Startpagina Akkerbouw

Akkerbouwer Niesten: ‘Onkruidbestrijding wordt steeds meer een probleem’

De akkerbouwpercelen van Maatschap Niesten uit het Nederlandse Maastricht liggen tegen onze grens aan. Het zijn fervente biologisch-dynamische telers die op ruim 100 ha diverse gewassen telen. Een deel van hun producten gaat naar lokale afnemers in ons land. En ook in hun boerderijwinkel komen veel Belgische klanten.

Leestijd : 7 min

Momenteel bestaat Maatschap Niesten uit Raymond Niesten, zijn moeder Maria, zijn vrouw Marloe en hun zoon Luc.

In 2006 kwam Raymond Niestenin het akkerbouwbedrijf van zijn moeder. Zij had het bedrijf voortgezet samen met een collega-akkerbouwer, na het overlijden van de vader van Raymond. De Limburgse boerderij heet De Poshoof. “Mijn vader overleed op jonge leeftijd, waardoor mijn moeder er alleen voor kwam te staan”, aldus Raymond in de verbouwde koeienstal van de oude Limburgse vierkantshoeve. In die tijd had het bedrijf 20 ha grond.

In 2010 besloot Raymond om om te schakelen naar biologisch. Raymond: “Daarvoor waren 2 redenen. Ook in die tijd was 20 ha al een vrij klein akkerbouwbedrijf. Door om te schakelen naar biologisch kon er meer inkomen gegenereerd worden. Verder zitten wij heel dicht tegen Maastricht, dus onze biologische producten kunnen wij onder andere aan de Maastrichtenaars verkopen.” En dat gebeurt dan ook volop in de boerderijwinkel die het akkerbouwbedrijf heeft. De boerderijwinkel werd in 2006 geopend als seizoenwinkel, speciaal voor de verkoop van groene en witte asperges.

Op Interpom juiste rassen gezocht

Omdat omschakelen naar biologisch enige jaren duurt, stond in 2013 de eerste biologische teelt op de Limburgse lössgrondpercelen van de familie Niesten.

Al sinds de overname in 2006 wilde Raymond vooral smaakvolle producten produceren. “Zo zijn wij in het najaar van 2010 bijvoorbeeld naar de Interpom-beurs in België geweest. Daar zochten we naar smaakvolle rassen die wij hier thuis in onze boerderijwinkel konden verkopen.” En op een bijeenkomst van het Netwerk Vitale Landbouw en Voeding werd hem duidelijk dat de voedingswaarden van de gewassen de afgelopen decennia enorm zijn afgenomen. “Mijn conclusie was: hoe natuurlijker de teelt, des te gezonder de producten.”

Een ander probleem volgens de akkerbouwer is dat er tegenwoordig te weinig smaak in de aardappelrassen zit. “Er wordt dan gezegd: doe er maar mayonaise op en dan smaakt het prima, maar patatten moeten van zichzelf al heel goed smaken.”

Zo teelt De Poshoof momenteel bijvoorbeeld het ras Laura, een laat ras met een optimale smaak. Daarnaast ook het aardappelras Jelly, een middellaat ras dat zich kenmerkt door een hoge opbrengst en goede bewaarmogelijkheden. Raymond: “Dat ik voor deze aardappelrassen gekozen heb, is overigens ook omdat ze het op deze lössgronden erg goed doen. Ik heb weinig last van schurft bij deze rassen.” Eind april werd het pootgoed in voorkiemkistjes geladen. Het pootgoed heeft daardoor een beetje voorsprong en krijgt minder gauw ziektes zoals bijvoorbeeld Phytophthora.

Biologisch-dynamische aanpak

Door naar bijeenkomsten, zoals van het Netwerk Vitale Landbouw en Voeding te gaan, ging de Limburgse akkerbouwer anders over de gangbare akkerbouw denken. “Ik dacht: ‘ik maak met chemie en kunstmest de bodem kapot’, terwijl gezond eten nummer 1 moet zijn natuurlijk. Ook die afgenomen voedingswaardes in akkerbouwgewassen vond ik zorgwekkend.”

Daarom besloot hij om in 2018 naar de biologisch-dynamische teelt over te stappen. “Ik wilde gewoon nog meer samenwerken met de natuur, zodat je gezonde voeding met hoge voedingswaardes krijgt. En ik wilde telen op een manier die goed is voor de biodiversiteit. Verder is de biologisch-dynamische markt een groeimarkt, dus heb je ook toekomst als akkerbouwbedrijf.”

