Noviteiten in tarwe, aardappelen en wintergerst toegelicht in Bekkevoort
Op de Patatjeshoeve in Bekkevoort werden de voordelen van mengsels van tarwerassen getoond. Ook de nieuwigheden in tarwe, aardappelen en wintergerst kwamen aan bod.

Akkerbouwer Manuel Vandebroeck teelt in Bekkevoort onder meer tarwe, veldbonen, suikerbieten, gerst en cichorei, maar uiteraard ook zijn specialisatie aardappelen. Het bedrijf is 1 van de 8 locaties binnen het netwerk van het Landbouwcentrum Granen (LCG) waar rassenonderzoek wordt uitgevoerd.
Mathias Abts, sectoradviseur van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, gaf op het proefveld enkele tendensen rond de teelten mee die bleken uit de verzamelaanvraag. “Er werden in Vlaanderen zo’n 13% minder suikerbieten gezaaid en 23% minder aardappelen gepoot vergeleken met vorig jaar. Het areaal wintertarwe bleef status quo, terwijl dat van korrelmaïs en wintergerst steeg. Er werd ook veel faunamengsel ingezaaid, met een stijging van 30% ten opzichte van vorig jaar naar meer dan 10.000 ha”, vertelde hij.
Voordelen mengsels van tarwerassen
Mathijs Hast van Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant toonde de resultaten van een kleine proef met mengsels van tarwerassen. “Mengsels van tarwerassen kunnen op 5 manieren de ziektedruk verlagen ten opzichte van zuivere tarwerassen”, zei Hast. “Vooreerst levert de combinatie van natuurlijke toleranties verdunning op, want je combineert resistente en gevoelige planten. Je zal ook barrière-effecten hebben: de sporen van een gevoelig ras zullen een tolerant ras minder of niet besmetten. Ten derde zal je een immunologische inductie hebben, net zoals je dat bij een vaccin hebt, omdat sommige rassen bijvoorbeeld minder gevoelig zijn voor bepaalde geleroeststammen dan andere. Verder heb je ook een verschillende selectie, want mengsels bieden een voordeel qua ziektedruk bij de overgang van de ene plant op de andere met diverse gevoeligheden. Tot slot zorg je met mengsels voor risicospreiding: als je ene ras volledige ziek zou worden, kan het ander dat compenseren en zonlicht wél nog benutten.”
Voor het proefveld werden 6 mengsels gemaakt. De eerste 4 waren gericht op 1 ziekte, het vijfde was een mengsel van tolerante rassen, het zesde een mengsel van gevoelige rassen. “Bij de eerste 4 mengsels boekten we winst, behalve op bladseptoria. Het gezonde mengsel bleek ook globaal gezonder dan de zuivere rassen. Ook de combinatie van gevoelige rassen scoorde beter dan ze apart te houden.” De komende maanden worden de mengsels apart geoogst en wordt de opbrengst beoordeeld.

Rassenproef tarwe
Sinds dit jaar delen het Praktijkpunt Landbouw en de andere LCG-partners de rassenproeven op in proeven met alle nieuwkomers en proeven voor gevestigde rassen (die al minstens 1 jaar hebben aangelegen). Zo streeft het LCG duidelijkheid voor de telers na, met minder rassen die 1 keer in de rassenproef aanliggen en daarna weer verdwijnen. De 8 locaties binnen het LCG-netwerk in het zandleemgebied worden behouden en er komen elk jaar 2 nieuwe proeven bij met alle nieuwkomers. Bij de proef met gevestigde rassen lagen 23 rassen aan; 21 klassieke gezaaid aan 350 zaden/m2 op 30 oktober en 2 hybride rassen gezaaid aan 210 zaden/m2. Er werden 175 eenheden stikstof gegeven over de 3 fracties. Verder werd er 2 keer verkort en werd er geen T0-bespuiting uitgevoerd, omdat die niet nodig bleek.
