Bescherm aardappelen tijdig tegen de plaag
Vanaf midden mei kregen we te maken met zeer hoge temperaturen, die begin deze week weer daalden. Vorig weekend volgden lokaal onweders en hevige regen- en hagelbuien, met ook de dagen nadien sporadisch enkele buien. Dat waren dus ideale omstandigheden voor de ontwikkeling en verspreiding van de aardappelplaag…

‘Phytophthora infestans’ behoort tot de waterschimmels of oömyceten, die al bij matige temperaturen snel tot grote schade leiden. De plaag kan je initieel herkennen aan een lichte verkleuring aan de bovenzijde van de bladeren, die nadien volledig bruin kleurt. Aan de onderzijde van het blad zie je het grijze schimmelmycelium vanuit de huidmondjes uit het blad naar buiten komen.
Een eerste preventieve bescherming tegen de plaag met middelen die meegroeien in het gewas is aangewezen vanaf het moment dat de aardappelplanten de bloempotgrootte bereiken. Let daarom op, vermits nattigheid in combinatie met warmte naast de gewasontwikkeling ook de kans op aantasting door de aardappelplaag sterk verhoogt...

Onkruidbestrijding: update
De onkruidbestrijding gebeurde in veldomstandigheden met voldoende bodemvocht, waardoor de bodemwerking van deze middelen optimaal was. Dit jaar zien we echter her en der driftschade optreden in onder meer bietenpercelen, waarbij de eerste rijen bieten verdwenen door bijvoorbeeld de actieve stof aclonifen. Dit gebeurt veelal wanneer de onkruidbestrijding plaatsvond op een natte bodem, die nadien opwarmt met de stijgende temperatuur. Daardoor verdampt de actieve stof en drijft deze via mist af naar naburige percelen…
De warmte leidt nu tot het snel dichtgroeien van het gewas, waardoor nieuwe onkruidkiemers weinig kansen krijgen om zich te ontwikkelen. Toch moet je alert blijven voor warmteminnende nakiemers zoals doornappel en zwarte nachtschade, die pas later tot problemen kunnen leiden.
Eerste ziektebehandeling
Vanaf het moment dat het gewas de bloempotgrootte bereikt, start je met de plaagbestrijding. Gebruik hier actieve stoffen die meegroeien met het gewas en die nieuwe groei beschermen, zoals mandipropamid (Revus, Pergado, Advangro…). Andere middelen vormen een coformulering met een tweede actieve stof, zoals Amphore Flex (met cymoxanil), Evagio Forte (met amisulbram)…
De basis van een goede plaagbestrijding start met het combineren van actieve stoffen met een verschillend werkingsmechanisme, zoals fluazinam (Fluzam, Grecale…), propamocarb (Edipro…).. Dit is ook noodzakelijk in het kader van het resistentiemanagement.
Cymoxanil (Cymopur, Cymbal, Proxanil…) is een goede curatieve partner met 12 tot 24 uur terugwerkende kracht nadat een infectie plaatsvond. Middelen zoals Grecale, Pergovi Flex en Zetinal Gold combineren cymoxanil met een tweede actieve stof. Bij de start of na hevige buien kiezen veel telers ervoor om Cymopur aan het schema toe te voegen, ter bescherming tegen eventueel latente plaag. Let wel op, want Cymopur is onvoldoende om als tweede mengpartner in te zetten in het kader van resistentiemanagement.
Wanneer er voldoende loof aanwezig is – bijvoorbeeld vanaf de derde of vierde plaagbehandeling – kan je starten met fosfonaten (Pygmalion, Carpediem…) aan het schema toe te voegen. Deze stof heeft zich na zijn introductie in de aardappelen een tweetal jaar geleden meermaals bewezen als sterke resistentiebreker. Fosfonaten activeren de plantafweer en hebben ook curatieve eigenschappen. Zo kan de plant een weerstand opbouwen tegen infecties van diverse plaagstammen. Als systemisch middel pas je dit het best voldoende vroeg toe tijdens de actieve groei om voldoende concentratie in het gewas op te bouwen. Combineer ook hier met een ander sterk middel, zoals Infinito of Boreso Flex.
Combineren van actieve stoffen
Uit het verleden weten we al dat de aardappelplaag een samenstelling is van diverse plaagstammen met een verschillende genetica, waarbij sommige stammen resistentie vertonen tegen één of meerdere actieve stoffen. Denk daarbij aan de EU37-stam met resistentie tegen fluazinam en de EU43-stam met resistentie tegen de groep van de CAA’s (carboxylzuuramiden, een specifieke groep fungiciden). Toch biedt een combinatie van 2 actieve stoffen uit beide groepen een uitstekende bescherming van het gewas.
Combineer de plaagbehandelingen steeds met een bladvoeding om de weerbaarheid van het gewas te verhogen, maar ook om de knolzetting te bevorderen. Optima Vigor+ is een unieke combinatie die zeer vlot opneembaar is en de knolzetting versterkt. Actyvium Green zorgt voor een goede aanlevering van mangaan en magnesium om het bladgroen te ondersteunen en vroegtijdige afsterving van het blad tegen te gaan. K-Leaf levert op een zeer kostenefficiënte manier een extra kaliumgift in het seizoen om onder meer de celwanden te verstevigen, zodat het risico op stootblauw later in het seizoen afneemt.
Coloradokever
De laatste weken doken er al veel coloradokevers op. Onder meer op aardappelopslagplantjes in diverse teelten waren ze al zeer vroeg in het seizoen aanwezig. Initieel legt de eerste generatie volwassen kevers vanuit de bodem nieuwe eitjes. Van- daaruit ontstaan de volgende generaties, die het best bestreden worden, aangezien deze larven op korte tijd veel vraatschade kunnen veroorzaken. Volwassen kevers zijn sowieso een stuk persistenter tegen bestrijdingsmiddelen dan hun larvale fases…

