2025 was zeer goed jaar voor veehouders, maar niet voor akkerbouwers en varkenshouders
2025 was vooral een zeer goed jaar voor de melkveesector en voor vleesveehouders. Voor de akkerbouwsector en voor varkenshouders daalden de semibrutowinstcijfers ten opzichte van het vorig jaar aanzienlijk. Dat blijkt uit het recente akkoord over de barema’s van het inkomstenjaar 2025.

De vertegenwoordigers van de landbouwgroeperingen en de administratie van Financiën bereikten midden juni opnieuw een akkoord over het landbouwbarema en het barema van de varkenshouders met betrekking tot het inkomstenjaar 2025 (zie tabel).

Winnaars en verliezers
De opbrengsten per hectare waren voor alle teelten duidelijk hoger dan het jaar voordien. De prijzen voor tarwe en suikerbieten daalden echter sterk. De prijs van aardappelen op de vrije markt kende zelfs een totale instorting, ook al werden er nog vrij goede contractprijzen afgesproken in het voorjaar.
De varkenssector kende na een serieuze heropleving in 2023 en 2024, in 2025 een matig jaar waarbij de rendabiliteit globaal ondermaats bleef. Zowel zeugenhouders als vleesvarkenshouders ontvingen in 2025 veel minder goede prijzen voor hun biggen en vleesvarkens, bij licht gedaalde voederprijzen.
Melkveehouders anderzijds gingen er sterk op vooruit ten gevolge van een redelijk gestegen melkprijs en veel betere prijzen voor koeien en kalveren. Daardoor verhoogde de uiteindelijke semibrutowinst met ongeveer 27%. Voor de vleesveehouderij werd een zeer sterke stijging van de semibrutowinst vastgesteld ingevolge de aanzienlijk gestegen prijzen voor vleesvee.
Bij de besprekingen met de fiscus kwamen deze evoluties zeer duidelijk naar boven. Zowel de macro-economische cijfers van de officiële statistieken van de overheid als de resultaten van de enquêtes op de landbouwbedrijven en bij leveranciers en afnemers, gingen allen in dezelfde richting.
Akkerbouwers kenden een wisselvallig jaar
Voor de akkerbouwers waren er enerzijds sterk gestegen kilogramopbrengsten (gemiddeld 20%), maar anderzijds aanzienlijk lagere prijzen. De graanprijzen daalden met ongeveer 12,5% en de suikerbietenprijs was 20% lager dan het jaar voordien. De aardappelprijzen op de vrije markt stortten volledig in elkaar, maar gezien de nog vrije hoge contractprijzen voor een belangrijk deel van de oogst, werd de schade nog enigszins beperkt (-27%). In 2025 werden de telers geconfronteerd met zeer sterk gestegen meststofprijzen. De kosten van gewasbescherming waren iets lager, die van zaai- en pootgoed stegen lichtjes, evenals de meeste andere kosten.

Uiteindelijk werden de onderhandelingen afgesloten met een akkoord over de semibrutowinst, die gemiddeld 7% lager uitkomt.
Aardappeltelers moeten voor hun oppervlakte aardappelen die 5 ha overschrijdt geen extra meerwinst aangeven omwille van de zeer lage aardappelprijs op de vrije markt.
Belangrijk is ook dat de vergoedingen ontvangen van het Rampenfonds of uitbetaald in het kader van een brede weersverzekering in de semibrutowinst werden opgenomen. Hetzelfde geldt voor vergoedingen in het kader van koolstoflandbouw, agroforestry of vergoedingen in het kader van nulbemesting. Die moeten dus niet meer extra worden aangegeven in de aangifte.
Vleesveehouders hadden meer reden tot tevredenheid
De prijzen in de vleesveehouderij waren duidelijk hoger dan in 2024. Daarbij werden stijgingen tot meer dan 40% opgetekend. De hogere ruwvoederkost en de impact van de blauwtongziekte en IBR (infectieuze bovine rhinotracheïtis) resulteerden in combinatie met uitstekende prijzen tot een semibrutowinststijging van ongeveer 38%.
Sterke stijging voor melkveehouderij dankzij hogere melkprijs
Voor de melkveehouders betekende 2025 een stijging van de melkprijs met ongeveer 8% en een sterk verbeterde opbrengst van de koeien en de kalveren. In combinatie met de gestegen energie- en voederkosten resulteerde dit in een stijging van de semibrutowinst met iets meer dan 27%. Het niveau van de coëfficiënten liters melk per hectare – onder andere nodig om de fictieve ha melk te berekenen – bleef ongewijzigd.
De verhoging (progressie) van de semibrutowinst per hectare voor grotere bedrijven wijzigt niet en blijft 5 euro/ha. Deze verhoging wordt toegepast vanaf 35 ha en loopt door tot 115 ha. Een melkveebedrijf met 115 ha melk zal dus voor zijn hectare melk boven de 35 ha de semibrutowinst per hectare zien verhogen met 400 euro (5 euro x 80 ha).
Vergoedingen in het kader van de IBR-bestrijding zijn in de semibrutowinst inbegrepen en zijn dus niet meer extra aan te geven.
Aftrekbare kosten
De individueel aftrekbare kosten blijven dezelfde (pacht, dierenartskosten, sociale bijdragen, intresten…). De lonen en loonwerken blijven aftrekbaar tot een maximum van 640 euro per hectare om de loonwerkkosten en lonen van helpers te kunnen aftrekken. Ook de verzekeringspremies die worden betaald in het kader van de brede weersverzekering blijven individueel aftrekbaar. In het geval dat percelen van aardappelen niet zijn geoogst of zijn weggerot in loodsen, kan, mits een correcte vaststelling, nog steeds een uitzonderlijk verlies worden afgetrokken. Dit is ook het geval met betrekking tot aardappelen van de oogst 2025 die niet werden verkocht of aangewend in dierenvoeding, maar die werden vernietigd onder andere door spreiding op landbouwpercelen.
Voor de melkveehouderij, de vleesveehouderij en de schapenhouderij is voorzien dat, naast de aftrek voor sterfte van dieren, ook nog een aftrek mogelijk is voor de zieke dieren op het bedrijf ingevolge blauwtong. Daarvoor moeten de nodige attesten worden afgeleverd door de dierenarts.
Tot slot werd ook beslist dat, omwille van de energiecrisis, een forfaitaire kost van 64 euro per hectare kan worden in mindering gebracht van de semibrutowinst.
Varkenshouders boekten in 2025 een matig resultaat
In de varkenshouderij werd een beperkte daling van de biggen- en vleesvarkensprijs genoteerd, in combinatie met een daling van de prijs van het krachtvoeder en de energiekosten. Dit resulteerde, rekening houdend met betere technische resultaten, in een semibrutowinst van 130 euro per productieve zeug (420 euro semibrutowinst in 2024) en een semibrutowinst van 11 euro per verkocht vleesvarken (19 euro semibrutowinst in 2024).
Voor varkenshouders op contract bleef de semibrutowinst van 10 euro per afgemest varken behouden.
Progressies voor zeugen- en vleesvarkensbedrijven
Voor grotere varkensbedrijven wordt de semibrutowinst nog aangepast. Meer concreet zullen bedrijven met meer dan 200 zeugen en/of 5.000 verkochte vleesvarkens een gecorrigeerde semibrutowinst moeten aangeven (zie tabel).
Voor zeugenhouders met meer dan 200 aan te geven zeugen zal de semibrutowinst per zeug voor de zeugen boven 200 verhogen met 0,5 euro per zeug, met een maximum correctie van 150 euro per zeug. Dit betekent dat een bedrijf met 300 zeugen een semiwinst per zeug van 130 euro zal aangeven voor de eerste 200 zeugen en van 180 euro per zeug voor de resterende 100 zeugen.
Voor vleesvarkenshouders met meer dan 5.000 verkochte vleesvarkens zal de semibrutowinst per vleesvarken voor de vleesvarkens boven 5.000 verhogen met 0,002 euro per verkocht vleesvarken, met een maximum correctie van 12 euro per vleesvarken. Dit betekent dat een bedrijf met 7.000 verkochte vleesvarkens een semibrutowinst per vleesvarken van 11 euro zal aangeven voor de eerste 5.000 vleesvarkens en van 15 euro per vleesvarken voor de overige 2.000 vleesvarkens.
Verliezen wegens sterfte van varkens
De verliezen voor sterfte van varkens mogen gespreid afgetrokken worden over een periode van 3 jaar. Dit betekent dat verliezen van 2023, 2024 en 2025 kunnen afgetrokken worden in de aangifte van het inkomstenjaar 2025.
Invullen en indienen van de belastingaangiften
De aangifteformulieren van de land- en tuinbouwers die hun forfaitaire aangifte niet via tax-on-web (laten) invullen, zullen vanaf eind september 2026 worden verzonden. De uiterste datum van terugzending is voor iedereen bepaald op 15 januari 2027. De landbouwers worden verzocht om hun gegevens zo vlug mogelijk aan hun adviseur te bezorgen wanneer hij of zij daarom verzoekt, zodat deze kan zorgen voor een tijdige aangifte.







