en praktijkervaring.”
Financiële ondersteuning
Daarbij speelt ook de kostprijs mee. De aankoop van zo’n robot vraagt een stevige investering. Daarom onderzoekt Inagro niet alleen de technische prestaties, maar ook de praktische en economische haalbaarheid: hoeveel hectare heb je nodig, hoeveel arbeid kan je uitsparen en in welke teelten loont het systeem het meest?
Voor landbouwers die willen investeren, bestaat er ondersteuning. Via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) geeft het Agentschap Landbouw en Zeevisserij een financieel duwtje in de rug voor robotisering. Voor robotisering binnen de veehouderij en de glastuinbouw bestaan er al heel wat door VLIF ondersteunde toepassingen, denk maar aan de melkrobots en robotarmen. Minder bekend is de ondersteuning voor robotisering voor veldtoepassingen, met steunpercentages van 30% tot 50% binnen VLIF-steun voor productieve investeringen. Gaat het om een innovatieve toepassing die nog niet gangbaar is in Vlaanderen, dan kunnen landbouwers via aparte trajecten voor innovatieve investeringen VLIF-steun krijgen, bijvoorbeeld voor pilootprojecten of eerste toepassingen in de praktijk. Momenteel zijn er 8 aanvragen van telers voor robots voor veldtoepassingen in behandeling bij het VLIF, waaronder ook wiedrobots.
Groenten van morgen
Voor consumenten blijft zo’n robot op het veld misschien nog een verrassend beeld. Toch zegt de technologie veel over hoe de Vlaamse groenteteelt evolueert. Achter lokale wortelen, witloof, uien of pastinaken zit steeds vaker hoogtechnologische kennis: precisiezaaimachines op gps, camera’s die planten herkennen, algoritmes die bijleren en machines die centimeter per centimeter precisiewerk doen.
“De technologie evolueert snel, maar de basis blijft dezelfde. We willen telers helpen om kwalitatieve groenten te blijven produceren op een manier die haalbaar is voor het bedrijf én die past bij de uitdagingen van morgen”, besluit Ampe. Wat vandaag toegepast wordt tussen de wortelen en uien op demovelden in Roeselare, kan dus morgen al het beeld bepalen van een nog duurzamere groenteteelt in Vlaanderen.
Meer info over de voorwaarden en aanvraag van VLIF-steun vind je hier.