Houd je percelen in de gaten en voer indien nodig tijdig een bestrijding uit met middelen op basis van acetamiprid (Antilop 120 SL, Gazelle 120 SL, heeft ook een erkenning tegen bladluizen), chlorantraniliprole (Coragen, Corprima, Prevathon…), spinosad (Tracer, Conserve Pro…) en cyantraniliprole (Benevia…). Tot slot hebben ook breedwerkende contactmiddelen en pyrethroïden een toelating, al zijn die niet ideaal in het kader van IPM, omdat ze de nuttige insecten (bladluizen, gaas-vliegen…) niet sparen.
Nieuwe uitdagingen in uien
Met de warme temperaturen kwam ook de ontwikkeling van de uien in een stroomversnelling. In zaai-uien bereiken we her en der reeds het vierde pijpje. In plantuien sluiten de rijen zich en gaat de bolvorming van start.
De natte periode tijdens de eerste helft van mei leidde veelal tot een goede onkruidbestrijding, maar de bestrijding van insecten in diverse gewassen vraagt dit jaar extra aandacht. Verschillende uienpercelen werden het slachtoffer van aantasting door de bonenvlieg. Ook voor tripsen moeten we in de nabije toekomst in zwoele, warme omstandigheden sterk op onze hoede zijn. De druk kan door snelgroeiende populaties immers vlug uit de hand lopen.
Wisselend weer leidt tot zorgen
De afgelopen weken waren de weersomstandigheden wisselend. Na een korte ‘warmteopschieter’ volgde een langere natte en koude periode, die de gewasontwikkeling opnieuw deed stilvallen. Nadien kwam er een warme, droge periode, waarna lokale onweders volgen. Bijgevolg werd ook de opkomst van de uien, maar ook van andere gewassen – zoals bieten, cichorei, witloof… – zeer wisselvallig.

Onkruidbestrijding
Dankzij de vochtige omstandigheden midden mei is de onkruidbestrijding ondanks een hoge onkruiddruk veelal goed gelukt. Binnenkort zal een eerste fungicidebehandeling nodig zijn.

Bonenvlieg
De bonenvlieg vreet ondergronds aan de zaden en wortels van een jong gewas en heeft een breed waardplantenspectrum. De vlieg kan je herkennen aan de grijsgele kleur. Ze heeft een lengte van zo’n 5 mm, zwarte poten en zwarte haren. Bij voorkeur legt de vlieg eitjes in bodems die rijk zijn aan organisch materiaal. Soms zien we geen larfje, maar vinden we wel bruine popjes, die nadien uitkomen tot vliegjes die voor de volgende generatie zorgen.
De eitjes komen uit, waarna de larven gangen boren in de kiemende zaden van het gewas. De ontwikkeling van de plant valt stil en de kiemplantjes rotten weg. Bij matige temperaturen rond 10 °C duurt de ontwikkeling van larve tot pop een 20- à 30-tal dagen. Onder ideale omstandigheden tussen 20 en 30 °C kan deze cyclus verkorten tot 7 dagen. Meerdere generaties tot 5 per jaar zijn mogelijk, afhankelijk van het weer.

Nood aan oplossingen
De voorbije weken zagen we op diverse percelen aantasting door de bonenvlieg in zowel zaai- als plantuien. Maar ook in andere teelten zoals maïs, bonen en erwten vielen plantjes weg. Het effect is des te groter in een teeltsysteem zonder ploegen of bij niet-kerende grondbewerking.
Momenteel kan je enkel granulaten zoals Force 1,5 GR en Force Evo gebruiken, die we bij het planten aanleggen. Dit biedt echter nooit een sluitende oplossing, en is onvoldoende bij een zware aantasting. Bijgevolg wijzen we graag op de nood aan nieuwe oplossingen, zoals een zaadontsmetting die bijvoorbeeld wel reeds in maïs in de vorm van de systemische Lumiposa is toegelaten…





