Emissies en klimaat staan centraal op studiedag
Begin april vond de studiedag ‘VarkensInZicht – van onderzoek naar (stal)praktijk’ plaats in Merelbeke-Melle. Thema’s als emissies, klimaat en duurzaamheid, optimalisatie van het productieproces en dierenwelzijn stonden centraal. In dit artikel worden al enkele inzichten gedeeld. Later volgt dan het tweede deel in Landbouwleven.

Maar liefst 156 onderzoekers, adviseurs, dierenartsen en varkenshouders kwamen in Merelbeke-Melle samen voor de nieuwste inzichten voor de Vlaamse varkenshouderij.
Stikstofreductie
Tegen 31 december 2030 moet de stikstofuitstoot door veehouderijen omlaag. Deze reductie kan behaald worden door het toepassen van erkende ammoniakreducerende maatregelen, door het verminderen van het aantal dierplaatsen, of door een combinatie van beide. Binnen het Rambo-project werden verschillende emissie-reducerende maatregelen getest in praktijkomstandigheden, werden betrouwbare meetmethoden onderzocht, en werden landbouwers begeleid in hun zoektocht naar haalbare oplossingen. Op deze studiedag werd een demonstratie gegeven van hoe emissiemetingen in de praktijk gebeuren in varkensstallen. Om emissies accuraat te meten, moet de polluentconcentratie (bijvoorbeeld ammoniak, methaan of koolstofdioxide) zowel bij de ingaande als de uitgaande lucht bepaald worden, maar moet je ook het ventilatiedebiet correct kunnen kwantificeren. Dit kan aan de hand van meetwaaiers. Het ILVO ontwikkelde een kalibratieopstelling voor meetwaaiers, namelijk een windtunnel, die werd gedemonstreerd op de studiedag. In de windtunnel kan de luchtsnelheid op 5 punten op hetzelfde moment uitgemeten worden. Daardoor kan er een snelle kalibratie gebeuren. “Deze opstelling is niet altijd haalbaar in praktijkstallen, dus we hebben ook een mobiele unit waarmee meetwaaiers ter plaatse gevalideerd kunnen worden”, zegt Chari Vandenbussche, onderzoeker lucht-emissies bij het ILVO.
Minder ammoniak dankzij voeder
Recent onderzoek uitgevoerd op het ILVO toonde met gecontroleerde gasuitwisselingskamers aan hoe voedermaatregelen, zoals het verlagen van ruw eiwit en het aanpassen van het lysinegehalte in het voeder, de stikstofefficiëntie en ammoniakemissies bij vleesvarkens beïnvloeden. Een verlaging van het ruweiwitgehalte van 16% naar 12% zorgde voor een daling van de stikstofuitstoot met 35% en een daling van de ammoniakemissie met 47%. Het had bovendien geen significant effect op de groei of voederopname van de dieren. Een adequaat lysinegehalte in het voeder leidde tot een 4% lagere stikstofexcretie en tot een reductie van de ammoniakemissie van 34%. Deze resultaten tonen aan dat een verlaging van het ruweiwitgehalte, mits behoud van een correcte aminozuurbalans, een effectieve strategie is om ammoniakemissies te reduceren.

Bij natuurlijk geventileerde varkens- en pluimveestallen met buitenbeloop zijn er nog onduidelijkheden rond ammoniakemissies. Specifieke kenmerken van biologische en welzijnsgerichte bedrijfsvoering, zoals een lagere bezettingsgraad en toegang tot buitenbeloop, kunnen deze namelijk beïnvloeden. Daarom zal het ILVO een nieuwe meetmethode ontwikkelen om de emissies van dit type bedrijven in kaart te brengen. Daarbij wordt gekeken naar 2 mogelijke aanpakken: metingen met drones en metingen aan de hand van een tracergas. Daarnaast worden diverse praktijkaspecten met een invloed op emissies onderzocht. Zo loopt er momenteel een proef met vleesvarkens om de invloed van een lagere bezettingsdichtheid op de ammoniakemissies te kwantificeren. Tot slot zullen breed inzetbare maatregelen voor emissiereductie op biologische bedrijven onderzocht worden.

