Startpagina Varkens

Water, de onzichtbare schakel in varkensgezondheid en rendement

Een vleesvarken van 100 kg bestaat voor ongeveer de helft uit water, een pasgeboren big zelfs voor meer dan 80%. Toch blijft drinkwaterkwaliteit op veel bedrijven onderbelicht, zeker vergeleken met de aandacht die naar voer of genetica gaat. Ten onrechte, want problemen met waterkwaliteit of de beschikbaarheid ervan hebben directe gevolgen: lagere prestaties, gezondheidsproblemen en zelfs gedragsstoornissen.

Leestijd : 4 min

Water speelt een rol bij zo goed als alle lichaams-processen van het varken. Denk maar aan de temperatuurregeling, het nutriëntentransport, de stofwisseling, uitscheiding van afvalstoffen, mineralenbalans, het verzadigingsgevoel, gedrag en welzijn. Het lichaam haalt water uit drinkwater, voeder en uit eigen processen, waarbij drinkwater de grootste bijdrage levert.

Wanneer de opname van drinkwater onvoldoende is, volgen er snel problemen zoals verminderde voeropname. Op lange termijn is er ook een impact op de groei, een stijgende lichaamstemperatuur, onrust en in zeer ernstige gevallen zelfs sterfte. Zuinig zijn op drinkbaar water werkt dus averechts en is daarom af te raden! Wist je trouwens dat het wettelijk verplicht is dat alle dieren op elk moment van de dag toegang moeten hebben tot voldoende water van goede kwaliteit?

Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) zet in dit kader drinkwater opnieuw op de agenda met een Veepeiler-project (zie kader).

Elk systeem vraagt proper water

Waterbakken of nippels? Elk systeem heeft zijn voor- en nadelen. Maar welk systeem er ook verkozen wordt, varkens zullen altijd proper water verkiezen. De mate van watervermorsing kan de keuze tussen nippels en drinkbakjes beïnvloeden.

Nippels voeren niet-opgenomen water rechtstreeks af naar de mestkelder, terwijl er bij bakjes meer kans is op verontreiniging met mest, omdat het water in de kom blijft. Bij bakjes is er minder vermorsing en biggen leren er vaak sneller door drinken. Nippels kunnen dan weer lekken door slijtage of foutieve plaatsing.

In de praktijk zijn het vooral de kleinere en zwakkere dieren die als eerste problemen ondervinden wanneer de afstelling van de nippel niet correct is.
In de praktijk zijn het vooral de kleinere en zwakkere dieren die als eerste problemen ondervinden wanneer de afstelling van de nippel niet correct is. - Foto: LBL

Bij brijwatervoedering krijgen de dieren het overgrote deel van het water via het voeder, maar er is nog altijd een drinkwatervoorziening verplicht.

Genoeg drinkplaatsen

Een goede drinkwatervoorziening begint bij de inrichting van het hok. Varkens moeten immers permanent toegang hebben tot voldoende en goed bereikbaar drinkwater. Daarom zijn het aantal drinkplaatsen ten opzichte van het aantal dieren belangrijk. Voorzie minstens 2 drinkpunten per hok, en zeker een minimum van 1 drinkpunt per 10 varkens. Te weinig drinkplaatsen veroorzaken competitie, ongelijkmatige opname en meer variatie binnen de groep.

Ook de hoogte van de nippel moet afgestemd zijn op de hoogte van het dier. Wanneer varkens in een onnatuurlijke houding moeten drinken, leidt dit niet alleen tot ongemak, maar ook tot een lagere opname en meer waterverspilling. Als richtlijn geldt dat de nippel zich idealiter op schofthoogte van het kleinste dier bevindt, of ongeveer 5 cm daarboven (zie tabel 1). Omdat dieren snel groeien, is het belangrijk om de hoogte regelmatig aan te passen. In de praktijk zijn het vooral de kleinere en zwakkere dieren die als eerste problemen ondervinden wanneer de afstelling niet correct is.