De rassenproef werd dit jaar ook gerangschikt op basis van de kwaliteit van de rassen. We lichten de belangrijkste bevindingen toe. In het Q1-segment met superieure kwaliteit ligt de opbrengst iets lager, maar dat kan je compenseren door eventueel een meerprijs af te dwingen bij je afnemer.
Ambientus, het enige ras in dit segment, scoort in zijn tweede proefjaar zeer goed tegen roesten.
Bij de Q2-rassen voor broodtarwe met iets lagere kwaliteit lagen 9 rassen aan.
Intensity scoorde in zijn eerste proefjaar 109,3% op korrelopbrengst en had toen het hoogste eiwitgehalte. Vorig jaar scoorde het weer gemiddeld (99%). Deze bebaarde tarwe heeft heel veel inhoud en een heel hoog eiwitgehalte (11,5%).
SY Revolution scoort gemiddeld op korrelopbrengst, maar is qua ziekte (gele roest) een van de absolute toppers. Dit late ras maakt heel zware korrels (hoog duizendkorrelgewicht) en staat in Wallonië op de lijst van aanbevolen rassen.
LG Tomjol scoorde in 2025 in zijn eerste proefjaar een korrelopbrengst van 102% en heeft een erg laag duizendkorrelgewicht. Het scoort heel goed qua eiwitgehalte (bijna 12%), is een van de gezondste rassen van de proef en past dus goed binnen een geïntegreerde gewasbeschermingsstrategie.
In het Q3-segment dat aanleunt tegen voedertarwe, maar nog voor menselijke voeding kan worden gebruikt (zoals in cakes), lagen 6 rassen aan.
KWS Sverre is al jaren de topper qua strolengte. Het meerjarige gemiddelde van de korrelopbrengst bedroeg 103,4%. Het ras scoorde elk jaar van de 4 vorige boven het gemiddelde en scoort nog steeds goed tegen ziektes zoals septoria en gele roest.
In het Q4-segment voor voedertarwes lagen 5 rassen aan, zonder echte uitschieters. Tot slot lagen er ook 2 hybride rassen aan die sterke uitstoelers bleken:
SU Hybingo van Limagrain lag vorig jaar voor de eerste keer aan en haalde toen de beste gemiddelde korrelopbrengst in het zandleemgebied. Over het algemeen is het een gezond ras.
Hybiscus is heel herkenbaar door zijn geelgroene kleur. Het heeft een laag eiwitgehalte en is een all-rounder zonder uitgesproken zwaktes.
Alternatieven voor Fontane
Ilse Eeckhout (Viaverda) overliep de resultaten van een kleinschalige aardappelrassenproef met 11 variëteiten. “Rassen blijven heel belangrijk, want de toekomst zal ervan afhangen, zeker gezien het alsmaar dalend aantal gewasbeschermingsmiddelen, de triazolen- en PFAS-problematiek. Sommige rassen zijn toleranter voor de aardappelplaag en hebben minder bespuitingen nodig, soms zelfs tot de helft minder dan normaal. Andere rassen zijn dan weer sterker tegen virussen, wat belangrijk is voor pootgoedtelers. Zij moeten voorkomen dat bladluizen in hun pootgoedgewas terechtkomen.
”Met een aandeel van bijna 65% van het areaal blijft Fontane vooralsnog het belangrijkste ras. Maar het meerjarige opbrengstgemiddelde daalt doordat het gevoelig is voor het aardappelcystenaaltje Globodera pallida, dat in populatie toeneemt. Om aardappelmoeheid te counteren, riep Eeckhout de telers en verwerkers op om uit te kijken naar een ander ras, ook al omdat Innovator – het andere referentieras in de sector – droogtegevoelig is.
Castor, een ras van het Innovatortype, lag voor de eerste keer aan. Het heeft gemakkelijk 100 eenheden minder stikstof nodig dan Innovator.
Montis kan beter tegen de droogte, hitte en de plaag dan Fontane en heeft ook minder stikstof nodig. Qua kilo’s en kwaliteit lijkt het ras op Fontane, al heeft het een lager onderwatergewicht.
Sydney is een witvlezig ras, dat dankzij zijn sterkte tegen droogte vorig jaar 20% meer opbrengst haalde dan Innovator.
Travolta, een nieuw ras van HZPC, lag voor het eerst aan en ligt qua vleeskleur tussen Innovator en Fontane. Het kan op lichte zandgronden worden geteeld.

Eeckhout waarschuwde de telers ook voor phytophthora en raadde hen aan om het waarschuwingsssysteem van Viaverda strikt te volgen. “Net voor het ontluiken van de sporen behandelen tegen de plaag is het meest aangewezen, ook om je kostprijs in de hand te houden.”
Rassenproef wintergerst
Wim Schueremans van Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant besprak de resultaten van de rassenproef wintergerst, waarvoor 18 rassen aanlagen. Opvallend was dat de klassieke variëteiten steeds schaarser worden, met in deze proef enkel nog het ras Julia. Nieuw is dat de hybride variëteiten SY Zoomba en Kestrel een resistentie tegen het dwergvergelingsvirus kregen ingebouwd. Daardoor kan het virus zich niet vermenigvuldigen in de plant en zal het uitsterven. Bij een tolerant ras wordt het virus verdragen zonder beperkte opbrengschade, maar kan het zich wel vermeerderen, in tegenstelling tot bij een resistent ras. Bij een heel hoge bladluisdruk kan een behandeling bij een tolerant ras wel nog steeds rendabel zijn. Tussen de voorteelt (wintertarwe) en nateelt (wintergerst) werd Japanse haver als tussengroenbedekker ingezaaid. “Die wordt steeds populairder, want op dat moment kan je nog veel stikstof uit de grond halen”, zei Schueremans. “Ook mengsels komen steeds meer op. Met meerdere mengsels in een groenbedekker voed je het bodemleven van je grond. Bij de onkruidbestrijding werd er een bladluismiddel toegevoegd via het schema 0,5 l Mertil + 1 l Tolurex + 0,2 l Mezene. Mertil bevat de actieve stof flufenacet, waarvan de opgebruiktermijn in de graanteelt op 10 december afloopt. Defi (met de actieve stof prosulfocarb) is een alternatief, maar mag je niet toepassen als er op een buurtperceel groenten, fruit of kruiden aanwezig zijn.”

Hierna volgen de belangrijkste bevindingen in de rassenproef.
Hopinel (SCAM) en Maelys (Jorion Philip-Seeds) zijn nieuwe, vroege rassen die vrij gevoelig zijn voor dwergroest en bladvlekkenziekte.
Integral (SCAM) is een vaste waarde die heel sterk is qua bladgezondheid, heeft een heel goede weerstand tegen aarknikken en scoorde vorig jaar samen met Carroussel het hoogste hectolitergewicht. Doorheen de jaren haalt het ook stabiele opbrengstcijfers.
Littoral (Jorion Philip-Seeds) is ook een nieuw ras dat goed scoort op bladvlekkenziekte en matig op dwergroest.
KWS Chilis (Aveve) is een nieuw halfvroeg ras met een hele goede bladgezondheid en een vrij grote stro-opbrengst.
Caroussel (Aveve), bedoeld als brouwgerstras, is heel herkenbaar aan zijn rode strepen in de korrel en aan de bladvoet. Het ras heeft een hele goede kwaliteit en een heel hoog hectolitergewicht, maar qua opbrengst ligt het gemiddeld onder 5%.
LG Zorica (Aveve) is als nieuw, zeer vroeg ras tolerant voor het dwergvergelingsvirus en heeft een goede ziekteweerstand.
SY Zoomba en SY Kestrel (beide Syngenta) zijn nieuwe hybride rassen met een resistentie tegen het dwergvergelingsvirus en een heel goede bladgezondheid. De opbrengst valt nog af te wachten.
SY Chevioot (Syngenta) is een nieuw halfvroeg hybride ras met een goede ziekteweerstand.