Hoogtepunten uit bio-onderzoek
Naast emissiereductie op biologische bedrijven, verricht het ILVO ook nog ander onderzoek naar de biologische varkenshouderij. Het houden van intacte beren in de biologische varkenshouderij bleek haalbaar, mits aangepast management. Intacte beren hadden een hoger vleespercentage, maar berengeur bleef een belangrijke uitdaging (14% prevalentie), vooral door androstenon. Enkel graskuil verminderde berengeur duidelijk. Consumenten beoordeelden vlees zonder berengeur even goed als bargenvlees, en ervaarden beperkte inmenging van vlees met berengeur in gehakt niet als afwijkend. Dit biedt perspectief voor verdere valorisatie en vervolgonderzoek, onder meer via genetische selectie.
Ook het toedienen van ijzersupplementen bij biologische biggen staat soms ter discussie. Eerder onderzoek op een commercieel niet-biologisch varkensbedrijf toonde aan dat orale ijzersupplementen even effectief kunnen zijn als injecties, mits de opname voldoende hoog is. Een vervolgproject wil nagaan of deze resultaten ook vertaald kunnen worden naar biologische omstandigheden en mikt op een diervriendelijke en werkbare aanpak voor de praktijk. Het project zal de variatie in ijzerstatus op verschillende bedrijven (2 ILVO-proefbedrijven en 4 biologische bedrijven) in kaart brengen en koppelen aan vitaliteit en huidskleur. Op die manier zijn ijzertekorten eenvoudig en visueel detecteerbaar, om zo gerichter te behandelen. Ook zal onderzocht worden hoe toedieningswijze en wroetmaterialen de vrijwillige opname van oraal ijzer kunnen verhogen.
Momenteel loopt er ook een project over hoe vrije uitloop op biologische bedrijven bijdraagt aan de nutriëntenopname. Vaak wordt de uitloop onvoldoende benut omdat ze onverhard is of de weide omgewoeld wordt door de varkens. In dit project trachten onderzoekers zicht te krijgen op de samenstelling en voedingswaarde van de vegetatie in de buitenbeloop en zullen seizoensvariaties in kaart gebracht worden op drie biologische varkensbedrijven.
Duurzaamheid en klimaat
Recent werd op het ILVO een Duurzaamheidsscan ontwikkeld voor varkens- en pluimveebedrijven. De scan is breed en heeft aandacht voor alle aspecten van duurzaamheid: economie, ecologie, sociaal welzijn, en dierengezondheid en -welzijn. Elk aspect wordt afzonderlijk beoordeeld, en na het invullen van de Duurzaamheidsscan ontvangt de varkenshouder onmiddellijk een gepersonaliseerd rapport met gedetailleerde informatie, praktische aanbevelingen, en een benchmarking die de prestatie ano-niem vergelijkt met die van collega-varkenshouders.
Varkenshouders die verder inzicht willen krijgen in hun klimaatvoetafdruk kunnen dit doen aan de hand van een Klimrek-klimaattraject. Dit traject start met een klimaatscan die zowel directe (bijvoorbeeld mestopslag, voederteelt) als indirecte emissies (bijvoorbeeld inputs voor luchtwasser) uit de keten in kaart brengt. Nadien wordt de landbouwer door een klimaatconsulent begeleid naar een economisch haalbare, klimaatslimme en robuuste bedrijfsvoering, met bedrijfsspecifieke maatregelen, doorgerekende scenario’s en een kosten-batenanalyse.
Hitteplan
Recent werd het ‘Hitteplan voor de Vlaamse varkenshouderij’ opgesteld, met concrete hittestress-reducerende maatregelen op het vlak van management, voeding en klimaat. Zeugen volledig nat maken is bijvoorbeeld geen goed idee. Dit zal in eerste instantie de zeugen wel afkoelen, maar zorgt voor problemen doordat de relatieve vochtigheid sterk zal stijgen en de hittebelasting zeer groot wordt. Daardoor kunnen de zeugen nog meer hittestress dan ervoor ervaren. Je kan beter zorgen voor een lokale afkoeling zonder water, bijvoorbeeld door het verhogen van de plaatselijke luchtsnelheid via axiale ventilatoren. Ook minder activiteit, door het uitstellen van voedermomenten, is een goede strategie. Een andere doeltreffende maatregel is het koelen van het microklimaat in de buurt van de luchtinlaat. Dit kan door schaduw te creëren, bij voorkeur op een natuurlijke manier dankzij bomen of struiken.