Grote range aan producten

Van de biologisch-dynamische producten, die van hun ruim 100 ha komen, wordt een paar procent in de eigen boerderijwinkel verkocht. De rest gaat naar diverse andere Nederlandse en Belgische afnemers. De ontbrekende producten in hun boerderijwinkel worden aangevuld via diverse toeleveranciers in biologische levensmiddelen. Raymond: “Tussen 2006 en 2025 teelden wij bijvoorbeeld ook asperges. Die waren goed verkoopbaar in de winkel natuurlijk, maar ons areaal van 100 ha vergt veel arbeid. De biologisch-dynamische teelt kost nóg meer tijd dan de biologische. Daarom zijn wij met deze teelt gestopt.”

Maar op de mooie Limburgse lössgronden wordt nog steeds een range aan producten geteeld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om zaai-uien, brouwgerst (voor Gulpener-bier), winterspelt (een oergraan), witloofwortels, rogge, lupine, pompoenen, erwten voor conserven en consumptieaardappelen. Raymond: “De hectares die ik per gewas teel, zijn vrij gelijk verdeeld over de 100 ha. Granen zijn de grootste teelt.” Verder teelt de familie nog grasklaver, luzerne en een mix van triticale met akkerbonen voor melkveehouders. En ze hebben nog 15 ha aan natuurbeheerpercelen, onder meer een perceel met een mengsel dat speciaal ingezaaid is voor akkervogels. Dat is een van de verschillen tussen biologisch en biologisch-dynamisch: bij biologisch-dynamisch moet je iets meer natuur aanleggen. Ook zijn er percelen die ingezaaid zijn voor behoud van de zeldzame korenwolf, een Europese hamstersoort. “Kijk”, zegt Raymond trots als wij over het bedrijf lopen, “hier zie je op een informatiebord dat hier op deze locatie al zo'n 7.500 jaar wordt geboerd.”

Tekort aan mest

Als bemesting mag de familie Niesten alleen dierlijke mest of compost inzetten. Raymond: “En ik kan je vertellen dat het een uitdaging is om biologische of biologisch-dynamische mest te verkrijgen. Er is gewoon een enorm tekort aan. Er zitten hier in de omgeving erg weinig biologische en biologisch-dynamische veehouders.”

Wat de akkerbouwer ook dwars zit, is dat biologische en biologisch-dynamische stromest tot 31 augustus mag worden uitgereden en gangbare drijfmest tot half september. “Dat is toch ronduit vreemd? Wij zijn veel natuurlijker bezig, maar mogen een halve maand korter uitrijden. En wat de stikstofuitstoot betreft: onze stromest zorgt voor zeer weinig uitstoot.” En de Limburgse akkerbouwer gaat nog verder. “Ik denk dat het Nederlandse landelijke uitkoopbeleid van veehouders ook de biologische sector onder druk zal zetten. Door het stoppen van zoveel veehouderijen krijgen wij het steeds lastiger om voldoende dierlijke mest te krijgen, wat wel de basis vormt voor de groei van onze biologische gewassen. Verder is de regelgeving nu veel te gericht op de techniek en is er sprake van kalenderlandbouw, maar dat werkt niet.”

Met drone compostthee sproeien

In het vroege voorjaar strooit Raymond gips om calcium aan de bodem toe te voegen. De belangrijkste reden hiervoor is om de bodem beter in balans te krijgen. In de zomerperiode strooit hij voornamelijk compost over de stoppel. En hij sproeit ook compostthee. Zo sproeide hij op 26 mei met een drone compostthee over de spelt. Raymond legt uit: “Wij gebruiken compostthee als plantversterkingsmiddel.”

Op 26 mei werd met een drone compostthee – als plantversterkingsmiddel – gesproeid in spelt.
Op 26 mei werd met een drone compostthee – als plantversterkingsmiddel – gesproeid in spelt. - Foto: DvD

In het voorjaar worden veel percelen tevens gewied met een Treffler-wiedeg, zoals bijvoorbeeld de triticale met akkerboon. Op 18 april zaaide de Limburgse akkerbouwer lupine met een Valtra N174, met achterop een Lemken-zaaimachine. Voorop zat een Lemken Solitair 23+ zaadbak, die ook als frontgewicht fungeerde. Raymond: “De Lemken-zaadbak gebruiken wij ook voor de 3 m Lemken-zaaimachine.”