24-DIERCATEGORIE1-web

Debiet speelt ook mee

Naast de positie van de nippel speelt ook het debiet een cruciale rol. Ook dit moet afgestemd zijn op de diercategorie. Voor zuigende biggen ligt het ideale debiet tussen 0,3 en 0,5 l per minuut, voor gespeende biggen is dat tussen de 0,5 en 0,8 l per minuut, voor vleesvarkens tussen 1 en 1,5 l per minuut en voor zeugen kan dit oplopen tot 2 à 4 l per minuut.

Om het debiet te meten, heb je alleen maar een stopwatch en een maatbeker nodig. Hou de maatbeker onder de nippel die je wil controleren, druk deze volledig in en laat het water exact één minuut lopen. De opgevangen hoeveelheid water (in liter) is het debiet in liter per minuut. Voer deze meting uit bij normale leidingdruk, op verschillende momenten van de dag en controleer verschillende nippels. Een te laag debiet zorgt voor frustratie bij de dieren en voor onvoldoende wateropname, terwijl een te hoog debiet leidt tot verspilling en jonge dieren zelfs kan ontmoedigen om te drinken.

Een mooi overzicht van hoeveelheid en debiet per diercategorie vind je in tabel 2.

24-DIERCATEGORIE2-web

Kwaliteit telt: wat zit er in het water?

Goed drinkwater moet niet alleen beschikbaar zijn, maar ook smakelijk en vrij van geur, schadelijke stoffen en zichtbare afwijkingen zoals kleurafwijkingen en deeltjes. Wanneer aan een van deze voorwaarden niet voldaan is, zal de opname dalen, met directe gevolgen voor de prestaties en gezondheid van de dieren.

Bacteriologische kwaliteit De aanwezigheid van bacteriën zoals Escherichia coli wijst op fecale verontreiniging van het water en vormt een direct risico voor de diergezondheid. Dit kan zich uiten in darmproblemen, een verminderde weerstand en in slechtere technische resultaten. Daarnaast geeft het totaal kiemgetal een indicatie van de algemene hygiëne van zowel het water als het leidingsysteem.

Chemische kwaliteit Ook de chemische samenstelling van het water verdient aandacht. Parameters zoals nitraat, nitriet, ijzer, mangaan, natrium en sulfaat kunnen een belangrijke invloed hebben. Afwijkingen kunnen de smakelijkheid verminderen, de wateropname doen dalen en technische problemen veroorzaken zoals verstoppingen in leidingen. Afwijkingen kunnen zelfs de werking van medicatie via het drinkwater beïnvloeden.

Controleer tijdens de dagelijkse rondgang niet alleen de dieren, maar ook de watervoorziening. Regelmatig de waterkwaliteit nazien, is zelfs een must. Doe dit dan ook minimaal een keer per jaar. Je kan zelf het water aan het begin en op het einde van de leiding onderzoeken op geur, kleur en partikels. Als vuistregel geldt: als je het zelf niet zou drinken, waarom jouw varkens dan wel?

Problemen kunnen overal ontstaan

Opvallend is dat problemen niet altijd aan de bron ontstaan, maar vaak in het drinkwatersysteem zelf. Stilstaand water, biofilmvorming en ophoping van medicatieresten zorgen ervoor dat de waterkwaliteit in de leidingen achteruitgaat. Daarom is het belangrijk om niet alleen het bronwater te controleren, maar om ook metingen uit te voeren aan het einde van de leiding.

Besteed extra aandacht aan een regelmatige reiniging en ontsmetting van de drinkwaterleidingen om de vorming van biofilms tegen te gaan. Een biofilm is een slijmerige laag waarin bacteriën zich kunnen nestelen en van waaruit ze opnieuw kunnen vrijkomen. Dit vormt een continue, onzichtbare besmettingsbron.

Annelies Michiels en Caroline Bonckaert (DGZ)

Lees ook in Varkens

PRRS-Monitors 2025 tonen grote verschillen tussen varkensbedrijven

Varkens De nieuwste resultaten van de PRRS-Monitors van Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) tonen dat sommige bedrijven erin slagen om het virus langdurig onder controle te houden, terwijl andere bedrijven blijven kampen met een instabiele of blijvend positieve situatie. De conclusie is duidelijk: zonder structurele monitoring is gericht sturen onmogelijk.
Meer artikelen bekijken