Drinkwaterverbruik en -kwaliteit
In het WAVE-project werd het drinkwaterverbruik op 8 representatieve varkensbedrijven gemonitord via 18.677 metingen. Bij gespeende biggen en vleesvarkens steeg het drinkwaterverbruik met respectievelijk 0,065 l per dag en 0,25 l per week dat de dieren aanwezig waren in de afdeling. Het drinkwaterverbruik bij vleesvarkens varieerde van 3,7 l per dier per dag aan het begin van de ronde tot 7,6 l per dier per dag aan het einde van een ronde. Bij kraamzeugen was de gemiddelde drinkwateropname in het begin 16 l per dag, maar naar het einde van de lactatie toe kon de wateropname oplopen tot wel 43 l per dag. Naast het drinkwaterverbruik werd ook het waterverbruik van specifieke processen zoals het reinigen van de stallen, het wassen van zeugen en waterverbruik in de hygiënesluis gevolgd.
Drinkwaterkwaliteit is van groot belang voor diergezondheid en -productie. In het BiofilmPrevent-project werd de samenstelling van biofilms in drinkwaterleidingen uit 15 biggenafdelingen onderzocht. In 40% van de stalen werden enterococcen aangetroffen en in 7% E. coli. Daarnaast werden ook drinkwaterstalen geanalyseerd. De bacteriële samenstelling van het drinkwater vertoonde sterke gelijkenissen met die van de biofilms, wat erop wijst dat biofilms een belangrijke bron van besmetting kunnen zijn. Ook 6 standaard reinigings- en ontsmettingsprotocollen werden getest, waarbij bleek dat niet alle methoden even efficiënt zijn in het verwijderen van biofilms. Verder onderzoek zal zich richten op het optimaliseren van deze protocollen en waterbehandelingen. Het doel is om gerichter advies te kunnen geven, om zo de gezondheid van varkens te verbeteren, de productieresultaten te verhogen en het antibioticagebruik te verminderen.
Conditiemeting en -sturing
Een goede lichaamsconditie bij zeugen is belangrijk voor goede reproductieresultaten, voor een efficiënt voerverbruik en voor de langleefbaarheid van de zeug. Hierbij is individuele opvolging van de zeugen belangrijk. De lichaamsconditie kan op verschillende manieren bepaald worden (visuele beoordeling, bepaling lichaamsgewicht, Caliper-methode, Renco-spekdiktemeter, echografie voor spek- en spierdiktebepaling). In het Conzole-project werd de conditie van zeugen gemeten op 50 bedrijven. De spierdikte vlak voor het werpen is vaak lager dan de spierdikte op dag 80 van de dracht. De spekdikte vlak voor het werpen is echter vaak hoger dan op dag 80 van de dracht. Een algemene tip is: volg dezelfde zeugen op doorheen de cyclus en focus op de evolutie van de spek- en spierdiktes. Dit levert meer informatie op dan een eenmalige meting.
Vernieuwde slachtdoordacht-tool
Om de complexe afweging rond het aflevergewicht inzichtelijk te maken, werd de slachtdoordacht-tool geoptimaliseerd. Met deze gebruiksvriendelijke en wetenschappelijke onderbouwde simulatietool kunnen varkenshouders en adviseurs berekenen wat het optimale slachtmoment is én hoeveel winst er schuilgaat in meer uniformiteit binnen 1 vleesvarkensronde. Meer uniforme groepen leveren namelijk niet alleen meer marge op, maar zorgen ook voor minder restdieren, beter afgestemde voederstrategieën en voor een efficiëntere planning van de rondes. De tool simuleert de groei, voederopname, variabele kosten, omzet en brutosaldo voor elk individueel dier, en dit voor elke dag van de afmestduur. De evolutie van deze parameters in functie van de afmestduur wordt zowel in grafieken als tabellen weergegeven, zodat duidelijk geïllustreerd wordt op welke dag afleveren het meest oplevert, en hoeveel het minder opbrengt als je afwijkt van dit optimum.





