Startpagina Actueel

Brouns twijfelt niet aan beoordeling van Calantha

Net als federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) ziet Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) geen redenen om te twijfelen aan de toelating van het bio-insecticide Calantha.

Leestijd : 4 min

Calantha is een RNAi-insecticide (ribonucleïnezuurinterferentie) op basis van dsRNA-technologie (dubbelstrengs ribonucleïnezuur) ter bestrijding van de coloradokever in de aardappelteelt.

Het middel werkt via RNA-interferentie: het verstoort de communicatie in de cel van de coloradokever en is daardoor bijzonder doelgericht. Wetenschappers van zowel de KU Leuven als de UGent bevestigen dat het product snel afbreekt, geen risico vormt voor niet-doelsoorten en dat het puur wetenschappelijk als biologisch gewasbeschermingsmiddel beschouwd moet worden. In de Verenigde Staten is Calantha al langer in gebruik.

Activistisch verzet

De milieu-organisaties Nature & Progrès en Pollinis stapten evenwel naar de Raad van State. Waals minister van Gezondheid en Omgeving Yves Coppieters (Les Engagés) noemde de beslissing om Calantha in ons land tijdelijk toe te laten voorbarig. “Het is toch wel opmerkelijk dat wanneer 2 universiteiten, de goedkeuringsdienst van de federale overheid en ervaring in de Verenigde Staten bevestigen dat er geen problemen zijn met Calantha, er dan toch 2 milieu-organisaties een rechtszaak indienen en een Waals minister het zelfs voorbarig noemt. Er wordt geen wetenschappelijk debat meer gevoerd. Die milieu-organisaties voeren een soort van activisme. We hebben dat ook al in andere dossiers gemerkt. Ik vind dat bijzonder spijtig”, stelt Stefaan Sintobin van Vlaams Belang in de commissie Landbouw van 3 juni.

Vlaanderen is niet bevoegd

Minister Brouns juicht toe dat er nieuwe, duurzamere gewasbeschermingsmiddelen op de markt komen. “Ik heb al meermaals gesteld dat het erkenningsproces voor nieuwe middelen in de Europese Unie te traag gaat. We raken daarmee achterop op andere regio’s en we kunnen daardoor trager verduurzamen. Inzake Calantha werden de werkzame stoffen op Europees niveau beoordeeld en onder strikte voorwaarden toegelaten om als gewasbeschermingsmiddel te gebruiken. De federale overheid evalueert of producten op basis van deze werkzame stoffen toegelaten kunnen worden op het Belgische grondgebied. Dat is geen Vlaamse bevoegdheid”, duidt de minister.

“Ik twijfel niet aan de grondigheid en de wetenschappelijke basis waarmee deze evaluaties worden uitgevoerd. De vragen die opgeworpen werden rond de tijdelijke toelating van het product, werden reeds uitgebreid beantwoord door federaal minister Clarinval. Ik zie geen redenen om het federale beslissingsproces bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen in twijfel te trekken, noch in het algemeen, noch voor dit specifieke middel”, zegt minister Brouns.

Omnibuspakket

Om erkenningen van gewasbeschermingsmiddelen op Europees niveau te versnellen heeft de Europese Commissie op 16 december 2025 een omnibuspakket voor F ood and Feed Safety gepresenteerd. “Dit pakket moet verschillende vormen van verduurzaming in de land- en tuinbouw versnellen via wetsvoorstellen die ook betrekking hebben op gewasbescherming. Het pakket omvat voorstellen die de toelating van biologische middelen – die vaak duurzamer zijn dan traditionele middelen – kan versnellen door middel van een Europese definitie, verplichte prioritering van aanvragen, snellere beoordelingsprocedures en versterkte samenwerking tussen lidstaten. Dat zijn belangrijke stappen voor de verduurzaming van gewasbescherming en het concurrentievermogen van Europese telers”, stelt minister Brouns.

Momenteel lopen de discussie en het besluitvormingsproces rond dit voorstel. “Mijn diensten participeren in de werkgroep die een gemeenschappelijk Belgisch standpunt heeft onderhandeld over het omnibusvoorstel. Onze ambitie om tot een snellere en efficiëntere erkenningsprocedure voor biocontrolemiddelen te komen, werd ook meegenomen in het Belgische compromisstandpunt”, geeft Brouns mee.

Commissievoorzitter Bart Dochy vertelt dat de sector heel veel verwacht van die Food and Feed Safety Omnibus. “We worden in Europa op achterstand gezet op het vlak van innovatie. De gemiddelde erkenningstermijn van producten bedraagt in de Verenigde Staten, China en de Mercosur-landen 2 jaar. Dat betekent dat het ongelijke speelveld van Mercosur een bijkomende dimensie krijgt. Ze gebruiken daar middelen die hier reeds verboden zijn, maar de nieuwe innovatieve middelen, die zelfs voor een stuk in Europa ontwikkeld worden, zullen daar sneller kunnen worden toegepast. We krijgen een nadeel wegens een versnelde uitfasering van producten hier ten opzichte van daar, én een nadeel omdat zij de alternatieven die we hier ontwikkelen, sneller mogen gebruiken”, stelt Bart Dochy.

‘Fast lane’ voor gewasbeschermingsmiddelen

Dochy stelt voor om de kennis die in Amerika, Zuid-Amerika en China ontwikkeld wordt, te gebruiken bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen: “Vlaanderen heeft voor stikstof een fast lane met Nederland. Waarom zou er geen fast lane kunnen bestaan tussen Europa en de Verenigde Staten wanneer het over dergelijke producten gaat? We moeten het onderzoek niet opnieuw doen, maar we moeten het wel beoordelen en het moet correct zijn.”.

Minister Brouns maant evenwel aan tot voorzichtigheid. “Het gebruik en het inzetten van die gewasbeschermingsmiddelen vormt vandaag een bijzonder gevoelig debat in Vlaanderen. Dat hebben we de voorbije maanden aan den lijve mogen ondervinden. De boeren nemen hun verantwoordelijkheid maximaal op. Tegelijk moeten we ook het volgende durven te zeggen (en dat is misschien een ongemakkelijke waarheid voor diegenen die het niet graag horen): we hebben een aantal keer de oppervlakte van de planeet nodig als we morgen helemaal niets meer mogen gebruiken op de akkers. We zijn het erover eens dat we versneld naar toepassingen moeten gaan die niet chemisch en niet schadelijk zijn, biologische, maar er moet dan inderdaad een tandje bijgestoken worden. Ik hoop inderdaad dat die omnibus daar stappen in zet”, zegt minister Brouns.

Europees overleg

Brouns is hierover recent nog in gesprek geweest met Eurocommissaris Jessika Roswall van Leefmilieu. “Het sneller erkennen was een punt op de agenda. We zijn, samen met Denemarken en andere landen, voorlopers in de uitfasering van die middelen die de meest negatieve impact hebben op water en waterkwaliteit en om kosteneffectieve alternatieven te zoeken, maar dan moet je wel alternatieven hebben en die moeten dan versneld erkend kunnen worden. Het idee van fast lanes is zeker niet slecht. Dat moeten we op zijn minst binnen Europa durven bekijken”, besluit minister Jo Brouns.

Filip Van der Linden

Lees ook in Actueel

Biocontrole sneller inpassen in geïntegreerde landbouw

Akkerbouw Hoe houden landbouwers hun teelten gezond met een krimpende toolbox, nu steeds meer klassieke chemische gewasbeschermingsmiddelen verdwijnen? Biologische middelen – ook biocontrolemiddelen of kortweg ‘biocontrole’ genoemd – kunnen een oplossing bieden, maar de weg naar de markt is heel lang. Tijdens de algemene vergadering van Belplant, de sectorfederatie van gewasbeschermingsbedrijven, lag de focus op biocontrole als onmisbare bouwsteen binnen geïntegreerde landbouw.
Meer artikelen bekijken