Edito: Het kan klinken, maar ook botsen
Landbouw en natuur... dat kan klinken, maar ook botsen. Voor een boer is omgaan met de natuur immers iets heel gewoon, behalve als het wordt opgedrongen.

Dat het kan botsen werd onlangs duidelijk op een infovergadering over het Turnhouts Vennengebied. Daar kon de speciaal aangestelde intendant de kloof tussen landbouwers en natuur in het maatwerkgebied niet verkleinen. De onzekerheid die landbouwers in het gebied ondervinden, is groot en weegt zwaar. Zelfs als de landbouw er verdwijnt, worden de natuurdoelen nog niet gehaald. In dit kader begrijpen we de moedeloze landbouwers best én kunnen we ons terecht vragen stellen bij de haalbaarheid of realiteitszin van de natuurdoelen.
Bijkomend worden er vragen gesteld bij studiewerk dat aan de basis ligt van die natuurdoelen, ook wel eens als wensnatuur omschreven. Is het wel goed voor de natuur om te streven naar een doel waar ze zelf niet geraakt, of moeten we ons daar net voor behoeden? Landbouwers in het gebied vinden geen gehoor voor de argumenten die ze aanbrengen, hoewel ze ontstaan zijn uit gezond boerenverstand. Begrijpelijk dat zij het vertrouwen in de intendant verliezen. Zeker als deze onverstoord verder wil inzetten op maatregelen om de natuurdoelen te halen, omdat het volgens hem de meeste rechtszekerheid biedt. Zijn voornemen om landbouw en natuur met elkaar te verzoenen, valt dan ook op een koude steen.
Wat warmer onthaald werd, is het voorstel dat minister Jo Brouns afgelopen weekend in De Zondag opperde, namelijk een apart statuut voor ‘landbouwnatuur’. Daar plukken volgens de minister zowel landbouw, natuur als de maatschappij de vruchten van. In het betreffende interview brak hij zelfs een lans voor meer akkerbiodiversiteit. De minister liet optekenen dat veel landbouwers niet weigerachtig staan ten opzichte van bijvoorbeeld de aanleg van kleine landschapselementen. Ze zijn echter terughoudend omdat landbouwers beperkingsmaatregelen vrezen als zij ‘natuur’ aanleggen. In dergelijke context gaat het verhaal tussen de 2 dus zeker niet klinken, maar net botsen. Men moet dus op zoek gaan naar evenwichten en wederzijds begrip. De weg daarnaartoe is haalbaar, maar het hangt af van wie die weg uitstippelt en faciliteert. Dat kan noch een boerenhater, noch een natuurhater zijn, het moet een bruggenbouwer zijn tussen beide domeinen.
Dat beide actoren in de open ruimte, namelijk landbouw en natuur, wel degelijk in symbiose met elkaar kunnen samengaan én elkaar zelfs kunnen versterken, tonen diverse mooie initiatieven op het terrein. Het hoeft dus niet steeds te botsen.