Net als sproeien met behulp van een drone is ook mechanische onkruidbestrijding met behulp van een autonome robot natuurlijk het allernieuwste. De familie Niesten maakt er gebruik van. Zo werd eind april met de autonome FarmDroid-robot het onkruid in de uien geschoffeld. Raymond: “Het voordeel van de FarmDroid is dat je er zowel onkruid mechanisch mee kunt bestrijden als ermee kunt zaaien. Wij hebben deze robot in 2024 gekocht, zodat wij nu veel minder handarbeid hebben.” De familie Niesten werkt ook samen met veehouders. Zo werd dit voorjaar door Loonbedrijf Timmers uit Schimmert grasklaver gemaaid voor een veehouder waar de familie mee samenwerkt.

Met de autonome FarmDroid-robot werd op 21 april het onkruid in de uien geschoffeld. Je kunt met deze robot zaaien en onkruid mechanisch bestrijden.
Met de autonome FarmDroid-robot werd op 21 april het onkruid in de uien geschoffeld. Je kunt met deze robot zaaien en onkruid mechanisch bestrijden. - Foto: DvD

Onkruid wordt een probleem

Al heeft De Poshoof als biologisch-dynamisch akkerbouwbedrijf uiteraard een breed scala aan mechanische onkruidbestrijdingsmachines, toch wordt onkruid volgens Raymond op termijn wel het grootste probleem. “Gelukkig hebben wij wel goede werktuigen zoals de Treffler-wiedeg en ikzelf ben ook zeer tevreden met onze HAK S-serie-schoffelmachine met een werkbreedte van 6 m, waarmee wij bij de granen, lupine, uien en pompoenen kunnen schoffelen. Maar dan nog is het onkruid moeilijk te bestrijden.”

Natuurlijk heeft de akkerbouwer soms last van insecten en ziektes in zijn gewassen (zeker phytophthora is en blijft een probleem), maar dat weegt niet op tegen de onkruiddruk die hij de afgelopen jaren had. “Mechanische onkruidbestrijding alleen is niet voldoende, wij moeten soms zelfs met de hand onkruid trekken en schakelen daarbij ook seizoensarbeiders in.” Vandaar ook dat de Limburgse akkerbouwer een pleidooi wil houden voor het behoud van de mogelijkheid om te ploegen. “Ik werk dan wel zo veel mogelijk met niet-kerende grondbewerking (nkg) en bewerk het land van tevoren dus alleen met een rotorkopeg voor ik zaai. Toch is het belangrijk dat ploegen als mogelijkheid blijft bestaan. De ene reden is om het onkruid eronder te kunnen houden en de andere reden is om de groenbemester goed in te kunnen werken. Je moet namelijk wel een mooi zaaibed hebben om te kunnen zaaien en, als je je groenbemester niet kunt ploegen, dan krijg je dit niet voor elkaar. Verder is het als bioboer met nkg soms een extra uitdaging, omdat je last kunt hebben van het stropen van gewasresten bij het schoffelen en wiedeggen.”

Zoon Luc mogelijk opvolger

Zoon Luc zit sinds kort ook in de maatschap bij zijn ouders en werkt fulltime mee op het ouderlijke akkerbouwbedrijf. Mogelijk gaat hij het bedrijf overnemen, maar helemaal zeker is het nog niet.

Luc bij het wiedeggen in de triticale met akkerbonen. Na 100 m checkt hij of de druk van de wiedpennen correct is.
Luc bij het wiedeggen in de triticale met akkerbonen. Na 100 m checkt hij of de druk van de wiedpennen correct is. - Foto: DvD

Raymond: “Het zal er de komende jaren niet makkelijker op worden om een biologisch-dynamisch bedrijf te runnen, als je alleen al ziet dat de belasting op een hectare in 5 jaar tijd gestegen is van 23 naar 73 euro/ha. En dan is er nog de onkruiddruk en de vele steeds duurder wordende externe arbeid die je moet inschakelen. Ook de burgers besteden steeds minder geld, doordat de belastingen stijgen en alles steeds duurder wordt.” Toch verwacht hij dat uiteindelijk steeds meer biologisch-dynamische producten gekocht zullen worden. “De overheid stimuleert het en je ziet wel een trend dat heel wat mensen gezonder voedsel willen. Dit argument horen we ook vaak van onze klanten in onze eigen boerderijwinkel.”

Dick van Doorn

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken